C-623/13 De Ruyter

Contentverzamelaar

Terug C-623/13 De Ruyter

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   24 januari 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   10 februari 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   10 maart 2014
Trefwoorden: sociale zekerheid; vrij verkeer werknemers; Verdrag ter voorkoming dubbele belasting (FRA/NL)

Onderwerp
- VWEU artikel 45 (vrij verkeer werknemers)
- Verordening 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (Pb L 149, blz 2)

Verzoeker Gerard de Ruyter is een NL onderdaan die in FRA woont waar hij directeur is van Vermeer Verenigde Bedrijven BV. Hij doet over de jaren 1997 – 2004 aangifte van inkomsten uit salaris, uit roerend vermogen, bedrijfs- en handelswinsten en lijfrenten onder bezwarende titel uit NL bron. Wat de lijfrenten betreft heeft hij niet opgegeven dat deze afkomstig zijn uit de eerdere vorming van vermogen waaraan zijn werkgever had bijgedragen. De belastingdienst beschouwt de lijfrenteinkomsten als inkomsten uit vermogen waarvoor een aanvullende bijdrage van 0,3% wordt geheven. Verzoeker vecht dat besluit aan omdat deze inkomsten ook al in NL zijn belast en dat de heffing in strijd is met artikel 13 van Vo. 1408/71. Bij de rechtbank in eerste instantie vangt hij bot, maar het Administratief Hof van Beroep Marseille stelt hem (gedeeltelijk) in het gelijk.
De FRA MinEZ (verweerder) vraagt de RvS om vernietiging van het arrest van het Hof Marseille van 15 oktober 2009. Hetzelfde verzoek wordt gedaan naar aanleiding van een arrest van het Hof Marseille van 1 juli 2010 dat gaat over de inkomstenperiode 2001 tot en met 2004 (de eerste zaak betreft de periode 1997 – 2000).

De verwijzende FRA rechter (RvS) overweegt dat in het toen geldende EURrecht geen bevoegdheidsverdeling tussen de EULS was geregeld voor het voorkomen van dubbele belastingheffing. In deze zaak rijst de vraag of fiscale heffingen over de inkomsten uit vermogen, alleen al vanwege het feit dat zij bijdragen aan de financiering van de FRA verplichte socialezekerheidsregelingen, rechtstreeks en nadrukkelijk verband houden met bepaalde takken van sociale zekerheid die worden genoemd in artikel 4 van Vo. 1408/71 en derhalve vallen binnen de werkingssfeer van die verordening. Hij stelt de volgende vraag aan het HvJEU.
„Houden fiscale heffingen over inkomsten uit vermogen zoals de sociale bijdrage over inkomsten uit vermogen, de bijdrage aan de afbetaling van de sociale schuld over diezelfde inkomsten, de sociale heffing van 2 % en de aanvullende bijdrage bij die heffing, alleen al vanwege het feit dat zij bijdragen aan de financiering van de Franse verplichte socialezekerheidsregelingen, rechtstreeks en nadrukkelijk verband met bepaalde takken van sociale zekerheid die worden genoemd in artikel 4 van de verordening van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en vallen zij derhalve binnen de werkingssfeer van die verordening?”

Specifiek beleidsterrein: SZW mede FIN

Gerelateerde documenten