C-564/20 Minister for Agriculture Food and the Marine et Sea Fisheries Protection Authority

Contentverzamelaar

C-564/20 Minister for Agriculture Food and the Marine et Sea Fisheries Protection Authority

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     23 december 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     9 februari 2021

Trefwoorden :  visserij; gemeenschappelijk visserijbeleid;

Onderwerp :

-           Verordening 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen;

-           Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad;

-           Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1962 van de Commissie van 28 oktober 2015 tot wijziging van uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad;

-           Uitvoeringsverordening (EU) nr. 185/2013 van de Commissie van 5 maart 2013 tot verlaging van bepaalde aan Spanje toegewezen vangstquota in 2013 en de daaropvolgende jaren wegens overbevissing van een bepaald makreelquotum in 2009;

-           Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen;

Feiten:

Het geding betreft de rechtmatigheid van de door tweede geïntimeerde (Autoriteit ter bescherming van de zeevisserij; hierna: Autoriteit) aangewende methode voor het berekenen van de uitputting van het vangstquotum voor Nephrops norvegicus (hierna: nephrops) in een bepaald gebied vóór de westkust van Ierland. Op basis hiervan werd dit visserijgebied gedurende een deel van 2017 gesloten voor i) Ierse vaartuigen, bij besluit van eerste geïntimeerde, de minister van Landbouw, Voeding en Zeewezen en vervolgens voor (ii) alle vissers van de Europese Unie, via een sluitingsbericht van de Commissie. De Autoriteit was van oordeel dat de gegevens in de elektronische logboeken van de Ierse vissers voor de eerste zes maanden van 2017 niet betrouwbaar waren en heeft, in plaats van zich op die gegevens te baseren, een alternatieve methode toegepast om de hoeveelheid in het betrokken gebied gevangen nephrops te berekenen. Uit de berekening van de Autoriteit bleek dat de Ierse vissers hun quotum hadden overschreden, waarop de sluitingsberichten werden vastgesteld.

Overweging:

Dit verzoek betreft de uitlegging van artikel 33(2)a) en artikel 34 van verordening 1224/2009. De verwijzende rechter wenst met name te vernemen of de gegevens betreffende visvangsten, visserijinspanning en vangstmogelijkheden, die overeenkomstig deze bepalingen door de (enige) controleautoriteit van de lidstaat aan de Commissie moeten worden meegedeeld, beperkt zijn tot de gegevens uit de visserijlogboeken die door de vissers krachtens de artikelen 14 en 15 van de controleverordening aan deze autoriteit worden meegedeeld, dan wel of de autoriteit, wanneer de betrokken gegevens niet betrouwbaar zijn, zich voor haar kennisgevingen aan de Commissie op andere gegevensstromen mag baseren.

Prejudiciële vragen:

1) Moet de enige controleautoriteit van een lidstaat zich bij haar overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), en artikel 34 van de controleverordening aan de Europese Commissie verstrekte kennisgevingen en verklaringen beperken tot het meedelen van de door de vissers overeenkomstig de artikelen 14 en 15  van deze verordening in het logboek genoteerde vangstgegevens voor bepaalde visgronden, wanneer zij goede redenen heeft om aan te nemen dat de geregistreerde gegevens geenszins betrouwbaar zijn, of mag zij redelijke, wetenschappelijk onderbouwde methoden gebruiken om de geregistreerde gegevens te behandelen en te certificeren zodat nauwkeurigere vangstcijfers worden verkregen voor kennisgeving aan de Europese Commissie?

2) Kan de Autoriteit, wanneer zij dit op redelijke gronden wenst, rechtmatig gebruikmaken van andere gegevensstromen zoals visvergunningen, vismachtigingen, gegevens van het volgsysteem voor vaartuigen, aangiften van aanlanding, verkoopdocumenten en vervoersdocumenten?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: 283/81;

Specifiek beleidsterrein: LNV