C-593/13 Rina Services ea

Contentverzamelaar

Terug C-593/13 Rina Services ea

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   24 januari 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   10 februari 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   10 maart 2014
Trefwoorden: overheidsopdrachten; vrij verrichten van diensten; gelijke behandeling

Onderwerp
- VWEU artikel 49 (vrije vestiging) en 56 (vrij verrichten van diensten)
- Richtlijn 2004/17 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten;
- Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten;
- Richtlijn 2006/123 (dienstenrichtlijn)

De Voorzitter van de ITA MR heeft beroep ingesteld tegen het arrest van de regionale rechtbank Lazio waarbij verzoeksters beroep is toegewezen (er lopen meerdere zaken die voor deze zaak gevoegd zijn) voor zover het gericht is tegen het ITA decreet dat voorschrijft dat de statutaire zetel van een attesteringsinstelling van ondernemingen die aan aanbestedingen van overheidsopdrachten willen meedoen, zich op het grondgebied van de ITA Republiek moet bevinden.
Verweerder stelt dat het gaat om een publiekrechtelijke functie van certificering (de afgifte van kwalificatieattesten) en dat de bescherming die de wetgever verzekert aan deze attestering zijn grondslag vindt in de noodzaak de gunning van overheidsopdrachten te waarborgen en te beschermen. De te verrichten werkzaamheden betreffen het openbaar gezag en vallen volledig binnen de hypothese waarin volgens het Verdrag kan worden afgeweken van het beginsel van de vrijheid van vestiging.
Verzoeksters vragen zich af of het ITA decreet verenigbaar is met het EUR recht.

De verwijzende ITA rechter (RvS) Hij stelt de volgende vragen aan het HvJEU.
1. Verzetten de beginselen van het Verdrag inzake de vrijheid van vestiging (artikel 49 VWEU) en het vrij verrichten van diensten (artikel 56 VWEU) alsook de beginselen in richtlijn 2006/123/EG zich tegen de vaststelling en toepassing van een nationale regeling die bepaalt dat de statutaire zetel van attesteringsinstellingen, die de rechtsvorm van een vennootschap op aandelen hebben, zich op het grondgebied van de Italiaanse Republiek moet bevinden?
2. Moet de derogatie van artikel 51 VWEU aldus worden uitgelegd dat daaronder een werkzaamheid valt als attestering door privaatrechtelijke lichamen, die enerzijds de rechtsvorm van een vennootschap op aandelen moeten hebben en in een markt met mededinging opereren, en anderzijds werkzaamheden verrichten ter uitoefening van het openbaar gezag, en daarom onderworpen zijn aan een vergunning en strenge controles door de toezichthouder?

Specifiek beleidsterrein: EZ mede BZK

Gerelateerde documenten