Commissie stelt toegang tot toereikende minimumlonen voor in alle EU-lidstaten

Contentverzamelaar

Commissie stelt toegang tot toereikende minimumlonen voor in alle EU-lidstaten
De Europese Commissie heeft een EU-richtlijnvoorstel gepubliceerd waarin een kader is geformuleerd voor de toegang tot een toereikend minimumloon voor werknemers in alle EU-lidstaten. Wel blijft het aan de lidstaten om de hoogte van het minimumloon vast te stellen.

Op 28 oktober 2020 heeft de Commissie een EU-richtlijnvoorstel gedaan over toereikende minimumlonen in de EU (zie hier  het voorstel). Aanleiding voor dit voorstel is de omstandigheid dat in veel lidstaten de minimumlonen of de bescherming hiervan volgens de Commissie niet adequaat zijn. Toereikende minimumlonen dragen bij aan het verbeteren van de werk- en leefomstandigheden, het verminderen van loonongelijkheid, het versterken van de prikkel om te werken, het verkleinen van de loonkloof tussen mannen en vrouwen en het waarborgen van eerlijke concurrentie.

Het doel van het richtlijnvoorstel is dan ook om een kader te creëren voor 1) het vaststellen van toereikende minimumlonen 2) de toegang van werknemers tot bescherming van het minimumloon. Het kan daarbij zowel gaan om wettelijke minimumlonen als minimumlonen die zijn vastgelegd in collectieve overeenkomsten.

Ter realisatie van deze doelstellingen bevat het richtslijnvoorstel in de eerste plaats regels die gericht zijn op het stimuleren van collectieve loononderhandelingen met sociale partners in de lidstaten. Landen met een hoge dekkingsgraad van collectieve onderhandelingen kennen namelijk doorgaans minder loonongelijkheid en hogere minimumlonen.

Ten tweede stelt de Commissie voor dat lidstaten die een wettelijk minimumloon hanteren heldere criteria opstellen voor het vaststellen en het periodiek bijstellen van wettelijke minimumlonen. De Commissie benoemt een aantal criteria die hierbij meegewogen moet worden, zoals de koopkracht en de gemiddelde hoogte van brutolonen. In het voorstel worden geen referentiewaarden voorgeschreven. Het blijft dus aan de lidstaten om de referentiewaarden vast te stellen om bijvoorbeeld de toereikendheid van het minimumloon ten opzichte van de gemiddelde hoogte van brutolonen te beoordelen.

Tot slot bevat het voorstel regels voor het toezicht op en de handhaving van minimumlonen. Zo moeten arbeidsinspecties in de lidstaten controles uitoefenen op de naleving van het minimumloon. Ook moeten de lidstaten gegevens verzamelen over de toereikendheid en bescherming van minimumlonen, zoals gegevens over de hoogte van het minimumloon en de dekkingsgraad van collectieve loononderhandelingen. Hierover brengen de lidstaten jaarlijks een rapport uit aan de Commissie. Daarnaast moet op grond van het richtlijnvoorstel worden gewaarborgd dat werknemers toegang hebben tot geschillenbeslechtingsorganen.

Het EU-richtlijnvoorstel is gebaseerd artikel 153 , lid 1, onder b, en lid 2, onder b, van het EU-Werkingsverdrag. Op basis van dit artikel heeft de EU de bevoegdheid om het optreden van de lidstaten op het gebied van de arbeidsvoorwaarden te ondersteunen en aan te vullen. Hiertoe kunnen het Europees Parlement en de Raad door middel van richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen. Wel bepaalt artikel 153, lid 5, VWEU dat het aspect beloning is uitgesloten van de werking van artikel 153.

De Commissie merkt in de toelichting bij het richtlijnvoorstel op dat de toegang tot toereikende minimumlonen onderdeel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden. De vaststelling van van de hoogte van minimumlonen blijft op grond van het voorstel een bevoegdheid van de lidstaten. Doordat het voorstel geen maatregelen bevat die rechtstreeks van invloed zijn op de hoogte van de beloning worden de in artikel 153, lid 5, VWEU gestelde grenzen voor het optreden van de EU volledig in acht genomen, aldus de Commissie.

Nu het Commissievoorstel is gepubliceerd is het aan het Europees Parlement en de Raad om, volgens de gewone wetgevingsprocedure na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, te besluiten over de vaststelling van de richtlijn (artikel 153, lid 2, onder b, VWEU).

Meer informatie: