C-640/21 Zes Zollner Electronic  

Contentverzamelaar

C-640/21 Zes Zollner Electronic  

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    23 december 2021
Schriftelijke opmerkingen:                    9 februari 2022

Trefwoorden : douanecontrole, goederen, materiële vergissing

Onderwerp :

Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie

Feiten:

Bij proces-verbaal van administratieve overtreding van 02-09-2019 is de vennootschap SC Zes Zollner Electronic SRL (verzoekster) bestraft met een administratieve boete van 3 000 RON en aanvullend met inbeslagname van de tegenwaarde van de niet-ingeklaarde goederen, wegens een administratieve overtreding die bestond uit het onttrekken van 5 000 geïntegreerde schakelingen ter waarde van 4 590 euro aan de douanecontrole. Hoewel er twee facturen waren voor elk 5 000 geïntegreerde schakelingen, heeft verzoekster bij het douanegrenskantoor in Roemenië één elektronisch vervoersdocument ingediend waarmee slechts 5 000 stuks in het vrije verkeer zijn gebracht. In haar boekhouding heeft verzoekster echter de totale ingevoerde hoeveelheid (10 000) geïntegreerde schakelingen geregistreerd. Daaruit heeft de douane geconcludeerd dat verzoekster 5 000 geïntegreerde schakelingen ter waarde van 4 590 euro heeft onttrokken aan de douanecontrole en heeft het genoemde proces-verbaal opgesteld. Verzoekster heeft tegen dit proces-verbaal bestuursrechtelijk beroep ingesteld. In eerste aanleg is haar vordering afgewezen. Verzoekster heeft tegen het vonnis in eerste aanleg hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter. Ter onderbouwing van het hoger beroep voert zij aan dat onterecht is vastgesteld dat die 5 000 geïntegreerde schakelingen zijn onttrokken aan de douanecontrole. Zij was integendeel te goeder trouw en heeft de vermeende overtreding zelf ter kennis van de douane gebracht. Er is dus geen sprake van onttrekking maar van een materiële vergissing.

Overweging:

De verwijzende rechter wijst erop dat zijn oordeel in de zaak afhangt van de toepassing en uitlegging van artikel 173 van verordening 952/2013, aangezien in casu betwist wordt of dit artikel al of niet van toepassing is en hoe het begrip „andere goederen dan die waarop de douaneaangifte oorspronkelijk betrekking had” moet worden uitgelegd. Zowel de douane als de rechter in eerste aanleg hebben geoordeeld dat artikel 173 van verordening 952/2013 niet van toepassing is omdat dat artikel niet kan slaan op andere goederen dan de 5 000 geïntegreerde schakelingen waarvoor de douaneaangifte is opgesteld. In die context verzoekt de verwijzende rechter het Hof om vast te stellen of in het hoofdgeding artikel 173 dan wel artikel 174 van verordening 952/2013 van toepassing is. Bovendien vraagt deze rechter zich af of die verordening eventueel een andere procedure bevat waarmee een vergissing als die in casu zonder administratieve aansprakelijkheidsstelling kan worden hersteld.

Prejudiciële vragen:

1. Wanneer de ontvanger vaststelt dat er meer goederen zijn dan in de aanvankelijke douaneaangifte is vermeld, is dan artikel 173 of 174 van verordening [nr.] 952/2013 van toepassing?

2. Slaat de zinsnede „andere goederen dan die waarop [de douaneaangifte] oorspronkelijk betrekking had” in artikel 173 van [die] verordening op andere goederen vanuit kwantitatief oogpunt, kwalitatief oogpunt, of beide oogpunten?

3. Als de ontvanger meer goederen aantreft dan in de douaneaangifte is vermeld, heeft hij dan volgens de verordening een procedure tot zijn beschikking waarmee hij de fouten kan herstellen zonder dat hem een administratieve of strafrechtelijke sanctie wordt opgelegd?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal, FIN