C-532/14 en C-533/14 Toorank Productions

Contentverzamelaar

Terug C-532/14 en C-533/14 Toorank Productions

Gevoegde prejudiciële hofzaken

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraken
Klik op C-532/14 en op C-533/14 voor de volledige dossiers van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   23 januari 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   09 februari 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   09 maart 2015
Trefwoorden: douane (bindende tariefinlichting bti); gecombineerde nomenclatuur (GN)

Onderwerp
Verordening (EG) nr. 1719/2005 van de Commissie van 27 oktober 2005 tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (Pb L 286, blz. 1)

Zaak C-532/14
In deze zaak vraagt verzoekster Toorank een bindende tariefinlichting (bti) bij de Inspecteur (verweerder in beide zaken) voor een alcoholische drank, waarbij zij voorstelt deze in te delen in GN 2206 00 59. De Inspecteur besluit echter indeling onder 2208 70 10. Verzoekster is het daar niet mee eens en gaat in bezwaar (afgewezen). Bij de Rb wordt zij in het gelijk gesteld, waarna de Inspecteur in beroep gaat bij het HofAms dat de uitspraak van de Rb vernietigt: de drank heeft volgens het HofAms de objectieve kenmerken en eigenschappen van een ‘likeur’ en moet worden ingedeeld onder de door de Inspecteur aangewezen GN-code. Verzoekster gaat in cassatie. De verwijzende NL rechter (HR) haalt het arrest Siebrand aan waarin het HvJEU oordeelt over de tariefindeling van dranken die zijn bereid door aan een gegiste (basis)drank gedistilleerde alcohol alsmede andere stoffen toe te voegen. Door de verschillende stoffen waaruit die dranken bestaan vallen zij onder verschillende tariefposten (mengsels). Mengsels moeten volgens de GN-regels worden ingedeeld in de tariefpost waarin het bestanddeel wordt ingedeeld dat het wezenlijke karakter van het mengsel bepaalt. Het HvJEU heeft daarbij met name gewicht toegekend aan de bijdrage van de gedistilleerde alcohol, die meer aan het alcoholgehalte bijdraagt dan de gegiste alcohol. De HR vraagt zich af hoe dit in onderhavige zaak moet worden uitgelegd en toegepast om te bepalen of de drank het wezenlijke karakter van een onder post 2208 van de GN vallende drank heeft (verkregen). De vraag in zaak C-532/14 luidt als volgt:
“Dient post 2206 van de GN aldus te worden uitgelegd dat een drank met een alcoholvolumepercentage van 13,4, welke is verkregen door een als 'Ferm fruit' aangeduide, door gisting van appelconcentraat verkregen, gezuiverde alcoholhoudende (basis)drank te mengen met suiker, aroma's, kleur- en smaakstoffen, verdikkingsmiddelen, conserveermiddelen en gedistilleerde alcohol - in die zin dat deze alcohol zowel in volume als in percentage niet meer is dan 49 percent van de in de drank voorkomende alcohol, terwijl 51 percent daarvan bestaat uit door gisting verkregen alcohol -, moet worden ingedeeld onder deze post? Zo nee, dient postonderverdeling 2208 70 van de GN zo te worden uitgelegd dat een drank als deze als likeur onder deze postonderverdeling moet worden ingedeeld?”

Zaak C-533/14
Verzoekster Toorank ontvangt een naheffing accijns over oktober 2008 die na bezwaar wordt gehandhaafd. De Rb Breda vernietigt de uitspraak van de Inspecteur en vermindert de aanslag, waartegen beide partijen in beroep gaan bij het HofAms. Het HofAms bevestigt de uitspraak van de Rb waarna StasFIN in cassatie gaat. Ook in deze zaak gaat het om de indeling van een alcoholhoudende drank. In deze basisdrank zit geen gedistilleerde alcohol, enkel alcohol door gisting verkregen. De dranken zijn bereid door aan de basisdrank suiker, aroma's, kleurstoffen, smaakstoffen enz toe te voegen. Verzoekster heeft bij aangifte zowel de basisdrank als de dranken aangemerkt als "niet-mousserende tussenproducten" in de zin van van de Wet op de accijns. De Inspecteur stelt zich echter op het standpunt dat zowel de basisdrank als de dranken moeten worden aangemerkt als "overige alcoholhoudende producten" in de zin van de accijnswet. Hierop is een hoger tarief van toepassing.
De HR stelt in deze zaak de volgende vragen:
1. Dient post 2206 van de GN aldus te worden uitgelegd dat een door gisting van appelconcentraat verkregen, als 'Ferm fruit' aangeduide drank, die mede wordt gebruikt als basisdrank voor de vervaardiging van diverse andere dranken, een alcoholvolumepercentage heeft van 16, door zuivering (waaronder ultrafiltratie) neutraal is wat betreft kleur, geur en smaak, en waaraan geen gedistilleerde alcohol is toegevoegd, onder deze post moet worden ingedeeld? Zo nee, moet post 2208 van de GN zo worden uitgelegd dat een drank als deze onder deze post moet worden ingedeeld?
2. Dient post 2206 van de GN aldus te worden uitgelegd dat een drank met een alcoholvolumepercentage van 14, welke drank is verkregen door de hiervoor in vraag 1 omschreven (basis)drank te mengen met suiker, aroma' s, kleur- en smaakstoffen, verdikkingsmiddelen en conserveermiddelen en dat geen gedistilleerde alcohol bevat, moet worden ingedeeld onder deze post? Zo nee, dient post 2208 van de GN zo te worden uitgelegd dat een drank als deze onder deze post moet worden ingedeeld?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-150/08 Siebrand; C-196/10 Paderborner Brauerei Haus Cramer
Specifiek beleidsterrein: FIN

Gerelateerde documenten