EU-Hof: auteursrechtelijke uitzondering voor het kopiëren voor privégebruik is ook van toepassing op werken die in de cloud zijn opgeslagen

Contentverzamelaar

Terug EU-Hof: auteursrechtelijke uitzondering voor het kopiëren voor privégebruik is ook van toepassing op werken die in de cloud zijn opgeslagen

Het voor privégebruik maken van kopieën van auteursrechtelijk beschermde werken is rechtmatig indien een billijke compensatie aan de rechthebbende wordt betaald. De opslag van auteursrechtelijk beschermde werken in de cloud kan worden aangemerkt als het maken van een kopie. De billijke compensatie voor het kopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken moet in beginsel worden betaald door de gebruikers van de cloudopslagdiensten. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Oostenrijkse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 24 maart 2022 in de zaak C-433/20, Austro-Mechana .

Achtergrond

Auteurs beschikken over het recht om de volledige of gedeeltelijke reproductie van hun auteursrechtelijk beschermde materiaal toe te staan of te verbieden (artikel 2 van richtlijn 2001/29). Dat recht wordt het reproductierecht genoemd. Lidstaten kunnen ervoor kiezen om ‘kopieën voor privégebruik’ uit te zonderen van het reproductierecht. Het maken van kopieën voor privégebruik is rechtmatig indien een billijke compensatie aan de rechthebbende wordt betaald (artikel 5, lid 2, onder b van richtlijn 2001/29).

Het gaat in deze zaak om een geding tussen Austro-Mechana, een vennootschap voor het collectieve beheer van auteursrechten, en Strato, een in Duitsland gevestigde vennootschap die een dienst aanbiedt voor de opslag van data op een commerciële server met gebruikmaking van cloudcomputingtechniek. Natuurlijke personen die op rechtmatige wijze auteursrechtelijk beschermd materiaal bezitten kunnen voor privédoeleinden een kopie daarvan maken en deze, tegen betaling, opslaan op de server. Gelet op artikel 5, lid 2 van richtlijn 2001/29 moet wel een billijke compensatie worden betaald voor het ‘kopiëren voor privégebruik’.

De cloudcomputingdiensten van Strato maken het mogelijk dat natuurlijke personen de kopieën kunnen maken. Strato heeft echter bij de Oostenrijkse rechter aangevoerd dat zij Austro-Mechana geen billijke compensatie hoefde te betalen voor het aanbieden van die cloudcomputingdiensten. Die rechter wil in dat kader van het EU-Hof weten of de opslag van data in het kader van cloudcomputing onder de reikwijdte van het begrip ‘kopieën voor privégebruik’ (‘reproductie’) in de zin van artikel 5, lid 2, onder b van richtlijn 2001/29 valt.

EU-Hof

Het begrip ‘reproductie, op welke drager dan ook’

Het EU-Hof oordeelt in de eerste plaats dat het in artikel 5, lid 2, onder b van richtlijn 2001/29 opgenomen begrip ‘reproductie, op welke drager dan ook’, zich mede uitstrekt tot het maken, voor privédoeleinden, van reservekopieën van auteursrechtelijk beschermde werken op een server waarop de aanbieder van cloudcomputingdiensten opslagruimte ter beschikking stelt van een gebruiker. Het EU-Hof komt tot dit oordeel na onderzoek van de afzonderlijke begrippen ‘reproductie’ en ‘op welke drager dan ook’.

Met betrekking tot het begrip ‘reproductie’ oordeelt het EU-Hof dat het uploaden van een auteursrechtelijk beschermd werk vanaf een met een gebruiker verbonden terminal in een opslagruimte in de cloud, impliceert dat het werk in kwestie wordt ‘gereproduceerd’, aangezien er een kopie van het werk wordt opgeslagen in de cloud.

Met begrip tot het begrip ‘op welke drager dan ook’ oordeelt het EU-Hof dat de kenmerken van de drager vanaf welke of met behulp waarvan de kopieën voor privégebruik worden gemaakt, niet van belang zijn. Een server van een derde kan dus onder dat begrip vallen. Daarnaast oordeelt het EU-Hof dat bij de bescherming van de auteursrechten rekening moet worden gehouden met technologische ontwikkelingen, zoals de opkomst van digitale dragers en cloudcomputingdiensten. Indien geen rekening zou worden gehouden met die technologische ontwikkelingen zou volgens het EU-Hof de auteursrechtelijke bescherming achterhaald worden of in onbruik raken.

Billijke compensatie

Het EU-Hof brengt in herinnering dat lidstaten, die een uitzondering toestaan op het reproductierecht voor kopieën voor privégebruik, moeten voorzien in een systeem van billijke compensatie om rechthebbenden schadeloos te stellen. Die billijke compensatie moet in beginsel worden betaald door de gebruiker van de cloudopslagdiensten.

Het kan echter moeilijk zijn om de eindgebruikers van de cloudopslagdiensten te identificeren. In een dergelijk geval kunnen de lidstaten een heffing voor het kopiëren voor privégebruik invoeren, die verschuldigd is door de producenten of importeur van de servers waarmee cloudcomputingdiensten worden aangeboden. Deze heffing zal economisch worden afgewenteld op de koper van die servers en zal uiteindelijk worden gedragen door de particuliere gebruiker die deze installaties gebruikt of aan wie een reproductiedienst wordt verleend.

Bij de vaststelling van de heffing voor het kopiëren voor privégebruik kunnen de lidstaten rekening houden met de omstandigheid dat bepaalde apparaten en dragers kunnen worden gebruikt voor het maken van privékopieën in de cloud. Zij moeten zich er echter wel van vergewissen dat de aldus betaalde heffing, voor zover deze verschuldigd is voor meerdere apparaten en dragers die worden gebruikt in het kader van één enkel procedé voor het maken van privékopieën, niet verder gaat dan de schade die de rechthebbenden mogelijkerwijs lijden. Bijgevolg verzet richtlijn 2001/29 zich niet tegen een nationale regeling op grond waarvan aanbieders van opslagdiensten in het kader van cloudcomputing geen billijke compensatie hoeven te betalen, voor zover die regeling op een andere wijze voorziet in de betaling van een billijke compensatie.

Meer informatie: