C-583/21, C-584/21, C-585/21 en C-586/21 NC e.a.

Contentverzamelaar

Terug C-583/21, C-584/21, C-585/21 en C-586/21 NC e.a.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    17 december 2021
Schriftelijke opmerkingen:                    3 februari 2022

Trefwoorden : ambtenaren, ontslag, arbeidsovereenkomst

Onderwerp :

Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen

Feiten:

Verzoeker, NC, heeft op het notariskantoor zijn diensten verricht voor verschillende notarissen (waaronder DV en BA). Op 30-09-2019 heeft DV aan NC een brief overhandigd waarin hij hem in de gelegenheid stelde om naar zijn nieuwe standplaats te verhuizen of de arbeidsverhouding te beëindigen. NC heeft ervoor gekozen de arbeidsverhouding te beëindigen en het saldo en de ontslagvergoeding te ontvangen. BA is vervolgens benoemd tot notaris van het genoemde notariaat. Op 11-02-2020 heeft notaris BA met NC een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, met een proeftijd van zes maanden. Op 16-03-2020 zijn NC en twee andere werknemers naar het notariskantoor gegaan en hebben zij de notaris BA verzocht om de instructies in het kader van de beheersing van de COVID-19-pandemie uit te voeren. In de namiddag van dezelfde dag heeft BA aan NC een brief gezonden waarin hij het dienstverband met ingang van dezelfde dag beëindigde op grond dat de proeftijd niet succesvol was doorlopen. NC heeft bij de verwijzende rechter een ontslagvordering ingesteld strekkende tot vaststelling van, enerzijds, de nietigheid van het ontslag en, anderzijds, de onrechtmatigheid ervan.

Overweging:

De verwijzende rechter zet uiteen dat in Spanje de notaris een openbaar ambtenaar is die in zijn ambt wordt aangesteld door middel van een vergelijkend onderzoek, maar die tevens de werkgever is van de werknemers die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, met wie hij arbeidsovereenkomsten heeft gesloten waarop alle algemene en Unierechtelijke arbeidswetgeving van toepassing is. De verwijzende rechter wijst erop dat het in onderhavige zaak gaat om een beëindiging van de arbeidsverhouding wegens het niet succesvol volbrengen van de proeftijd waarop zonder enige twijfel de algemene regels voor dit soort ontslag van toepassing zijn en waarvoor het van essentieel belang is de in aanmerking te nemen anciënniteit te bepalen, ongeacht of het ontslag rechtmatig of onrechtmatig is, aangezien in beide gevallen het recht op schadeloosstelling ontstaat, berekend op basis van het werkelijke loon en de anciënniteit van de werknemer, met bepaalde grenzen naargelang het ontslag rechtmatig of onrechtmatig is. De verwijzende rechter is van oordeel dat – gelet op het feit dat de werknemer sinds 24-05-2004 ononderbroken zijn diensten in loondienst heeft verricht voor rekening van de verschillende notarissen die achtereenvolgens het ambt van de notaris hebben bekleed, dat hij met hen verbonden is door een gewone arbeidsverhouding en zijn diensten heeft verricht op dezelfde werkplek, dat zijn werkgever sinds 11-02-2020 de nieuwe titularis, BA, is, die de werknemers die voor de vorige notaris hadden gewerkt, heeft overgenomen op dezelfde werkplek, zonder de anciënniteit over te nemen die is ontstaan door het begin van de band met het notariaat, en die vervolgens heeft beslist om de werknemer te ontslaan wegens het niet succesvol doorlopen van de proeftijd – de vraag rijst of een dergelijke situatie valt binnen de werkingssfeer van artikel 1, lid 1, onder a), van richtlijn 2001/23. 

Prejudiciële vragen C-583/21, C-584/21, C-585/21 en  C 586/21 zijn identiek:

Is artikel 1, lid 1, onder a), van richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, en daarmee de inhoud van deze richtlijn, van toepassing op de situatie waarin een notaris – een ambtenaar die tevens particulier werkgever is van het personeel dat bij hem in dienst is en wiens werkgeverschap wordt geregeld door het algemene arbeidsrecht en de betreffende sectorale collectieve arbeidsovereenkomst – het ambt en het protocol overneemt van de vorige notaris, de ambtelijke werkzaamheden op dezelfde werkplek met dezelfde materiële voorzieningen voortzet en het personeel van die vorige notaris overneemt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: BZK, SZW