Contentverzamelaar

Commissie wil besluitvorming over non-discriminatie vergemakkelijken
De Commissie wil dat de Raad bij het stemmen over sociaal beleid helemaal overgaat naar een systeem van gekwalificeerde meerderheid, te beginnen met besluiten over non-discriminatie. Dat blijkt uit een mededeling van de Commissie. Eerder al lanceerde de Commissie soortgelijke voorstellen voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, het fiscale beleid en het energie- en klimaatbeleid. Daarmee worden enkele slapende bepalingen in het Verdrag van Lissabon wakker gekust.

In zijn toespraak over de Staat van de Unie in 2018 heeft Commissievoorzitter Juncker een herziening van alle overbruggingsbepalingen (ook wel: passerelles) in de EU-Verdragen aangekondigd. In het kader daarvan zijn vier mededelingen uitgebracht: over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (september 2018), over het fiscale beleid (januari 2019), over het energie- en klimaatbeleid(april 2019) en nu ook over het sociaal beleid (april 2019).​​​​​​​

Voor een beperkt aantal gevallen is op het terrein van het sociaal beleid nog steeds besluitvorming met unanimiteit in de Raad vereist. De lidstaten hebben daar dus een veto-recht over. De Commissie lanceert met deze mededeling een debat over een uitbreiding van het gebruik van stemming bij gekwalificeerde meerderheid op het gebied van sociaal beleid om de besluitvorming op gebieden waarvoor de EU al bevoegd is tijdiger, flexibeler en efficiënter te maken. Voor verschillende specifieke gebieden voorzien de EU-verdragen in deze mogelijkheid via de zogenoemde overbruggingsclausules. Deze clausules maken een verschuiving van eenparigheid van stemmen in de Raad naar gekwalificeerde meerderheid in bepaalde omstandigheden mogelijk. Het gaat om de volgende gebieden:

  • non-discriminatie op verscheidene gronden (geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele gerichtheid);
  • de sociale zekerheid en de sociale bescherming van de werknemers (met uitzondering van grensoverschrijdende situaties);
  • de bescherming van werknemers tegen ontslag;
  • de vertegenwoordiging en collectieve verdediging van de belangen van werknemers en werkgevers, en
  • de werkgelegenheidsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen die op wettige wijze op het grondgebied van de Unie verblijven.

​​​​​​​In eerste instantie stelt de Commissie voor om, rekening houdend met de voordelen en uitdagingen van elk geval, te overwegen de overbruggingsclausule te gebruiken om gemakkelijker met gekwalificeerde meerderheid te besluiten over non-discriminatie. Dit zou een verdere ontwikkeling van gelijke bescherming tegen discriminatie ten goede komen. Het gebruik van de overbruggingsclausule kan in de nabije toekomst ook worden overwogen om aanbevelingen aan te nemen op het gebied van de sociale zekerheid en de sociale bescherming van werknemers. Dat zou de modernisering van en de convergentie tussen de socialebeschermingsstelsels in goede banen helpen leiden.

Een verschuiving naar besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid verandert niets aan wie wat doet. De reikwijdte van en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de EU blijven onveranderd. Zo blijven de lidstaten verantwoordelijk voor het bepalen van de kenmerken van hun eigen socialezekerheidsstelsels. De sociale partners behouden hun bevoegdheden en de nationale tradities op het gebied van de sociale dialoog blijven ongewijzigd. Zoals bepaald in de Verdragen, blijft de Unie enkel optreden waar het nodig is en waar zij een duidelijke meerwaarde kan bieden.

Om deze overbruggingsclausule te activeren, moet de Europese Raad met eenparigheid van stemmen een besluit nemen, met instemming van de nationale parlementen en na goedkeuring door het Europees Parlement, overeenkomstig artikel 48, lid 7, van het EU-Verdrag.

Volgende stappen

De Commissie nodigt het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's, de sociale partners en alle belanghebbenden uit om op basis van de mededeling een open debat te voeren over een uitbreiding van het gebruik van de besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en de gewone wetgevingsprocedure op het gebied van sociaal beleid.

Meer informatie