Coalitieakkoord & Europa

Contentverzamelaar

Coalitieakkoord & Europa
Het ECER heeft voor u alle belangrijke passages over Europa uit het coalitieakkoord op een rijtje gezet! In dit akkoord wordt uiteraard aandacht besteed aan de rol van Nederland in Europa. "Een actieve rol voor Nederland in Europa en de wereld " is zelfs de eerste pijler van het toekomstig beleid. De kwestie van het Grondwettelijk Verdrag wordt ook aangestipt.

Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie: belangrijke passages over Nederland en Europa

Uit "Samen Werken, Samen Leven":

"We leven in een dynamische tijd. De Nederlandse samenleving staat aan grote veranderingen bloot. Veel mensen voelen zich onzeker over de toekomst. Het gaat velen beter, maar dat neemt de bezorgdheid niet weg. “Met mij gaat het goed, maar met de samenleving minder”, is een gevoel dat bij velen leeft. Optimisme en zorgen gaan hand in hand. Groot is de behoefte aan houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit. Die behoefte kwam onder meer naar voren bij de uitslag van het referendum van 1 juni 2005 over het Europees grondwettelijk verdrag en in de verkiezingsuitslag van 22 november 2006.

Wij willen samen werken aan dat vertrouwen in de toekomst. Deze opdracht pakken wij aan vanuit een duidelijke visie op de richting waarin onze samenleving zich zal moeten bewegen:

  • Een actieve internationale en Europese rol, zodat Nederland een relevante en constructieve partner blijft in de wereld en in Europa.

Uit "Opgaven voor Nederland: zes pijlers":

Pijler 1: Een actieve en constructieve rol van Nederland in Europa en de wereld
De internationale gemeenschap raakt onderling steeds nauwer verweven. Landen hebben elkaar nodig voor hun welvaart, hun duurzaamheid, hun stabiliteit en veiligheid. Nederland is een open, internationaal georiënteerd land. Onze kansen en mogelijkheden zijn mede afhankelijk van anderen. Een passieve en naar binnen gekeerde rol van Nederland is niet in ons nationale belang, economisch noch anderszins. Daarom kiezen wij voor een actieve en constructieve rol in de wereld en in Europa.

Nederland kan een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van ontwikkelingen ten goede in de wereld. Voorwaarde is dat overheid, burgers en bedrijven zich actief, constructief en open opstellen. Daarbij moet aandacht zijn voor degenen die door de internationalisering vrezen voor verlies van hun vertrouwde omgeving.

Ons land werkt nauw samen met internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en de NAVO. Het is ook intensief betrokken bij de Europese samenwerking. De Europese Unie staat voor een nieuwe fase in haar ontwikkeling. Verdere uitbreiding en verdieping zijn geen vanzelfsprekende motoren voor de Europese samenwerking in de komende decennia. Aanpassing van de instituties van de Europese Unie is nodig om de positie van de lidstaten te versterken op de beleidsterreinen waar dat kan en de Europese samenwerking te vergroten waar dat moet. Een effectiever Europees bestuur op basis van subsidiariteit zal de Unie voor burgers herkenbaarder moeten maken en het vertrouwen moeten vergroten. Burgers willen een Europa dat concrete grensoverschrijdende problemen oplost.

Uit "I. Een actieve internationale en Europese rol":

