Contentverzamelaar

Commissie wijst burgerinitiatief staatsschuld terecht af
De Commissie heeft terecht geweigerd om een burgerinitiatief te registreren voor een mechanisme op basis waarvan lidstaten eenzijdig kunnen besluiten hun schuld niet te betalen. Het voorstel hoefde niet geregistreerd te worden, omdat de EU-verdragen geen bevoegdheid bevatten voor de invoering van een dergelijk mechanisme. Dit oordeelde het EU-Gerecht in de zaak Anagnostakis.

Het gaat om de uitspraak van het Gerecht van 30 september 2015 in de zaak T-450/12, Anagnostakis.

De uitspraak gaat zowel over het Europees burgerinitiatief als over een eventuele bevoegdheid van de Unie om lidstaten de mogelijkheid te geven eenzijdig te besluiten om in een noodsituatie hun schulden niet te betalen.

Anagnostakis heeft in 2012 een voorstel voor een Europees burgerinitiatief (“Eén miljoen handtekeningen voor een Europa van solidariteit”) ingediend bij de Commissie. Op grond van verordening 211/2011 moet de Commissie zo’n voorstel in beginsel registreren. Dit hoeft bijvoorbeeld niet als het voorstel duidelijk buiten het kader valt van de bevoegdheden van de Commissie.

Het initiatief van verzoeker zag op het creëren van de EU-rechtelijke mogelijkheid voor een lidstaat om, indien die lidstaat in een financiële noodsituatie zou verkeren, eenzijdig te weigeren zijn schulden te betalen. De Commissie heeft geweigerd het voorstel te registreren omdat er volgens haar geen rechtsgrondslag is om een voorstel in te dienen op basis waarvan lidstaten de mogelijkheid zouden krijgen in een noodsituatie eenzijdig te besluiten hun schulden niet te betalen.

Verzoeker ging hier niet mee akkoord en is naar het Gerecht gestapt. Het Gerecht onderzoekt in zijn arrest ten aanzien van een aantal specifieke verdragsartikelen aan of deze een rechtsgrondslag kunnen vormen voor het plan van Anagnostakis.  Uiteindelijk oordeelt het Gerecht dat er inderdaad geen rechtsgrondslag is om een mechanisme te creëren op basis waarvan lidstaten eenzijdig kunnen besluiten hun schuld niet te betalen.

Het Gerecht heeft in deze zaak enkel getoetst of er een rechtsgrondslag beschikbaar is voor het plan van Anagnostakis. Het Gerecht heeft bijvoorbeeld niet beoordeeld of artikel 125 van het EU-Werkingsverdrag (no bail-out) of enige andere bepaling van het EU-recht al dan niet in de weg zou staan aan het plan. Ook is niet ingegaan op eventuele andere mogelijkheden om schulden van lidstaten kwijt te schelden, te herstructureren of om op andere wijze lidstaten bij te staan. Er is enkel gekeken naar de bevoegdheid van de Commissie om met een voorstel te komen op basis waarvan een in een financiële noodsituatie verkerende lidstaat eenzijdig zou mogen weigeren haar schulden te voldoen. Die bevoegdheid bestaat volgens het Gerecht niet en daarom heeft de Commissie terecht geweigerd het voorstel voor het burgerinitiatief te registreren.