C-51/22 PannonHitel 

Contentverzamelaar

C-51/22 PannonHitel 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    30 maart 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    16 mei 2022

Trefwoorden : compensatie luchtreizigers, tussenpersoon, vergoeding

Onderwerp :

-           Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 90/314/EEG van de Raad

-           Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91

Feiten:

Verweerster was de uitvoerder van vlucht W63163 (luchthaven Henri Coandă, Boekarest, Roemenië– luchthaven van Bologna, Italië) die op 18-06-2020 zou worden uitgevoerd. Een in Roemenië woonachtige passagier heeft via de door VOLA.RO SRL, gevestigd in Roemenië, geëxploiteerde website www.vola.ro een ticket voor deze vlucht gekocht. De passagier heeft het ticket betaald aan VOLA.RO SRL, die het ticket op eigen naam had gekocht van verweerster. Daarbij heeft zij de persoonsgegevens van de passagier verstrekt en aan de passagier een boekingsbevestiging afgegeven. VOLA.RO SRL heeft de prijs van het ticket aan verweerster voldaan via haar eigen agentenrekening, door het bedrag te verrekenen met haar bemiddelingskredieten. Verweerster heeft de bovengenoemde vlucht wegens de coronapandemie geannuleerd. De passagier heeft de overeenkomst herroepen en heeft geen gebruik gemaakt van een vervangende vlucht. VOLA.RO SRL heeft verweerster verzocht de prijs van het ticket terug te betalen. Aangezien de bankoverschrijving om technische redenen was mislukt, heeft verweerster het bedrag gecrediteerd op de agentenrekening van VOLA.RO SRL. Verzoekster vordert volledige terugbetaling van het ticket op grond van artikel 5, lid 1, onder a), en artikel 8, lid 1, onder a), eerste streepje, van verordening 261/2004. Zij betoogt dat de omstandigheid dat VOLA.RO SRL als tussenpersoon heeft opgetreden geen afbreuk doet aan het recht van de passagier om zich rechtstreeks tot de verwerende luchtvaartmaatschappij te wenden voor volledige terugbetaling van het ticket. Verweerster betwist niet dat zij wegens de annulering van de vlucht terugbetaling verschuldigd is. Zij stelt zich evenwel op het standpunt dat zij niet aan de passagier, maar aan VOLA.RO SRL moet terugbetalen.

Overweging:

Uit de tekst van verordening 261/2004 blijkt niet duidelijk hoe het optreden van een dergelijke derde tussenpersoon, die niet als een door de luchtvaartmaatschappij erkende agent in de zin van artikel 2, sub f, van deze verordening kan worden aangemerkt en wiens in de hoedanigheid van tussenpersoon aangeboden diensten evenmin onderdeel uitmaken van een pakket in de zin van artikel 8, lid 2, van de verordening, moet worden beoordeeld. De in artikel 5, lid 1, onder a) en in artikel 8, lid 1, onder a), van verordening 261/2004 genoemde bijstand en keuze worden aan de passagier geboden. Artikel 8, lid 1, onder a), eerste streep, verwijst voor de wijze van terugbetaling naar artikel 7, lid 3, van de verordening. Daarin is bepaald dat terugbetaling in de vorm van reisbonnen en/of andere diensten alleen kan geschieden met de schriftelijke toestemming van de passagier. Anders dan artikel 7, lid 1, bepaalt deze regel niet uitdrukkelijk dat de compensatie aan de passagier wordt uitbetaald, terwijl dit, mede gelet op het bepaalde in artikel 8, lid 2, van de verordening, vermoedelijk wel de bedoeling van de wetgever is geweest. De uitdrukking „terugbetaling” kan uit grammaticaal oogpunt inderdaad aldus worden uitgelegd dat de luchtvaartmaatschappij de terugbetaling alleen aan degene kan verrichten die het ticket aan haar heeft betaald. Het antwoord op de vraag is noodzakelijk met het oog op de rechtszekerheid, zodat passagiers zowel van de luchtvaartmaatschappijen als van tussenpersonen terugbetaling kunnen vorderen en luchtvaartmaatschappijen niet verplicht worden dubbele compensatie te betalen.

Prejudiciële vraag:

Moeten artikel 5, lid 1, onder a), artikel 8, lid 1, onder a), eerste streepje, en lid 2, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: „verordening nr. 261/2004”) aldus worden uitgelegd dat de passagier het recht op terugbetaling van de koopprijs van het ticket rechtstreeks bij de luchtvaartmaatschappij kan uitoefenen, ook wanneer hij het ticket heeft geboekt met behulp van een als tussenpersoon optredende derde en hij de koopprijs aan deze tussenpersoon heeft voldaan, terwijl het ticket bij de luchtvaartmaatschappij door deze tussenpersoon is gekocht en betaald en niet is gebleken dat deze tussenpersoon als een door de luchtvaartmaatschappij erkende agent heeft opgetreden of als touroperator kan worden aangemerkt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: (C-601/17), (C-163/18)

Specifiek beleidsterrein: IenW