Contentverzamelaar

EU-Hof anonimiseert voortaan prejudiciële zaken
Sinds 1 juli 2018 worden prejudiciële zaken waarbij natuurlijke personen betrokken zijn door het EU-Hof geanonimiseerd. Het ECER was hiertoe op deze website al overgegaan in 2016. In een perscommuniqué heeft het EU-Hof het nieuwe beleid uiteengezet.

Dat blijkt uit perscommuniqué 96/18 van het EU-Hof van 29 juni 2018. Daaraan wordt het volgende ontleend:

“Op een ogenblik dat de nieuwe algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking is getreden1 vóór de verordening die weldra van toepassing zal zijn op de instellingen van de Europese Unie2, heeft het Hof van Justitie besloten de bescherming van de gegevens van natuurlijke personen in het kader van publicaties over prejudiciële zaken te versterken.

Aldus sluit het Hof zich aan bij de in de lidstaten waargenomen trend om de bescherming van persoonsgegevens te versterken in een context die wordt gekenmerkt door de vermenigvuldiging van zoekmachines en verspreidingskanalen. Deze trend komt overigens tot uitdrukking in de recente rechtspraak van het Hof met een toenemend aantal arresten dat op dit gebied is gewezen over kwesties als het recht op het laten verwijderen van koppelingen in zoekmotoren3, de geldigheid van het besluit van de Commissie waarbij is vastgesteld dat de Verenigde Staten een passend beschermingsniveau waarborgen voor doorgegeven persoonsgegevens4, de geldigheid van de PNR-overeenkomst (Passenger Name Record data) tussen de Europese Unie en Canada5, de verantwoordelijkheid van de beheerders van fanpagina’s op Facebook6 of de rechtmatigheid van de bewaring van persoonsgegevens door aanbieders van elektronischecommunicatiediensten7.

Om de bescherming van de gegevens van natuurlijke personen die betrokken zijn bij prejudiciële zaken, te garanderen en tegelijkertijd te zorgen voor de voorlichting van de burgers en de openbaarheid van de rechtspraak, heeft het Hof dan ook besloten om voor elke prejudiciële zaak die vanaf 1 juli 2018 aanhangig wordt gemaakt, in al zijn gepubliceerde documenten de naam van de natuurlijke personen die betrokken zijn bij de betreffende zaak, te vervangen door initialen. Tevens zal elk aanvullend gegeven waardoor de betrokken personen kunnen worden geïdentificeerd, weggelaten worden.

Deze nieuwe richtsnoeren, die niet zien op rechtspersonen en waarvan het Hof nog steeds kan afwijken indien een partij daarom uitdrukkelijk verzoekt of de bijzondere omstandigheden van de zaak dit rechtvaardigen, zullen van toepassing zijn op alle publicaties in verband met de behandeling van de zaak – vanaf de aanhangig making tot aan de afsluiting ervan (mededelingen in het Publicatieblad, conclusies, arresten enzovoort) – en op de benaming van de zaak.

Om het gemakkelijker te maken geanonimiseerde zaken aan te halen en te identificeren, zal het Hof aan elk van die zaken een gebruikelijke benaming toekennen op basis van de volgende regels:

  • Wanneer het gaat om een zaak tussen uitsluitend natuurlijke personen, zal de naam van de zaak bestaan uit twee initialen die staan voor de voor- en familienaam van de verzoekende partij maar verschillend zijn van de werkelijke voor- en familienaam van deze partij. Om de vermenigvuldiging van zaken met dezelfde initialen te voorkomen – de mogelijke lettercombinaties zijn nu eenmaal niet oneindig – zal het Hof aan die twee initialen tussen haakjes een onderscheidend element toevoegen. Dit aanvullende element kan verwijzen naar de naam van een rechtspersoon die geen partij is in het geding maar wel wordt vermeld of betrokken is bij het geding, of naar het voorwerp van het geding dan wel het belang dat daarbij betrokken is. Laatstgenoemde methode is bijvoorbeeld gehanteerd in het recente arrest van het Hof van 26 juni 2018 in de zaak C-451/16, MB (Geslachtsverandering en ouderdomspensioen)8.
  • Wanneer in de zaak zowel natuurlijke als rechtspersonen partij zijn, zal de naam van de zaak overeenkomen met de naam van een van de rechtspersonen. Wanneer het echter gaat om een overheidsinstantie die geregeld partij is voor het Hof (bijvoorbeeld „ministerie van Financiën”), zal eveneens een onderscheidend element worden toegevoegd aan de naam van de zaak.

Ten slotte dient te worden onderstreept dat de hierboven uiteengezette maatregelen tot doel hebben te waarborgen dat persoonsgegevens op een passende wijze worden beschermd in het kader van publicaties van het Hof. Zij hebben geen invloed op de wijze waarop zaken door het Hof worden behandeld of op het gewone verloop van de procedure. Met name zullen de pleitzittingen op dezelfde manier blijven verlopen als thans het geval is.”

1 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB 2016, L 119, blz. 1).

2 De thans van kracht zijnde verordening is verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB 2001, L 8, blz. 1).

3 Arrest van het Hof van 13 mei 2014, Google Spain en Google (C-131/12, zie PC nr. 70/14).

4 Arrest van het Hof van 6 oktober 2015, Schrems (C-362/14, zie PC nr. 117/15).

5 Advies van het Hof van 26 juli 2017 (1/15, zie PC nr. 84/17).

6 Arrest van het Hof van 5 juni 2018, Wirtschaftsakademie Schleswig-Holstein (C-210/16, zie PC nr. 81/18).

7 Arresten van het Hof van 8 april 2014, Digital Rights Ireland (C-293/12 en C-594/12, zie PC nr. 54/14), en 21 december 2016, Tele2 Sverige (C-203/15 en C-698/15, zie PC nr. 145/16).

8 Zie PC nr. 92/18.