C-99/16 Lahorgue

Contentverzamelaar

Terug C-99/16 Lahorgue

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   18 april 2016
Concept schriftelijke opmerkingen:       04 mei 2016
Schriftelijke opmerkingen:                   04 juni 2016
Trefwoorden: vrij verrichten diensten; advocaten

Onderwerp
Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten

Verzoeker, FRA nationaliteit, is advocaat in LUX en aldaar bij de balie ingeschreven. Hij start bij de Rb Lyon een kort gedingprocedure tegen de Orde van advocaten van Lyon en van Luxemburg, nationale Raad van balies en de Raad van Europese balies (verweerders). Tussen de balies van Lyon en Luxemburg is in juli 2007 een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor onder meer erkenning van de hoedanigheid van advocaat. Verzoeker heeft in september 2015 gevraagd gebruik te mogen maken van een decoder voor het Réseau Privé Virtuel des Avocats (RPVA), waarmee hij in staat zou zijn het beroep van advocaat ten volle uit te oefenen. Dit wordt hem geweigerd omdat hij niet bij de balie van Lyon is ingeschreven. Verzoeker stelt dat deze voorwaarde in geen enkele tekst voorkomt, dit in strijd is met het vrij verkeer van diensten en discriminerend is. Hij formuleert een vraag ter voorlegging aan het HvJEU.
Verwerende partijen stellen niet-ontvankelijkheid dan wel wijzen erop dat op grond van artikel 5 van RL 77/249 een EULS een advocaat de verplichting kan opleggen tot samenwerking met een bij de lokale balie ingeschreven advocaat. Dit geldt in FRA indien wordt geprocedeerd voor de Rb in eerste aanleg of voor het Hof van beroep. Er is geen sprake van belemmering van de vrijheid van dienstverrichting. Balie Lyon heeft de exceptie van litispendentie opgeworpen omdat verzoeker al eerder een nu voor het Hof van Beroep lopende zaak aanhangig heeft gemaakt wegens de weigering hem bij de balie van Lyon in te schrijven (wegens onbetamelijk gedrag).

De verwijzende FRA rechter (Rb Lyon) stelt vast dat geen sprake is van litispendentie; een kort geding is te allen tijde mogelijk. Ingevolge artikel 4 van RL 77/249 mag het beroep van advocaat in alle EULS uitgeoefend worden onder de voorwaarden die voor de aldaar gevestigde advocaten gelden, met uitsluiting van enig vereiste inzake woonplaats of lidmaatschap van een beroepsorganisatie in die staat. Omdat hij zich afvraagt of mogelijk sprake is van beperking van de vrijheid van beroepsuitoefening, en om tegemoet te komen aan verzoekers wens een vraag aan het HvJEU voor te leggen formuleert hij de volgende vraag voor het HvJEU:
„Is de weigering om een decoder voor het Réseau Privé Virtuel des Avocats (RPVA) te bezorgen aan een advocaat die naar behoren is ingeschreven bij de balie van een lidstaat waar hij het beroep van advocaat wenst uit te oefenen in het kader van het vrij verrichten van diensten, in strijd met artikel 4 van richtlijn 77/249/EG omdat deze weigering een discriminerende maatregel vormt die de uitoefening van dat beroep in het kader van het vrij verrichten van diensten kan belemmeren?”
Specifiek beleidsterrein: VenJ en EZ

Gerelateerde documenten