C-607/13 Cimmino ea

Contentverzamelaar

Terug C-607/13 Cimmino ea

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   24 januari 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   10 februari 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   10 maart 2014
Trefwoorden: douane (smokkel); invoer bananen

Onderwerp
- Verordening (EG) nr. 2362/98 van de Commissie van 28 oktober 1998 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad betreffende de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap
- Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995
betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese
Gemeenschappen

Verzoekers hebben een lucratieve methode bedacht om invoerrechten (op bananen) te omzeilen. Hoe? Dat staat uitgebreid beschreven in de randnummers 1 en 2 van de verwijzingsbeschikking. In 2005 worden Orsero en Misturelli veroordeeld voor smokkelhandel en (laatstgenoemde enkel voor) het afleggen van valse verklaringen. Alle partijen worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding. Veroordeelden en de andere burgerlijke partijen spannen een beroepszaak aan (uitspraak in 2011) voor wat betreft de opgelegde schadevergoeding. Die zaak strandt omdat de hoofdverdachte Orsero inmiddels is overleden en de strafzaak tegen Misturelli inmiddels zou zijn verjaard. Misturelli wordt wel civielrechtelijk aansprakelijk gehouden en voor het overige (de te betalen schadevergoeding) wordt het vonnis in eerste instantie gehandhaafd. De burgerlijke partijen komen hiertegen op bij het Hof van Cassatie. Verzoekers verwijten de rechter in beroep met name de onjuiste uitlegging van de begrippen „marktdeelnemers-nieuwkomers” en „traditionele marktdeelnemers”.

De verwijzende ITA rechter (Hof van Cassatie) overweegt dat de handelwijze van verzoekers aanleiding kan geven te spreken van rechtsmisbruik ter verkrijging van een fiscaal voordeel. De toekenning van dat voordeel is mogelijkerwijs in strijd met het nagestreefde doel van Vo. 2362/98 (het openstellen van de markt voor nieuwkomers). Om te kunnen vaststellen of het hier om misbruik gaat heeft hij antwoord nodig op de volgende vragen die hij aan het HvJEU voorlegt:
1) Moet artikel 11 van verordening nr. 2362/98, dat bepaalt dat de lidstaten zich ervan vergewissen of de betrokken marktdeelnemers voor eigen rekening als economische eenheid die uit een oogpunt van leiding, personeel en werking autonoom is, in de betrokken sector een activiteit op het gebied van invoer uitoefenen, aldus worden uitgelegd dat alle invoer die voor rekening van een traditionele marktdeelnemer wordt verricht, van de betrokken douanegunstregeling is uitgesloten wanneer die verrichtingen worden uitgevoerd door ondernemingen die enkel formeel aan de in die regeling gestelde voorwaarden voldoen wat het begrip „marktdeelnemersnieuwkomers” in de zin van deze verordening betreft?
2) Staat verordening nr. 2362/98 een traditionele marktdeelnemer toe om van buiten de Europese Unie afkomstige bananen te verkopen aan een marktdeelnemer-nieuwkomer met wie hij een overeenkomst heeft gesloten om bananen tegen een verlaagd douanetarief in de Europese Unie in te voeren, waarna deze nieuwe marktdeelnemer die bananen opnieuw aan diezelfde traditionele marktdeelnemer verkoopt tegen een prijs die is afgesproken vóór de uitvoering van de gehele transactie, zonder dat de nieuwkomer daarbij enig economisch risico loopt of middelen dient in te zetten?
3) Levert in de tweede vraag genoemde overeenkomst schending op van het in artikel 21, lid 2, van verordening nr. 2362/98 vastgestelde verbod van overdracht van rechten door een marktdeelnemer-nieuwkomer aan een traditionele marktdeelnemer, zodat de verrichte overdracht geen effecten sorteert en overeenkomstig artikel 4, lid 3, van verordening nr. 2988/95 het gewone douanetarief en niet het verlaagde tarief verschuldigd blijft?

Specifiek beleidsterrein:
FIN mede BZ-BEB, FIN

Gerelateerde documenten