Europa
1. Gestreefd wordt naar een wijziging en eventuele bundeling van de bestaande verdragen van de Europese Unie waarin subsidiariteit en democratische controle zeker gesteld worden en die zich in inhoud, omvang en benaming overtuigend onderscheidt van het eerder verworpen ‘grondwettelijk verdrag’. Over deze en andere aspecten van die verdragswijziging(en) zal de Raad van State advies gevraagd worden. Nederland zet zich in Europees verband in voor een goede samenwerking met een heldere taakverdeling tussen de lidstaten en de Unie gebaseerd op het subsidiariteitbeginsel. In dat kader wordt ernaar gestreefd afspraken te maken over de verenigbaarheid van de interne markt-gedachte met de inrichting van publieke voorzieningen (o.a. pensioenen, sociale zekerheid, fiscaliteit, onderwijs en gezondheidszorg), en over meer Europese samenwerking op het gebied van versterking van de concurrentiekracht van de Europese economieën, grensoverschrijdende milieuproblemen, energiebeleid, asiel- en migratiebeleid, het externe beleid en de bestrijding van terrorisme en grens-overschrijdende en georganiseerde criminaliteit. De positie van de nationale parlementen met betrekking tot de subsidiariteitstoets moet worden versterkt (bijvoorbeeld met een ‘rode kaartprocedure’).

2. De Europese Unie heeft de afgelopen jaren een aanzienlijke uitbreiding ondergaan. Nu komt het erop aan om er eerst aan te werken dat de nieuwe landen geheel zijn geïntegreerd en dat de organisatie van de EU op de uitbreiding is toegesneden. Voor de huidige kandidaat-lidstaten geldt dat een toetredingsdatum pas wordt genoemd op het moment dat aan alle Kopenhagen-criteria is voldaan. Landen kunnen in aanvulling of vooruitlopend op het kandidaat-lidmaatschap van de EU beschikken over nieuwe statusvormen zoals het partenariaat.

Buitenlands beleid en defensie
3. Nederland blijft voorstander van een alomvattend akkoord voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Een dergelijk akkoord kan pas stand houden met veilige en erkende grenzen voor Israël en een levensvatbare Palestijnse staat. Nederland zal met partners in de VN en EU, maar ook actief bilateraal, een beleid voeren dat bijdraagt aan de bevordering van vrede en stabiliteit in de gehele regio.

4. Nederland stemt het veiligheidsbeleid af op de nieuwe situatie in de wereld en richt zich op vredesmissies, op bestrijding van terrorisme, op conflictpreventie en op wederopbouw. Een adequaat volkenrechtelijk mandaat is vereist bij deelname aan missies met inzet van Nederlandse militairen. Het z.g. Toetsingskader is leidraad bij de besluitvorming, waarbij parlementaire instemming is verzekerd.

5. Om operationele knelpunten op te heffen en om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de commissie Staal zijn gerichte versterkingen van de capaciteit van de krijgsmacht nodig.

6. In 2007 wordt het MoU ten aanzien van JSF-testtoestellen ondertekend. In 2008 wordt de business case herijkt voordat in 2009 besluitvorming plaatsvindt over de contractondertekening voor de definitieve aanschaf van testtoestellen. Op basis van de herijking en van een vergelijking voor wat betreft prijs, kwaliteit en levertijd met mogelijke andere toestellen zal het kabinet in 2010 besluiten aan de Tweede Kamer voorleggen over vervanging van de F16 toestellen.

7. De nazorg voor uitgezonden militairen en voor veteranen wordt verbeterd. Er zal worden bezien of hiervoor wetgeving moet worden voorbereid.

Ontwikkelingssamenwerking
8. Europa moet zich sterk maken voor de positie van arme landen binnen internationale organisaties als de WTO. De ontwikkelingslanden moeten daarbij gestimuleerd en gefaciliteerd worden om veel sterker te gaan participeren in het wereldhandelsstelsel.

9. Binnen het ontwikkelingssamenwerkingbeleid zal er meer aandacht komen voor het realiseren van de zogenoemde Millennium Ontwikkelings Doelstellingen, voor het harmoniseren van bilaterale hulp en voor nieuwe Nederlandse initiatieven voor verdergaande schuldverlichting.

10. Er worden de komende kabinetsperiode bovenop de 0,8% BBP extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking vrijgemaakt en geoormerkt voor duurzame energie.

11. Het ORET-instrumentarium zal worden aangepast teneinde de relevantie voor de potentiële MKB-doelgroep in Nederland en in ontwikkelingslanden te vergroten.