C-764/18 Orange España

Contentverzamelaar

C-764/18 Orange España

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik
hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

 

Termijnen: Motivering departement: 13 februari 2019

Schriftelijke opmerkingen: 30 maart 2019

Trefwoorden : belastingen; telecom

Onderwerp :

- Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en –diensten (machtigingsrichtlijn);

 

Feiten:

Orange Espagne (hierna: exploitante), diende bij de gemeente Pamplona een aangifte-berekening in van de heffing voor het bijzondere gebruik van de grond van het plaatselijke publieke domein, met betrekking tot het tweede kwartaal van 2014, in verband met de vastetelefonie- en internetdiensten welke zij op het gemeentelijke grondgebied van Pamplona aanbiedt. In haar aangifte-berekening hield zij zich aan de bepalingen van belastingverordening nr. 22/2014. In de aangifte-berekening werd het belastingpercentage van artikel 6 toegepast (1,5%), wat op basis van de bruto-inkomsten van exploitante – 1 188 269,59 EUR – resulteerde in een door haar te betalen aanslag van 7 928,71 EUR (een bedrag dat in de gemeentekas is gestort). Aangezien de exploitante meende dat de Europese wetgeving tot regeling van de telecommunicatiesector en de uitlegging van die wetgeving door het Hof op de betrokken heffing van toepassing waren, heeft zij de gemeente Pamplona verzocht om haar aangifte-berekening te corrigeren en het ten onrechte betaalde bedrag terug te geven. Bij besluit van 18.09.2014 is het verzoek om correctie van de betrokken aangifteberekening afgewezen op grond dat er geen sprake was van een fout in feite of in rechte in verband met die aangifte-berekening. Tegen dat gemeentelijke besluit is beroep ingesteld bij de bestuursrechter, die het beroep heeft verworpen. Tegen die beslissing is hoger beroep ingesteld bij de rechter in tweede aanleg, die dat beroep gedeeltelijk heeft toegewezen, waarbij hij het recht van de exploitante op correctie van haar aangifte-berekening heeft erkend. De gemeente Pamplona heeft beroep in cassatie ingesteld tegen deze uitspraak. De gemeente Pamplona betoogt dat de bestreden beslissing de rechtspraak schendt die het Hof heeft ontwikkeld in zijn arrest C-55/11, aangezien die rechtspraak volgens haar niet kan worden uitgebreid tot exploitanten die vastetelefonie- en internetdiensten aanbieden. Zij voert aan dat de uitlegging die in de bestreden beslissing wordt gegeven, de uitlegging van het Hof heeft uitgebreid, niet alleen op subjectief gebied – namelijk tot exploitanten die effectief gebruikmaken van het gemeentelijke publieke domein met eigen netwerken en infrastructuren –, maar ook wat de berekeningswijze voor de heffing betreft, welke berekeningswijze uitdrukkelijk is bedoeld voor mobieletelefonie-exploitanten. De exploitante stelt dat de rechtspraak die is vervat in het arrest C-55/11 onverkort van toepassing is op de zaak, aangezien die rechtspraak Europese wetgeving uitlegt die geen enkel onderscheid maakt tussen exploitanten van mobieletelefoniediensten en exploitanten van vastetelefoniediensten. Met betrekking tot de berekeningswijze betoogt zij dat het Hof zich zeker moet uitspreken over de grenzen die in acht moeten worden genomen bij de berekeningswijze voor de heffingen voor het gebruik van het plaatselijke publieke domein door ondernemingen die elektronischecommunicatiediensten aanbieden.

 

Overweging:

In de onderhavige zaak bestaan twijfels, zowel over de toepassing van de machtigingsrichtlijn op vastetelefonie- en internetexploitanten, als – en vooral – wat betreft de uitlegging van de bepalingen van die richtlijn die betrekking hebben op de berekening van de bijdrage of vergoeding die kan worden verlangd van diegenen die eigenaar zijn van de desbetreffende netwerken, zoals het geval is met de in casu betrokken exploitante voor de diensten die zij aanbiedt in de gemeente Pamplona. De uitlegging door het Hof van de sectorale telecommunicatierichtlijnen en de toepassing van die richtlijnen door de Tribunal Supremo hadden betrekking op mobieletelefoniediensten. Uit de rechtspraak van het Hof blijkt niet ondubbelzinnig dat de beperkingen en voorwaarden die voortvloeien uit de artikelen 12 en 13 van de machtigingsrichtlijn ook van toepassing zijn op vastetelefonie- en internetdiensten, en er bestaat ook geen uitspraak van het Hof over de berekening van de bijdrage of vergoeding voor het privatieve of het bijzondere gebruik van het publieke domein vanuit het oogpunt van de inachtneming van de beginselen van transparantie, objectiviteit, evenredigheid en non-discriminatie, die in die bepalingen van de richtlijn zijn neergelegd.

 

Prejudiciële vragen:

1) Is richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (machtigingsrichtlijn) – zoals uitgelegd door het Hof ten aanzien van ondernemingen die actief zijn in de mobieletelecommunicatiesector –, met name de in de artikelen 12 en 13 ervan vastgestelde beperkingen op de uitoefening van de heffingsbevoegdheid van de lidstaten, van toepassing op ondernemingen die vastetelefonie- en internetdiensten aanbieden?

2) Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord (en wordt geoordeeld dat die richtlijn van toepassing is op de aanbieders van vastetelefonie- en internetdiensten), staan de artikelen 12 en 13 van richtlijn 2002/20/EG de lidstaten toe een bijdrage of een vergoeding op te leggen die uitsluitend wordt berekend op basis van de bruto-inkomsten die de onderneming – die de geïnstalleerde faciliteiten in eigendom bezit – uit de aanbieding van vastetelefonie- en internetdiensten op het betrokken grondgebied verkrijgt?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Vodafone España C-55/11, C-57/11 en C-58/11; France Telecom España S.A. C-25/13; Albacom en Infostrada C-292/01 en C-293/01;

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal; EZK

​​​​​​​