Dwangsom voor Portugal

Contentverzamelaar

Dwangsom voor Portugal
Tien dagen na het einde van het Portugese Voorzitterschap is dat land door het EG-Hof veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van bijna 20 duizend euro per dag. Portugal had nog steeds geen uitvoering uitgegeven aan een eerder arrest van het EG-Hof over overheidsaansprakelijkheid wegens onjuiste aanbestedingen.

Het EG-Hof had Portugal in 2004 veroordeeld omdat de Portugese regeling over de aansprakelijkkheid van de staat en andere overheidslichamen wegens onjuiste aanbestedingen niet voldeed aan richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken (PB L 395, blz. 33).

De Portugese regering had laten weten dat de vertraging in de uitvoering van het arrest was veroorzaakt door een regeringswisseling die juist toen plaats vond. Bovendien was de wetswijziging die nodig was om aan het arrest van het Hof te voldoen, voorgelegd aan het parlement met het verzoek om dit met voorrang te behandelen.

Deze argumenten overtuigen het Hof in het geheel niet. Een lidstaat kan zich immers niet beroepen op interne omstandigheden om zich te onttrekken aan de uitvoering van een arrest van het Hof.

De berekening van de dwangsom zoals de Commissie die had voorgesteld wordt door het Hof iets aangepast. Het bedrag wordt daardoor verlaagd van 21 450 EUR per dag tot 19 392 EUR per dag. Dit bedrag moet per dag worden betaald vanaf de datum van dit arrest (10 januari 2008) totdat de foute Portugese regeling is ingetrokken.