C-491/21 Directia pentru Evidenta Persoanelor si Administrarea Bazelor de Date din Ministerul Afacerilor Interne

Contentverzamelaar

Terug C-491/21 Directia pentru Evidenta Persoanelor si Administrarea Bazelor de Date din Ministerul Afacerilor Interne

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    6 oktober 2021
Schriftelijke opmerkingen:                    22 november 2021

Trefwoorden : vrij verkeer van personen; non-discriminatie; identiteitsdocumenten

Onderwerp :

-           Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nor. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG;

-           Artikelen 26(2) VWEU, artikelen 20, 21 en 45(1) Handvest;

Feiten:

Verzoeker, WA, is een Roemeens onderdaan met woonplaats Frankrijk die zich jaarlijks eveneens in Roemenië vestigt. Hij bezit een eenvoudig elektronisch paspoort die zijn woonplaats in Frankrijk vermeldt alsook een voorlopige identiteitskaart, beide door de Roemeense autoriteiten (verweerder) verstrekt. WA heeft een verzoek ingediend bij de Roemeense autoriteiten om een (elektronische) identiteitskaart dat door de autoriteiten is verworpen. Dientengevolge heeft WA niet naar Frankrijk kunnen reizen, omdat hij niet over een identiteitskaart beschikte en zijn paspoort zich in de Russische ambassade te Boekarest bevond met het oog op de afgifte van een visum.

Tegen de weigering tot afgifte heeft WA beroep aangetekend, dat door de Roemeense rechter ongegrond is verklaard, zich beroepend op Roemeense nationale wetgeving die bepaalt dat Roemeense onderdanen die ook hun woonplaats in Roemenië hebben de enige zijn die aanspraak maken op Roemeense identiteitskaarten. Volgens de rechter is deze wetgeving niet in strijd met het Unierecht, aangezien Unierecht geen verplichting bevat voor de lidstaten om identiteitskaarten te verstrekken aan hun onderdanen, en omdat de Roemeense staat hem al een paspoort heeft verstrekt als geldig reisdocument. In die omstandigheden heeft WA cassatieberoep ingesteld, voor welke in de procedure de onderstaande prejudiciële vraag is gerezen.

Overweging:

Verzoeker beroept zich op het standpunt dat zijn rechten tot non-discriminatie, gelijkheid en het recht van Unieburgers om zich vrij te verplaatsen binnen de Unie inclusief zijn rechten betreffende het inreis-, uitreis- en verblijfsrecht op het grondgebied van lidstaten van artikelen 4 tot en met 6 van de richtlijn zijn geschonden. Eveneens betoogt hij dat de rechtbank het beginsel dat Unierecht boven nationaal recht gaat heeft geschonden. Daarnaast betoogt hij dat de geest van de richtlijn is geschonden en discriminatie op basis van woonplaats heeft plaatsgevonden vanwege het feit dat identiteitskaarten enkel aan Roemeense onderdanen die in Roemenië wonen worden verstrekt, maar niet aan Roemenen in het buitenland. Deze schending is volgens de verzoeker concreet, omdat die als gevolg heeft gehad dan hij niet naar Frankrijk heeft kunnen reizen.

Prejudiciële vraag:

Moeten artikel 26, lid 2, VWEU, artikel 20, artikel 21, lid 1, en artikel 45, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie alsmede de artikelen 4, 5 en 6 van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling die niet toestaat dat een identiteitskaart die binnen de Europese Unie als reisdocument kan dienen, aan een onderdaan van een lidstaat wordt verstrekt omdat hij zijn woonplaats in een andere lidstaat heeft gevestigd?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-202/13 ; C-541/15; C-103/08; C-22/18

Specifiek beleidsterrein: BZ; JenV;