C-667/21 Krankenversicherung Nordrhein

Contentverzamelaar

C-667/21 Krankenversicherung Nordrhein

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    4 januari 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    21 februari 2022

Trefwoorden : gegevensbescherming, gezondheidsgegevens, medische dienst, werknemer

Onderwerp :

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (AVG).

Feiten:

Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen verzoeker en zijn werkgever, een medische dienst van een zorgverzekeraar (MDK). Partijen zijn het oneens over het antwoord op de vraag of verweerder een vergoeding aan verzoeker dient te betalen voor de materiële en immateriële schade die hij heeft geleden wegens schending van gegevensbeschermingsbepalingen in het kader van de arbeidsverhouding. Verzoeker was sinds 22-11-2017 ononderbroken arbeidsongeschikt wegens ziekte. Na het einde van de loondoorbetaling door verweerder ontving verzoeker een ziekte-uitkering van zijn zorgverzekeraar. Op 06-06-2018 heeft de zorgverzekeraar van verzoeker de verwerende MDK de opdracht gegeven een deskundigenadvies op te stellen om de twijfels omtrent verzoekers arbeidsongeschiktheid weg te nemen. Verzoeker is van mening dat verweerder, gelet op de tussen hen bestaande arbeidsverhouding, in zijn geval de taken van een medische dienst niet mocht uitoefenen. Het opstellen van een deskundigenadvies om de twijfels omtrent de arbeidsongeschiktheid van een werknemer weg te nemen, gaat in de regel gepaard met de verwerking van dergelijke gezondheidsgegevens, die in het kader van de arbeidsverhouding niet mogen worden verwerkt. Verweerder is van mening dat hij geen inbreuk heeft gemaakt op gegevensbeschermingsbepalingen. Hij mocht de bij wet aan hem als medische dienst opgedragen taak om de arbeidsongeschiktheid te beoordelen ook in het geval van verzoeker vervullen, ook al was hij diens werkgever.

Overweging:

Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of artikel 9, lid 2, onder h), AVG aldus moet worden uitgelegd dat een MDK gegevens over gezondheid van zijn werknemer, die een voorwaarde voor de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van die werknemer vormen, niet mag verwerken. Aangezien de door verweerder verwerkte gegevens over gezondheid in de zin van artikel 9, lid 1, AVG zijn, moet allereerst worden onderzocht of de gegevensverwerking in het kader van het opstellen en opslaan van het deskundigenadvies reeds op grond van artikel 9, lid 1, AVG verboden is. Dit zou het geval zijn indien geen van de in artikel 9, lid 2, AVG genoemde uitzonderingen van toepassing is. De tweede vraag rijst alleen indien het Hof de eerste vraag ontkennend beantwoordt. In dat geval moet worden verduidelijkt welke eisen in het kader van de gegevensverwerking moeten worden gesteld aan de gegevensbescherming. Daarnaast moet ook worden verduidelijkt of de toelaatbaarheid respectievelijk de rechtmatigheid van de verwerking van gezondheidsgegevens tevens ervan afhangt of aan ten minste een van de in artikel 6, lid 1, AVG genoemde voorwaarden is voldaan. Voor zover uit de antwoorden van het Hof op de eerste drie vragen blijkt dat er in het hoofdgeding sprake is van een inbreuk of zelfs meerdere inbreuken op de AVG, moet ervan uit worden gegaan dat verzoeker in beginsel een recht op schadevergoeding jegens verweerder uit hoofde van artikel 82, lid 1, AVG heeft.

Prejudiciële vragen:

1. Moet artikel 9, lid 2, onder h), van verordening (EU) 2016/679 (algemene verordening gegevensbescherming; hierna: „AVG”) aldus worden uitgelegd dat een medische dienst van een zorgverzekeraar gezondheidsgegevens van zijn werknemer, die een voorwaarde voor de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van die werknemer zijn, niet mag verwerken?

2. Voor het geval het Hof van Justitie de eerste vraag ontkennend beantwoordt, met als gevolg dat krachtens artikel 9, lid 2, onder h), AVG zou kunnen worden afgeweken van het in artikel 9, lid 1, AVG gestelde verbod op verwerking van gegevens over gezondheid: moeten in een geval als het onderhavige naast de in artikel 9, lid 3, AVG vastgestelde voorwaarden nog andere vereisten inzake gegevensbescherming in acht worden genomen, en zo ja, welke?

3. Voor het geval het Hof van Justitie de eerste vraag ontkennend beantwoordt, met als gevolg dat krachtens artikel 9, lid 2, onder h), AVG zou kunnen worden afgeweken van het in artikel 9, lid 1, AVG gestelde verbod op verwerking van gegevens over gezondheid: hangt in een geval als het onderhavige de toelaatbaarheid of rechtmatigheid van de verwerking van gegevens over gezondheid tevens ervan af of aan ten minste een van de in artikel 6, lid 1, AVG genoemde voorwaarden is voldaan?

4. Heeft artikel 82, lid 1, AVG een specifiek of algemeen preventief karakter, en moet daarmee rekening worden gehouden bij de berekening van de hoogte van de immateriële schade die op grond van artikel 82, lid 1, AVG moet worden vergoed door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker?

5. Is de mate van schuld van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker bepalend voor de berekening van de hoogte van de op grond van artikel 82, lid 1, AVG te vergoeden immateriële schade? Kan met name afwezigheid van schuld of lichte schuld van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te zijnen gunste in aanmerking worden genomen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Österreichische Post (C-300/21)

Specifiek beleidsterrein: JenV, SZW