C-515/20 Finanzamt A 

Contentverzamelaar

C-515/20 Finanzamt A 

Prejudiciële hofzaak   

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 december 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     18 januari 2021

Trefwoorden : belastingen; gecombineerde nomenclatuur; “brandhout”

Onderwerp :

-           Bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014 (gecombineerde nomenclatuur, hierna: GN);

-           Zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992;

-           Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;

Feiten:

Partijen verschillen van mening over de toepassing van het verlaagde omzetbelastingtarief ten aanzien van de levering van houtsnippers. Verzoekster heeft in december 2015 aan verschillende klanten houtsnippers geleverd en heeft hen 7% btw in rekening gebracht. Verweerder stelt dat niet het verlaagde omzetbelastingtarief van 7%, maar het normale belastingtarief (19%) moet worden toegepast op verzoeksters leveringen, hetgeen verzoekster betwist.

Overweging:

De Duitse wetgever heeft bepaald dat de belasting op leveringen van bepaalde vormen van hout wordt verlaagd naar 7%. Bijlage 2 bij de wet verwijst naar de GN (gecombineerde nomenclatuur). Leveringen van houtsnippers komen niet in aanmerking voor het verlaagde belastingtarief, omdat deze als hout in de vorm van spanen of kleine stukjes moeten worden ingedeeld onder andere GN-onderverdelingen. De houtsnippers die in casu aan de orde zijn, zijn uitsluitend bestemd om als verbrandingsmateriaal te worden gebruikt. De eerste prejudiciële vraag betreft de uitlegging van het begrip „brandhout” in artikel 122 van de btw-richtlijn. Vervolgens betwijfelt de verwijzende rechter of de lidstaten bij de toepassing van de mogelijkheid in artikel 122 van de btw-richtlijn bevoegd zijn om voor de vaststelling van de juiste omschrijving van het toepassingsgebied van een verlaagd belastingtarief voor leveringen van brandhout gebruik te maken van de GN. Ten slotte heeft de verwijzende rechter  twijfels over het criterium waarmee wordt bepaald of twee goederen soortgelijk zijn.

Prejudiciële vragen:

1) Moet het begrip „brandhout” in artikel 122 van richtlijn 2006/112/EG aldus worden uitgelegd dat het iedere vorm van hout omvat die op grond van zijn objectieve eigenschappen uitsluitend bestemd is om te worden verbrand?

2) Kan een lidstaat die op grond van artikel 122 van richtlijn 2006/112/EG een verlaagd tarief voor leveringen van brandhout in het leven roept, voor de vaststelling van de juiste omschrijving van het toepassingsgebied daarvan gebruikmaken van de gecombineerde nomenclatuur overeenkomstig artikel 98, lid 3, van richtlijn 2006/112/EG?

3) Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord: mag een lidstaat de hem bij artikel 122 en artikel 98, lid 3, van richtlijn 2006/112/EG toegekende bevoegdheid om voor de vaststelling van de omschrijving van het toepassingsgebied van de verlaging van het belastingtarief voor leveringen van brandhout gebruik te maken van de gecombineerde nomenclatuur, met inachtneming van het beginsel van fiscale neutraliteit aldus uitoefenen dat de leveringen van verschillende vormen van brandhout die op grond van hun objectieve kenmerken en eigenschappen van elkaar verschillen, maar die uit het oogpunt van de gemiddelde consument aan dezelfde behoefte (in casu: verwarmen) voldoen – waarbij het vergelijkbare gebruik de maatstaf is – en dus met elkaar concurreren, aan verschillende belastingtarieven zijn onderworpen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Commissie/Spanje C-360/11; Regards Photographiques C-145/18; Belgisch Syndicaat van Chiropraxie e.a. C-597/17; Pro Med Logistik en Pongratz C-454/12 en C-455/12; The Rank Group C-259/10 en C-260/10; DHL Logistics (Slovakia) C-810/18; TDK-Lambda Germany GmbH C-559/18; Commissie/Duitsland C-380/16; Oxycure Belgium C-573/15; Commissie/Frankrijk C-119/11; Commissie/Finland C-169/00;

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal