C-653/21 Syndicat Uniclima

Contentverzamelaar

C-653/21 Syndicat Uniclima

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    6 januari 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    23 februari 2022

Trefwoorden : veiligheidsvoorschriften, brandgevaar, ontvlambare koelmiddelen, CE-markering

Onderwerp :

-           Verordening nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen

-           Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG

-           Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen

-           Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur

-           Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij

Feiten:

Bij besluit van 10-05-2019 heeft de minister van Binnenlandse Zaken het besluit van 25-06-1980 houdende goedkeuring van de algemene veiligheidsvoorschriften tegen brandgevaar en paniek in voor het publiek toegankelijke inrichtingen gewijzigd om, onder bepaalde daarin vastgestelde veiligheidsvoorwaarden, het gebruik van apparatuur waarin ontvlambare koelmiddelen worden gebruikt, toe te staan in die inrichtingen. Met een verzoekschrift, een memorie van repliek en een nieuwe memorie, geregistreerd bij het secretariaat van de afdeling bestuursrechtspraak van de Conseil d’État, verzoekt de vakbond Uniclima de Conseil d’État primair om dit besluit houdende goedkeuring van de algemene veiligheidsvoorschriften tegen brandgevaar en paniek in voor het publiek toegankelijke inrichtingen, alsmede de beslissing van 21-08-2019 waarbij de minister van Binnenlandse Zaken het door Uniclima tegen dat besluit gemaakte bezwaar heeft afgewezen, nietig te verklaren wegens bevoegdheidsoverschrijding. De vakbond Uniclima betoogt dat het bestreden besluit en de bestreden beslissing ongeldig zijn wegens het feit dat de minister van Milieu het besluit niet heeft medeondertekend, wat in strijd is met artikel 22 van de Grondwet. Daarnaast stelt Uniclima dat het besluit in strijd is met verordening 517/2014, voor zover het bestreden besluit de vermindering van gefluoreerde broeikasgasemissies niet voldoende bevordert; en met richtlijn 2006/42, richtlijn 2014/35 en richtlijn 2014/68 voor zover het bestreden besluit voorziet in strengere veiligheidsnormen dan deze richtlijnen.

Overweging:

Het antwoord op de door de verzoekende partij aangevoerde middelen hangt af van de vraag of ten eerste, het zich met de harmonisatie waarin richtlijn 2006/42, richtlijn 2014/35 en richtlijn 2014/68 voorzien, verdraagt dat de lidstaten veiligheidseisen vaststellen voor onder deze richtlijnen vallende apparatuur, wanneer die eisen niet inhouden dat apparatuur die blijkens de CE-markering voldoet aan de eisen van die richtlijnen, veranderingen moet ondergaan, en, zo ja, onder welke voorwaarden en binnen welke grenzen. Ten tweede vraagt de verwijzende rechter zich af, of het zich met die harmonisatie verdraagt dat de lidstaten, uitsluitend voor het gebruik van dergelijke apparatuur in voor het publiek toegankelijke ruimten en gelet op de specifieke brandveiligheidsrisico’s, veiligheidseisen vaststellen die kunnen inhouden dat apparatuur veranderingen moet ondergaan, hoewel die apparatuur voldoet aan de eisen van de richtlijnen, hetgeen blijkt uit de CE-markering. Ten derde, indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, of die vraag dan bevestigend kan worden beantwoord als de desbetreffende veiligheidseisen alleen gelden wanneer die apparatuur ontvlambare koelmiddelen gebruikt als alternatief voor gefluoreerde broeikasgassen overeenkomstig de doelstellingen van verordening 517/2014, en voorts alleen betrekking hebben op apparatuur die weliswaar voldoet aan de eisen van de richtlijnen, maar niet hermetisch is afgesloten en daardoor niet de betreffende veiligheid biedt, gelet op het brandgevaar dat het gebruik van ontvlambare koelmiddelen met zich meebrengt.

Prejudiciële vragen:

1) Verdraagt het zich met de harmonisatie waarin richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006, richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 en richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 voorzien, dat de lidstaten veiligheidseisen vaststellen voor onder deze richtlijnen vallende apparatuur, wanneer die eisen niet inhouden dat apparatuur die blijkens de CE-markering voldoet aan de eisen van die richtlijnen, veranderingen moet ondergaan, en, zo ja, onder welke voorwaarden en binnen welke grenzen?

2) Verdraagt het zich met die harmonisatie dat de lidstaten, uitsluitend voor het gebruik van dergelijke apparatuur in voor het publiek toegankelijke ruimten en gelet op de specifieke brandveiligheidsrisico’s, veiligheidseisen vaststellen die kunnen inhouden dat apparatuur veranderingen moet ondergaan, hoewel die apparatuur voldoet aan de eisen van de richtlijnen, hetgeen blijkt uit de CEmarkering?

3) Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, kan die vraag dan bevestigend worden beantwoord als de desbetreffende veiligheidseisen alleen gelden wanneer die apparatuur ontvlambare koelmiddelen gebruikt als alternatief voor gefluoreerde broeikasgassen overeenkomstig de doelstellingen van verordening nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, en voorts alleen betrekking hebben op apparatuur die weliswaar voldoet aan de eisen van de richtlijnen, maar niet hermetisch is afgesloten en daardoor niet de betreffende veiligheid biedt, gelet op het brandgevaar dat het gebruik van ontvlambare koelmiddelen met zich meebrengt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: BZK, EZK