EU-Hof: Beroepservaring in andere lidstaten volledig meetellen bij inschaling

Contentverzamelaar

EU-Hof: Beroepservaring in andere lidstaten volledig meetellen bij inschaling
Bij de inschaling in de salaristrappen van een beloningssysteem eist het vrije verkeer van werknemers dat ten volle rekening wordt gehouden met de gelijkwaardige beroepservaring die een werknemer in een andere lidstaat heeft verworven. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van de hoogste Duitse rechter in arbeidszaken.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 23 april 2020 in de zaak C-710/18, WN tegen Land Niedersachsen.

WN, een Duits onderdaan, was tussen 1997 en 2014 ononderbroken werkzaam in Frankrijk als leerkracht in het middelbaar onderwijs. In september 2014 is zij, binnen zes maanden na het stoppen van haar werkzaamheden in Frankrijk, aangeworven door het Land Niedersachsen als leerkracht. Als leerkracht in het Duitse onderwijs is de collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren van de deelstaten (hierna: CAO) op WN van toepassing.

De CAO maakt bij de inschaling in de salaristrappen een onderscheid tussen beroepservaring die is opgedaan bij dezelfde werkgever of beroepservaring die is opgedaan bij een andere werkgever. Indien de beroepservaring is opgedaan in het kader van een eerdere arbeidsverhouding voor bepaalde of onbepaalde tijd bij dezelfde werkgever, wordt met de volledige beroepservaring rekening gehouden. Er is sprake van een eerdere arbeidsverhouding indien het niet langer dan zes maanden geleden is dat deze arbeidsverhouding is geëindigd. Indien de beroepservaring is opgedaan bij een andere werkgever, wordt met een beroepservaring van maximaal drie jaar rekening gehouden.   

WN heeft zeventien jaar gewerkt bij een andere werkgever dan het Land Niedersachsen. Op grond van de regeling wordt bij de inschaling slechts rekening gehouden met drie jaar relevante beroepservaring. De verwijzende rechter wil weten of het vrij verkeer van werknemers ( artikel 45 EU-Werkingsverdrag ) zich ertegen verzet dat bij de inschaling geen rekening wordt gehouden met de volledige beroepservaring die bij een andere werkgever is verworven.

EU-Hof

Het EU-Hof oordeelt dat er in deze zaak geen sprake is van discriminatie op grond van de nationaliteit. De regeling creëert slechts een verschil in behandeling naar gelang de werkgever waar de relevante beroepservaring is opgedaan. Het EU-Hof oordeelt echter dat een regeling die geen rekening houdt met perioden van gelijkwaardige werkzaamheden in andere lidstaten de uitoefening van het vrij verkeer van werknemers minder aantrekkelijk kan maken. Zo’n regeling vormt een belemmering van het vrij verkeer van werknemers.

Ten eerste oordeelt het EU-Hof dat de maatregel niet gerechtvaardigd kan worden door de doelstelling om werknemers die herhaaldelijk bij dezelfde werkgever voor bepaalde tijd in dienst zijn getreden, toegang te geven tot de hogere salaristrappen. Het EU-Hof komt namelijk tot de conclusie dat de regeling ook van toepassing is op werknemers die hun arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd opzeggen en binnen zes maanden opnieuw in dienst treden bij dezelfde werkgever. De gehele beroepservaring wordt dus in aanmerking genomen, ongeacht of de arbeidsovereenkomst is gesloten voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Het EU-Hof oordeelt ten tweede dat werknemers, die de gehele beroepservaring hebben opgedaan bij dezelfde werkgever, niet beter in staat moeten worden geacht hun werk te kunnen uitoefenen dan werknemers die hun beroepservaring hebben opgedaan bij verschillende werkgevers. Gekeken moet worden of sprake is van gelijkwaardige beroepservaring die bij andere werkgevers in andere lidstaten is opgedaan. Indien deze beroepservaring gelijkwaardig is, zou deze ervaring niet volledig naar waarde worden geschat indien de ervaring voor ten hoogste drie jaar zou worden meegerekend bij de inschaling.

Ten derde oordeelt het EU-Hof dat de maatregel niet geschikt is om werknemers aan dezelfde werkgever te binden. De Duitse regering stelde dat bepaalde arbeidsvoorwaarden bij alle openbare scholen in het Land Niedersachsen vergelijkbaar zijn. Een hoger salaris kan een stimulans zijn om bij dezelfde werkgever te blijven. Het EU-Hof oordeelt echter dat openbare scholen in het Land Niedersachsen concurreren met openbare scholen van andere regionale overheden, andere lidstaten en andere derde landen. Door deze concurrentie zullen leerkrachten toch van baan veranderen, ongeacht een hoger salaris bij dezelfde werkgever.

Tenslotte oordeelt het EU-Hof dat de beperking niet gerechtvaardigd kan worden door te stellen dat de erkenning van de beroepservaring bij dezelfde werkgever de werknemer stimuleert om binnen zes maanden na uitdiensttreding bij die werkgever terug te keren. Het EU-Hof oordeelt dat het Land Niedersachsen niet uiteenzet waarom de uitsluiting van een gedeelte van de bij een andere werkgever opgedane beroepservaring bijdraagt aan de terugkeer van werknemers bij de regionale overheid. Deze regeling verhindert werknemers die in een andere lidstaat hebben gewerkt juist om bij de regionale overheid terug te keren, omdat hun beroepservaring niet volledig wordt