C-566/15 Erzberger

Contentverzamelaar

Terug C-566/15 Erzberger

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   21 december 2015
Concept schriftelijke opmerkingen:       07 januari 2016
Schriftelijke opmerkingen:                   07 februari 2016
Trefwoorden: ondernemingsrecht; medezeggenschapsrecht werknemers

Onderwerp
- VWEU artikel 18 (discriminatieverbod); artikel 45 (vrij verkeer werknemers)

Verzoeker heeft aandelen in Tui AG, een wereldwijd actieve touroperator (verweerster) die een concern vormt met diverse van haar afhankelijke bedrijven. Binnen de EU, inclusief DUI, heeft zij bijna 40.000 werknemers. Verzoeker verwijt verweerster dat haar Raad van Toezicht (RvT) volgens de DUI wet op de medezeggenschap werknemers niet correct is samengesteld en hij is een procedure gestart. Volgens genoemde wet moet de helft van de leden in de RvT (hier 20) door werknemers worden gekozen, waarvan zeven werknemers van verweerster moeten zijn (en de overige drie vertegenwoordigers van vakbonden). Uit een verslag van de Bondsdagcommissie ten tijde van behandeling van het wetsontwerp (1976) blijkt dat er daarbij wordt uitgegaan dat deze inspraakrechten uitsluitend toekomen aan werknemers die bij in DUI gelegen vestigingen werken. Verzoeker is echter van mening dat de DUI regeling in strijd is met EUrecht, met name artikel 18 (discriminatieverbod) aangezien aan werknemers in andere EULS medezeggenschap wordt onthouden. Daarnaast is sprake van schending van het vrij verkeer werknemers (VWEU artikel 45) omdat het voor werknemers zo minder aantrekkelijk is vanuit een andere EULS voor het concern te werken. Verweerster meent echter dat EUrecht hier niet van toepassing, en er is geen sprake van vrij verkeer werknemers omdat de verkiesbaarheid in de RvT niet tot de arbeidsvoorwaarden behoort. De geadieerde regionale rechter wijst de vordering om die reden af: er is slechts sprake van een ‘onrechtstreeks gevolg’ waarop EUrecht niet van toepassing. Diverse andere gerechten oordelen eveneens afwijzend. Maar het Landgericht Frankfurt/Main beslist dat in het buitenland tewerkgestelde werknemers niet van medezeggenschap zijn uitgesloten en bijgevolg aan de verkiezing van werknemersvertegenwoordigers in de raad van toezicht kunnen deelnemen.

De verwijzende DUI rechter (Kammergericht Berlin) oordeelt dat mogelijk sprake is van schending van EUrecht maar heeft voor de beslissing antwoord van het HvJEU nodig op de onderstaande vraag:
“Is het verenigbaar met artikel 18 VWEU (discriminatieverbod) en artikel 45 VWEU (vrij verkeer van werknemers) dat een lidstaat het actief en passief kiesrecht voor de vertegenwoordigers van de werknemers in het toezichthoudende orgaan van een onderneming voorbehoudt aan de werknemers die in binnenlandse vestigingen van de onderneming of in binnenlandse concernondernemingen zijn tewerkgesteld?”
Aangehaalde (recente) jurisprudentie:
Specifiek beleidsterrein: VenJ
           mc 07-12-2015

 

Gerelateerde documenten