EU-Hof: consumentenbeschermings-verenigingen mogen representatieve vorderingen instellen tegen inbreuken op de bescherming van persoonsgegevens

Contentverzamelaar

EU-Hof: consumentenbeschermings-verenigingen mogen representatieve vorderingen instellen tegen inbreuken op de bescherming van persoonsgegevens
Een vereniging die consumentenbelangen behartigt kan een representatieve vordering instellen tegen de vermeende dader van een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens. Voor het instellen van een dergelijke vordering is een specifieke inbreuk op het recht van een betrokkene op bescherming van zijn of haar persoonsgegevens niet vereist. Daarnaast kan die vordering worden ingesteld los van de vraag of een betrokkene een opdracht tot het instellen daartoe heeft gegeven. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Duitse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 28 april 2022 in de zaak C-319/20, Meta Platforms Ireland Limited .

Achtergrond

Meta Platforms Ireland is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens door Facebook in de Europese Unie. Op het internetplatform Facebook bevindt zich een appcentrum waar Meta Platforms haar gebruikers gratis spellen van derde leveranciers aanbiedt. Door de applicatie te gebruiken gaat de gebruiker akkoord met de algemene voorwaarden en met het gegevensbeschermingsbeleid.

De Duitse federale vereniging van consumentenbeschermingsorganisaties (Bundesverband) had bij de Duitse rechter een vordering tot staking ingesteld tegen Meta Platforms. Volgens het Bundesverband overtrad Meta Platforms door het aanbieden van gratis spellen de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, de regelgeving inzake de bestrijding van oneerlijke handelspraktijken en de regelgeving inzake consumentenbescherming.

De zaak is uiteindelijk terechtgekomen bij de hoogste Duitse federale rechter in burgerlijke en strafzaken. Die rechter vraagt zich af of een vereniging voor consumentenbescherming, na de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), nog steeds bevoegd is om de burgerlijke rechter in te schakelen tegen inbreuken op de AVG, ongeacht de concrete schending van de rechten van individuele betrokkenen en zonder daartoe de opdracht te hebben gekregen van die betrokkenen. Die procesbevoegdheid voor consumentenbeschermingsverenigingen volgt uit het Duitse recht. .  

EU-Hof

Het EU-Hof brengt in herinnering dat lidstaten de mogelijkheid hebben om een representatieve vordering ter bescherming van persoonsgegevens op te nemen in hun nationale recht (artikel 80, lid 2, AVG). De lidstaten moeten wel een wettelijke regeling vaststellen die geen afbreuk doet aan de inhoud en de doelstellingen van de AVG. Dit houdt in dat die regeling moet voldoen aan de vereisten die in artikel 80, lid 2 van de AVG zijn opgesomd.

Het orgaan, de organisatie of de vereniging moet binnen de personele werkingssfeer van artikel 80, lid 2 van de AVG vallen. Een consumentenbeschermingsvereniging zoals in deze zaak valt binnen die werkingssfeer. De statutaire doeleinden van die vereniging dienen namelijk het algemeen belang (consumentenbescherming) en de vereniging beschermt rechten die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens.

Daarnaast oordeelt het EU-Hof dat het instellen van een representatieve vordering niet afhankelijk is van een concrete schending van de rechten die een persoon aan de regels inzake gegevensbescherming ontleent. Daarnaast kan die vordering worden ingesteld los van de vraag of een betrokkene een opdracht tot het instellen daartoe heeft gegeven.

Verder staat artikel 80, lid 2 van de AVG er niet aan in de weg dat een representatieve vordering wordt ingesteld wanneer de schending van de regels inzake gegevensbescherming wordt aangevoerd in het kader van een vordering die strekt tot toetsing van de toepassing van andere ter bescherming van de consument vastgestelde regels. Het gaat dan om de regels inzake de bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken en de regels inzake consumentenbescherming.

Meer informatie: