C-605/20 Suzlon Wind Energy Portugal

Contentverzamelaar

C-605/20 Suzlon Wind Energy Portugal

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 februari 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     19 maart 2021

Trefwoorden : Fiscale bepalingen; belasting over de toegevoegde waarde

Onderwerp :

Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid- Staten inzake omzetbelasting;

Feiten:

Verzoekster is een wind-energieonderneming die met haar moederbedrijf een garantieovereenkomst had gesloten. In deze overeenkomst is een garantieafspraak vastgelegd, waarbij het moederbedrijf productgarantie moest leveren, terwijl verzoekster de kosten van door derden via het moederbedrijf geregelde zaken moest dragen. Vanaf september 2007 begonnen de S88 V2 turbines die geleverd waren door het moederbedrijf echter barsten te tonen, die voortkwamen uit een algemene seriefout. Hieropvolgend is er een dienstverleningsovereenkomst gesloten met het moederbedrijf, waarin de reparatie van de windturbines geregeld wordt in een klant-dienstverlener verband. Hierna heeft de verzoekster de windturbines zelf gerepareerd en debetnota’s verstuurd naar het moederbedrijf voor de reparatiewerkzaamheden die verricht waren. Hierop was echter geen btw in rekening gebracht, en was geen vrijstellingsgrond vermeld, aangezien de belastingplichtige meende dat hier sprake was van een schadevergoeding die uitgezonderd was van btw. De Portugese belastingdienst was het hier echter niet mee eens en legde een naheffingsaanslag op, waartegen de verzoekster in beroep is gegaan.

Overweging:

De verwijzende rechter stelt dat niet kan worden uitgesloten dat er sprake is van een dienstverrichting ten behoeve van het moederbedrijf in plaats van een afnamerelatie tussen beide, aangezien verzoekster verder is gegaan dan reparatieverzoeken, maar actief maatregelen heeft getroffen om fabricagefouten te verhelpen, deels ter behoeve van het moederbedrijf. Verder kan volgens de verwijzende rechter ook niet worden uitgesloten dat deze dienstverrichting wordt aangemerkt als dienstverrichting onder bezwarende titel onder nationale wetgeving, aangezien er geen korting op prijs is geboekt. In de garantieovereenkomst is er een onderscheid gemaakt tussen de productgarantie en bouwgarantie, en is de aansprakelijkheid erover verdeeld. Dit is verstoord door de latere overeenkomst teneinde van het oplossen van het probleem van de windturbines, waarbij de verzoekster ze repareert, wat de garantie uitbreidt naar diensten. De kwalificatie van diensten voor btw-doeleinden geeft echter aanleiding tot de prejudiciële vragen, namelijk of de btw-richtlijn erin voorziet dat handelingen zoals in deze zaak kunnen worden aangemerkt als goederenleveringen en dienstverrichtingen om de reden dat zij terug te voeren zijn op een productgarantie.

Prejudiciële vragen:

I Is met het Unierecht verenigbaar de uitlegging volgens welke de tijdens de zogenaamde „garantieperiode” uitgevoerde reparaties enkel worden beschouwd als vrijgestelde handelingen wanneer zij om niet worden uitgevoerd en voor zover zij stilzwijgend zijn begrepen in de verkoopprijs van het product dat onder de garantie valt, zodat diensten die in de garantieperiode worden verricht (of daarvoor nu materialen worden aangewend of niet) en worden gefactureerd, moeten worden geacht te zijn onderworpen aan [de] belasting [over de toegevoegde waarde], daar zij noodgedwongen moeten worden aangemerkt als diensten verricht onder bezwarende titel?

II Moet de uitschrijving van een debetnota aan een leverancier van windturbineonderdelen voor de terugbetaling van de kosten die de koper van deze producten tijdens de garantieperiode heeft gemaakt voor de vervanging van onderdelen (nieuwe importen van producten van de leverancier waarop btw is toegepast en die recht op aftrek hebben gegeven) en de desbetreffende reparatie (door diensten van derden te verwerven met toepassing van btw), in het kader van de verrichting ten behoeve van derden van diensten voor de bouw van een windturbinepark door die koper (die tot dezelfde groep behoort als de verkoper, met statutaire zetel in een derde land), worden aangemerkt als een eenvoudige doorberekening van kosten en als dusdanig vrijgesteld van btw, dan wel als een dienstverrichting onder bezwarende titel waarover btw moet worden aangerekend?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: EDM C-77/01;

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal