C-578/20 Sata Air Açores – Sociedade Açoriana de Transportes Aéreos

Contentverzamelaar

C-578/20 Sata Air Açores – Sociedade Açoriana de Transportes Aéreos

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     24 december 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     10 februari 2021

Trefwoorden : compensatie luchtreizigers;

Onderwerp :

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari [2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91;

Feiten:

Verzoekers hebben elk een vordering ingesteld tegen verweerster tot betaling van een schadevergoeding van €400,- aan de eerste verzoekster en €250,- aan de overige verzoekers. Zij baseren hun vordering op de annulering van de vluchten van verweerster, op grond van verordening 261/2004. In haar verweerschrift heeft verweerster aangevoerd dat die annuleringen te wijten waren aan de staking van haar onderhoudstechnici voor vliegtuigen, hoewel zij alles in het werk heeft gesteld wat in haar macht lag om die staking te voorkomen, waardoor de rechter moet vaststellen dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid die de vrijstelling van de betaling van deze schadevergoedingen rechtvaardigt.

Overweging:

Aangezien de feiten die ten grondslag liggen aan de gevraagde uitlegging of beoordeling van de geldigheid vaststaan, dient uitspraak te worden gedaan over de verwijzing, die verplicht is, aangezien de onderhavige zaak niet vatbaar is voor beroep.

Prejudiciële vraag:

Moet een staking van het onderhoudspersoneel voor vliegtuigen van een luchtvaartmaatschappij worden beschouwd als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004, wanneer de luchtvaartmaatschappij tevergeefs gesprekken en onderhandelingen heeft gevoerd teneinde de staking op te heffen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW