C-473/20 INVEST FUND MANAGEMENT

Contentverzamelaar

C-473/20 INVEST FUND MANAGEMENT

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 december 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     18 januari 2021

Trefwoorden : beleggingen; effecten;

Onderwerp :

Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten;

Feiten:

De bevoegdheid voor de regelgeving inzake en het toezicht op de activiteiten van beheermaatschappijen ligt in Bulgarije bij de KFN. Verzoekster beschikt over een licentie voor de uitoefening van de activiteiten van een beheermaatschappij en staat ingeschreven in het register van de KFN. Verzoekster organiseert en beheert vijf aparte beleggingsfondsen. Bij een verificatie op afstand werd vastgesteld dat op 28-08-2019 in het handelsregister en register van rechtspersonen zonder winstoogmerk een wijziging was vastgelegd van de samenstelling van de raad van bestuur van verzoekster. KFN constateerde dat verzoekster de prospectussen van alle vijf beleggingsfondsen had moeten actualiseren binnen de wettelijke termijn van 14 dagen, die afliep op 11-09-2019. De actualisering vond echter pas plaats op 17-10-2019. Op grond van het vastgestelde verzuim werden vijf afzonderlijke besluiten genomen op basis waarvan het adjunct-hoofd van de KFN verzoekster bij vijf afzonderlijke boetebesluiten een „financiële sanctie” oplegde van telkens 10.000 BGN. Het boetebesluit van 15-04-2020 waartegen in het hoofdgeding wordt opgekomen heeft betrekking op de te late actualisering van het prospectus van het beleggingsfonds „Invest Obligatsii” (een van de vijf beleggingsfondsen).

Overweging:

De vraag is of verzoekster een overtreding heeft begaan door niet te voldoen aan haar verplichting om het prospectus van de instelling voor collectieve belegging bij iedere wijziging van de hierin vermelde essentiële informatie binnen een termijn van 14 dagen te actualiseren en voor te leggen aan de KFN. De belangrijkste vraag die in deze context moet worden opgehelderd, is de betekenis van het begrip „essentiële informatie” dat in artikel 72 van richtlijn 2009/65 wordt gebezigd, aangezien noch in de aangevoerde handeling van afgeleid Unierecht, noch in de wetgeving van Bulgarije een  wettelijke definitie van dat begrip kan worden gevonden. Gezien die problematiek dient het Hof vast te stellen welke betekenis de Europese wetgever aan voornoemd begrip wenste te geven.

Prejudiciële vragen:

1. Welke betekenis wenste de Europese wetgever te geven aan het in artikel 72 van richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten, gebezigde begrip „essentiële informatie” in het prospectus?

2. Dient het bepaalde in artikel 69, lid 2, van richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 aldus te worden uitgelegd dat elke wijziging van de in het prospectus ten minste te verstrekken gegevens die zijn opgenomen in bijlage I, schema A, steeds wordt bestreken door het begrip „essentiële informatie” in de zin van artikel 72 van die richtlijn zodat een tijdige actualisering van het prospectus vereist is?

3. Ingeval van een ontkennend antwoord op de tweede vraag: dient ervan te worden uitgegaan dat de informatie betreffende de wijziging van de samenstelling van de raad van bestuur van een bepaalde beheermaatschappij, met dien verstande dat de nieuwgekozen leden noch bij het dagelijks bestuur zijn betrokken, noch met administratieve taken zijn belast, wordt bestreken door het begrip „essentiële informatie” in de zin van artikel 72 van richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009?

4. Dient het bepaalde in artikel 99 bis, onder r), van richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 aldus te worden uitgelegd dat slechts wanneer een beheermaatschappij herhaaldelijk verzuimt te voldoen aan de krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van de artikelen 68 tot en met 82 van die richtlijn op haar rustende verplichtingen betreffende aan beleggers te verstrekken informatie, aan die beheermaatschappij - voor elk van de door haar beheerde beleggingsfondsen – een sanctie mag worden opgelegd?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: