C-555/14 IOS Finance EFC

Contentverzamelaar

Terug C-555/14 IOS Finance EFC

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   29 januari 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   15 februari 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   15 maart 2015
Trefwoorden: bestrijding betalingsachterstand bij handelstransacties –(on)eerlijke handelspraktijken

Onderwerp
Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties

Verzoekster is een incassodienst. Zij vraagt in september 2013 de gezondheidsdienst van Murcia (verweerster) om betaling van € 2.780.463,37 voor niet-betaalde facturen die aan verzoekster tot invordering zijn overgedragen. Aangezien verweerster niet reageert kondigt verzoekster aan de zaak aan de bestuursrechter te zullen voorleggen.
Verzoekster participeert vervolgens in het bijzondere financieringsmechanisme voor betaling van leveranciers, een recentelijk ingevoerde noodmaatregel tot bestrijding van betalingsachterstanden bij overheidsinstanties. Zij ontvangt daaruit het van verweerster gevorderde bedrag. Hierin is echter geen vertragingsrente en vergoeding van invorderingskosten opgenomen.
Verzoekster start in mei 2014 het aangekondigde beroep waarin zij vergoeding voor vertragingsrente en invorderingskosten eist. Zij stelt dat het recht om deze kosten in rekening te brengen van rechtswege ontstaat bij verstrijken van de betalingstermijn en niet voor afstand vatbaar is. De SPA regeling dat betaling van de hoofdsom leidt tot het tenietgaan van de aanspraak op vergoeding van rente en andere bijkomende kosten zou in strijd zijn met het EUR-recht. Verweerster is echter van mening dat deelname aan het financieringsmechanisme vrijwillig is en dat de afstand van het recht om vertragingsrente en invorderingskosten in rekening te brengen niet vóór het ontstaan van de schuld plaatsvindt maar op het moment dat de schuld is ontstaan en niet betaald is.

Gezien de korte tijd sinds de inwerkingtreding van het genoemde financierings-mechanisme twijfelt de verwijzende SPA rechter (Admin Rb Murcia) aan de juiste uitleg van artikel 7, leden 2 en 3 over de betaling van vertragingsrente en andere kosten.
Hij legt het HvJEU onderstaande vragen voor:
„Gelet op het bepaalde in de artikelen 4, lid 1, 6 en 7, leden 2 en 3, van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties:
- dient artikel 7, lid 2, van de richtlijn aldus te worden uitgelegd dat een lidstaat de invordering van de hoofdsom niet afhankelijk mag stellen van de afstand van het recht op vertragingsrente?
- dient artikel 7, lid 3, van de richtlijn aldus te worden uitgelegd dat een lidstaat de invordering van de hoofdsom niet afhankelijk mag stellen van de afstand van de vergoeding van invorderingskosten?
Indien deze twee vragen bevestigend worden beantwoord, mag de schuldenaar, wanneer het een openbare opdrachtgever betreft, een beroep doen op de wilsautonomie om zijn verplichting tot betaling van vertragingsrente en vergoeding van invorderingskosten te ontlopen?”

Specifiek beleidsterrein: VenJ mede EZ

Gerelateerde documenten