Contentverzamelaar

Duitse uniforme prijzen voor medicijnen in strijd met Unierecht
De in Duitsland vastgestelde uniforme prijzen voor medicijnen op recept zijn in strijd met het vrij verkeer van goederen binnen de EU. De Duitse parkinsonvereniging mag zijn leden daarom attent maken op het bestellen van goedkopere medicijnen bij een Nederlandse postorderapotheek. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van een Duitse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 19 oktober 2016 in de zaak C-148/15, Deutsche Parkinson Vereinigung eV / Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs eV.

Deutsche Parkinson Vereinigung (Duitse parkinsonvereniging) is een Duitse zelfhulporganisatie die ernaar streeft de levensomstandigheden van parkinsonpatiënten en hun gezinnen te verbeteren. Zij is met een Nederlandse postorderapotheek een bonussysteem overeengekomen waarvan haar leden kunnen profiteren wanneer zij bij deze apotheek enkel in apotheken op recept verkrijgbare geneesmiddelen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson kopen. Postorderverkoop van geneesmiddelen op recept is in Duitsland niet langer verboden.

De Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs, een Duitse vereniging ter bestrijding van oneerlijke mededinging, stelt zich op het standpunt dat dit bonussysteem indruist tegen de Duitse regeling, die voorziet in uniforme prijzen voor de verkoop van geneesmiddelen op recept door apotheken. In het Duitse systeem moet de producent voor zijn geneesmiddel een prijs vaststellen, die vervolgens wordt verhoogd met groothandelstoeslagen en apotheektoeslagen.

Op verzoek van deze vereniging heeft het Landgericht Düsseldorf (rechter in eerste aanleg Düsseldorf, Duitsland) Deutsche Parkinson Vereinigung verboden haar bonussysteem bij haar leden te promoten. Daartegen is Deutsche Parkinson Vereinigung in beroep gegaan bij het Oberlandesgericht Düsseldorf (gerechtshof Düsseldorf, Duitsland), dat op zijn beurt aan het EU-Hof de vraag heeft voorgelegd of de vaststelling van uniforme prijzen voor de verkoop van geneesmiddelen voor menselijk gebruik op recept door apotheken verenigbaar is met het vrije verkeer van goederen.

In zijn arrest antwoordt het Hof op deze vraag dat de litigieuze regeling een niet-gerechtvaardigde beperking van het vrije verkeer van goederen vormt.

In andere lidstaten gevestigde apotheken worden namelijk meer geraakt door de oplegging van uniforme verkoopprijzen, wat de toegang tot de Duitse markt sterker zou kunnen bemoeilijken voor producten uit andere lidstaten dan voor nationale producten. Het Hof onderstreept in dit verband dat (i) postorderverkoop voor in het buitenland gevestigde apotheken een belangrijker of zelfs het enige middel vormt om rechtstreeks toegang te krijgen tot de Duitse markt, en dat (ii) prijsconcurrentie voor postorderapotheken mogelijkerwijs een belangrijkere mededingingsfactor vormt dan voor traditionele apotheken, die beter in staat zijn om patiënten via het apotheekpersoneel een individueel advies te verstrekken en om de geneesmiddelenvoorziening te garanderen in spoedgevallen.

Een beperking van het vrije verkeer van goederen kan weliswaar in beginsel worden gerechtvaardigd door de bescherming van de gezondheid en het leven, maar de Duitse regeling blijkt niet geschikt te zijn om deze doelstellingen te bereiken.

Volgens het EU-Hof is niet aangetoond hoe een betere geografische spreiding van de traditionele apotheken in Duitsland kan worden gewaarborgd doordat voor de bedoelde geneesmiddelen uniforme prijzen worden opgelegd. Bepaalde gegevens maken het integendeel aannemelijk dat toegenomen prijsconcurrentie tussen apotheken bevorderlijk zou zijn voor de gelijkmatige geneesmiddelenvoorziening, aangezien dit een aansporing zou vormen om apotheken te vestigen in gebieden waar het geringe aantal traditionele apotheken de mogelijkheid biedt om hogere prijzen in rekening te brengen.

Voorts blijkt uit geen enkel aan het Hof overgelegd gegeven dat postorderapotheken zonder het uniforme prijzensysteem in staat zouden zijn een zodanige prijsconcurrentie aan te gaan dat essentiële diensten, zoals spoedeisende zorg, in Duitsland niet langer zouden kunnen worden gewaarborgd wegens de daaruit voortvloeiende vermindering van het aantal traditionele apotheken. Andere mededingingsfactoren, zoals de verstrekking van individueel advies aan patiënten door het apotheekpersoneel, stellen traditionele apotheken namelijk mogelijkerwijs in staat om competitief te blijven.

Het zou volgens het EU-Hof ook kunnen blijken dat traditionele apotheken, wanneer zij op prijs moeten concurreren met postorderapotheken, er juist toe worden aangezet bepaalde activiteiten van algemeen belang, zoals de bereiding van geneesmiddelen op voorschrift, in hogere mate te ontplooien.

Bovendien zou prijsconcurrentie de patiënt ten goede kunnen komen, omdat daardoor geneesmiddelen op recept in Duitsland zouden kunnen worden aangeboden tegen voordeligere prijzen dan nu worden opgelegd, aldus het EU-Hof