C-589/13 F E Familienprivatstiftung Eisenstadt

Contentverzamelaar

Terug C-589/13 F E Familienprivatstiftung Eisenstadt

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   7 januari 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   24 januari 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   24 februari 2014
Trefwoorden: belastingen; vrij kapitaalverkeer; verdragen ter voorkoming van dubbele belastingbetaling (BEL en DUI)

Onderwerp: VWEU artikel 63 (vrij kapitaalverkeer)

Verzoekster is een private stichting naar OOS recht. Zij heeft onder meer in BEL en DUI een begunstigde. De zaak betreft de over de jaren 2001 en 2002 betaalde voorlopige belasting, die in OOS in 2001 is ingevoerd op uitkeringen uit private stichtingen. In de aangifte over de litigieuze jaren brengt verzoekster in haar desbetreffende belastingaangiften de hogere uitkeringen aan de twee begunstigden in BEL en DUI, waarop zij 25% ter zake van de belasting op kapitaalopbrengsten als bronbelasting had ingehouden, in aftrek. Beide begunstigden verzoeken binnen de daarvoor gestelde termijn om teruggave van de belasting op kapitaalopbrengsten op grond van de tussen OOS en respectievelijk BEL en DUI gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing. Die aanvragen zijn ingewilligd.
De belastingdienst maakt echter bezwaar tegen de door verzoekster verrichte aftrek van de grondslag van de voorlopige belasting omdat teruggave aan begunstigden had plaatsgevonden. Aangezien het nieuwe stelsel in 2001 is ingegaan is de vraag of de in 2002 gedane uitkeringen kunnen worden verrekend met de in 2001 betaalde voorlopige aanslag.
Verzoekster is van mening dat het feit dat uitkeringen waarover de begunstigde op grond van een belastingverdrag is vrijgesteld van de belasting op kapitaalopbrengsten, niet tot gevolg hebben dat de grondslag van de voorlopige belastingheffing wordt verminderd, hetgeen normaliter volgens de wet ten aanzien van in hetzelfde aangiftetijdvak gedane uitkeringen mogelijk is, in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal overeenkomstig (in de litigieuze periode) artikel 56 EG (thans VWEU artikel 63).

De verwijzende OOS rechter (Verwaltungsgerichtshof) de volgende vraag aan het HvJEU voor te leggen:
„Dient artikel 56 EG (thans artikel 63 VWEU) aldus te worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een belastingstelsel uit hoofde waarvan een Oostenrijkse Privatstiftung over kapitaalopbrengsten en inkomsten uit de verkoop van deelnemingen slechts dan belasting in de vorm van een „voorlopige belasting” ter waarborging van de binnenlandse enkelvoudige belasting is verschuldigd indien de ontvanger van uitkeringen van de Privatstiftung op grond van een belastingverdrag is vrijgesteld van de normaliter op uitkeringen geheven belasting op kapitaalopbrengsten?”

Specifiek beleidsterrein
: FIN

Gerelateerde documenten