EG-Hof verklaart besluit moratorium handwapens nietig

Contentverzamelaar

EG-Hof verklaart besluit moratorium handwapens nietig
Een besluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het moratorium op lichte handwapens in West- Afrikaanse landen is nietig, zo heeft het EG-Hof beslist. Het besluit had niet op basis van het EU-verdrag, maar het EG-verdrag vastgesteld moeten worden. Het Hof heeft hiermee beslist in het voordeel van de Europese Commissie in haar geding tegen de Raad.

Besluit 2004/833/GBVB van de Raad ter ondersteuning van het moratorium op lichte wapens van de West-Afrikaanse landen beoogt financiƫle en technische bijstand te verlenen aan de West-Afrikaanse landen. Het besluit heeft een rechtsgrondslag in het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (de zogenoemde tweede pijler, geregeld in het EU-verdrag).

Volgens de Raad en de hem ondersteunende lidstaten is dit onderdeel van het buitenlands beleid van de Unie omdat het de vrede en veiligheid wil bevorderen. De Commissie en het Europees Parlement daarentegen stellen dat dit beleid inmiddels onderdeel is geworden van het gebied ontwikkelingssamenwerking, een bevoegdheid die aan de Gemeenschap valt ( artikelen 177 tot en met 181 EG). De Raad stelt hier weer tegenover dat de bepalingen in het EG-verdrag bedoeld zijn voor armoedebestrijding. Een moratorium op wapens is bedoeld ter bevordering van vrede en veiligheid en valt dus onder de tweede pijler.

Uit het doel en de inhoud van het besluit blijkt volgens het Hof echter dat er meerdere doelstellingen worden nagestreefd. Lichte wapens vormen niet alleen een bedreiging voor de vrede en veiligheid, maar beperken ook de duurzame ontwikkeling. Het aspect van duurzame ontwikkeling is hier niet ondergeschikt aan het doel van vrede en veiligheid. Het besluit valt dan ook niet alleen onder het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, maar ook onder ontwikkelingssamenwerking (EG-verdrag). Het Hof geeft hierbij aan dat ontwikkelingssamenwerking niet alleen de duurzame economische en sociale ontwikkeling van ontwikkelingslanden beoogt, maar ook de ontwikkeling van democratie en rechtsstaat. Duurzame ontwikkeling kan niet los worden gezien van vrede en veiligheid.

Het EU-verdrag verzet zich ertegen dat een rechtshandeling op het EU-verdrag wordt gebaseerd als het onderwerp eveneens onder het EG-verdrag valt (artikel 47 EU). Het besluit had dan ook niet op grond van het EU-verdrag vastgesteld mogen worden en wordt door het Hof nietig verklaard.