EU-Hof bevestigt handhaving van Hamas op EU-sanctielijst

Contentverzamelaar

EU-Hof bevestigt handhaving van Hamas op EU-sanctielijst
Voor de handhaving op de EU-sanctielijst van Hamas is geen beslissing van een lidstaat nodig. Die is alleen vereist bij een eerste listing. De Raad mag zich voor de handhaving ook beroepen op informatiebronnen zoals de pers en het internet. Dat heeft het EU-Hof bepaald.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 26 juli 2017 in de zaak C-79/15 P, Raad tegen Hamas.

Hamas is een Palestijnse islamitische politieke beweging die op 27 december 2001 door de Raad op de EU-sanctielijst van verordening 2580/2001 is gezet. Door plaatsing op deze lijst worden financiƫle middelen bevroren van de personen die zijn aangesloten bij Hamas. Volgens de Raad is Hamas een terroristische organisatie en heeft de groepering meerdere aanslagen gepleegd. Bij latere handelingen van de Raad is deze plaatsing gehandhaafd.

Hamas is het daar niet meer mee eens en gaat daarom in beroep op 12 september 2010. Daartoe voert Hamas o.a. aan dat de Raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de ontwikkeling van de situatie en niet gemotiveerd heeft waarom Hamas op de lijst dient te blijven staan. De Raad stelt namelijk dat Hamas in de tussentijd terroristische daden heeft gepleegd maar laat na om deze bewering te baseren op een onderzoek en beslissing van een bevoegde instantie van een lidstaat. Dat is volgens het EU-Gerecht op grond van het Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931 wel vereist. Het EU-Gerecht heeft het besluit om Hamas op de lijst te laten staan vervolgens nietig verklaard.

De Raad heeft tegen de beslissing van het Gerecht hoger beroep bij het EU-Hof ingesteld. Als eerste voert de Raad daarvoor aan dat hij niet telkens opnieuw redenen hoeft aan te dragen voor de handhaving van Hamas op de litigieuze lijst. De oorspronkelijke beslissing voor de plaatsing op de lijst is voldoende zolang er geen feiten zijn die daartegen pleiten. Het EU-Hof denkt daar anders over. In dit geval is er zeer veel tijd verstreken tussen de aanvankelijke plaatsing op de lijst en het handhaven van die beslissing (2001-2010). De Raad is dus verplicht om met recentere elementen aan te tonen dat er nog steeds terroristische dreigen van Hamas uitgaat.

Ten tweede betoogt de Raad dat hij zich bij een handhavingsbesluit ook kan baseren op andere bronnen zoals de pers en het internet. Volgens het EU-Hof klopt dat. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de aanvankelijke plaatsing van een persoon of entiteit op de genoemde lijst en de handhaving daarvan. Bij de aanvankelijke plaatsing zijn de beslissingen van lidstaten noodzakelijk. Voor de handhaving van een plaatsing mag de Raad zich ook op andere informatie beroepen.

Het EU-Hof oordeelt daarom dat de Raad aan zijn motiveringsplicht heeft voldaan en vernietigt de uitspraak van het EU-Gerecht.