C-626/21 Funke 

Contentverzamelaar

C-626/21 Funke 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    26 november 2021
Schriftelijke opmerkingen:                    12 januari 2022

Trefwoorden : productveiligheid, Rapex-kennisgevingsprocedure, markttoezicht

Onderwerp :

-           Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid

-           Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93

-           Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/417 van de Commissie van 8 november 2018 tot vaststelling van richtsnoeren voor het beheer van het systeem van de Europese Unie voor snelle uitwisseling van informatie (Rapex) uit hoofde van artikel 12 van Richtlijn 2001/95/EG inzake algemene productveiligheid en het bijbehorende kennisgevingssysteem

Feiten:

Bij de uitoefening van het markttoezicht door het regionaal directoraat van de politie van Wenen (LPD)

bij een handelaar in pyrotechnische artikelen werd vastgesteld dat deze diverse pyrotechnische artikelen in voorraad had die voor gebruikers niet veilig waren. Bij besluit werd aan de betrokken handelaar een

verkoopverbod van het knalvuurwerk opgelegd en werd hij krachtens § 27a, lid 1, punt 3, van de wet op de pyrotechniek verplicht om deze artikelen terug te roepen. De LPD heeft vervolgens een Rapex-kennisgevingsprocedure ingeleid en de betreffende kennisgevingen bij de Commissie gedaan. Verzoekster, de importeur van de pyrotechnische artikelen waarop de Rapex-kennisgevingen betrekking hebben, heeft bij de LPD verzocht om aanvulling van de Rapex-kennisgevingen alsmede om inzage in het dossier van de Rapex-kennisgevingsprocedure. De bestuursrechter in eerste aanleg heeft beide verzoeken afgewezen met als motivatie dat uit de wettelijke bepalingen niet kan worden opgemaakt dat de Oostenrijkse rechtsorde marktdeelnemers als verzoekster het recht verleent om met het oog op de aangevoerde elementen een verzoek in te dienen betreffende inzage in het dossier of aanvulling van de Rapex-kennisgeving. Evenwel biedt ook uitvoeringsbesluit 2019/417 van de Commissie geen aanknopingspunten voor een dergelijke aanname. Verzoekster heeft daarentegen aangevoerd dat zij in casu als marktdeelnemer rechtstreeks is geraakt door het bestuurlijk optreden van de LPD als overheid, en zij derhalve naar Oostenrijks bestuursprocesrecht de rechten van een partij heeft.

Overweging:

Met dit verzoek om een prejudiciële beslissing wordt met name beoogd opheldering te verkrijgen omtrent de vraag of een marktdeelnemer rechtstreeks aan de Rapex-richtsnoeren het recht kan ontlenen om een verzoek tot aanvulling van een Rapex-kennisgeving in te dienen en of de marktdeelnemer afdoende rechterlijke bescherming geniet tegen de belemmeringen die voortvloeien uit een Rapex-kennisgeving. Wat het recht op aanvulling van de Rapex-kennisgeving betreft, is de verwijzende rechter van mening dat enige bepalingen van de Rapex-richtsnoeren erop lijken te wijzen dat het Unierecht niet voorziet in een recht voor een marktdeelnemer op aanvulling van een Rapex-kennisgeving, en een verzoek daartoe derhalve niet ontvankelijk is. Wat betreft de bevoegdheid om te beslissen over een verzoek van een marktdeelnemer tot aanvulling van een Rapex-kennisgeving, is de verwijzende rechter van mening dat enige bepalingen ervoor pleiten dat de autoriteit van de betrokken lidstaat bevoegd is om over een dergelijk verzoek te beslissen, maar andere bepalingen er daarentegen voor pleiten dat die bevoegdheid bij de Commissie ligt. Wat betreft de rechterlijke bescherming dient te worden verduidelijkt of de Rapex-richtsnoeren aldus moeten worden uitgelegd dat de verplichte maatregel slechts kan worden beschouwd als uitgangspunt voor nader onderzoek door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor een Rapex-kennisgeving en in het bijzonder of naast de verplichte maatregel aanvullende informatie in de Rapex kennisgeving wordt opgenomen en vervolgens wordt verspreid.

Prejudiciële vragen:

Dienen

- richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB 2002, L 11, blz. 4), in de versie zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 765/2008 (PB 2008, L 218, blz. 30) en bij verordening (EG) nr. 596/2009 (PB 2009, L 188, blz. 14) (hierna: „productveiligheidsrichtlijn”), en met name artikel 12 en bijlage II,

- verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 339/93 (PB 2008, L 218, blz. 30; hierna: „markttoezichtverordening”), en met name de artikelen 20 en 22, alsmede

- uitvoeringsbesluit (EU) 2019/417 van de Commissie van 8 november 2018 tot vaststelling van richtsnoeren voor het beheer van het systeem van de Europese Unie voor snelle uitwisseling van informatie (Rapex) uit hoofde van artikel 12 van richtlijn 2001/95/EG inzake algemene productveiligheid en het bijbehorende kennisgevingssysteem (PB 2019, L 73, blz. 121; hierna: „Rapex-richtsnoeren”) aldus te worden uitgelegd dat

1. het recht van een marktdeelnemer op aanvulling van een Rapexkennisgeving rechtstreeks uit deze voorschriften voortvloeit?

2. de Europese Commissie bevoegd is om op een dergelijk verzoek te beslissen?

dan wel

3. de autoriteit van de betrokken lidstaat bevoegd is om op een dergelijk verzoeken te beslissen?

(Indien de derde vraag bevestigend wordt beantwoord:)

4. de (nationale) rechterlijke bescherming tegen een dergelijke beslissing toereikend is, wanneer deze niet aan eenieder wordt geboden, maar uitsluitend aan de door de (verplichte) maatregel geraakte marktdeelnemer tegen de door de autoriteit vastgestelde (verplichte) maatregel?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: VWS, EZK