Contentverzamelaar

EU-Hof: Echtscheiding als pensioenvoorwaarde voor transgenders is in strijd met EU-recht
De voorwaarde in het VK die echtscheiding verplicht stelt na geslachtsverandering om een pensioen als vrouw te kunnen ontvangen, is discriminerend en in strijd met het EU-recht. Om de verandering van geslacht te erkennen is het voldoende dat personen al langer als zodanig hebben geleefd en een geslachtsveranderende operatie hebben ondergaan.

Het gaat om het arrest van de Grote Kamer van het EU-Hof van 26 juni 2018 in de zaak C-451/16. Zie ook het persbericht (EN).

MB is geboren als man, maar gaat na de voltooiing van operaties sinds 1995 als vrouw door het leven. Zij is echter altijd bij haar echtgenote gebleven. Om in het VK bij de burgerlijke stand erkend te worden als vrouw, moet zij een certificaat aanvragen. Maar om dat te krijgen mag je niet meer getrouwd zijn met je partner van (inmiddels) hetzelfde geslacht. De Marriage Act van 2013 die het huwelijk openstelt voor partners van gelijk geslacht  in het VK is niet van toepassing op het geding.

Vrouwen hebben in het VK van af hun zestigste recht op een ouderdomspensioen. In 2008, toen MB zestig werd, heeft zij haar pensioen aangevraagd. Echter omdat zij het certificaat niet heeft, en daardoor juridisch gezien nog steeds een man is, komt zij niet in aanmerking voor haar pensioen als vrouw. De Britse rechter vraagt het EU-Hof of een en ander strookt met de EU-regels inzake non-discriminatie.

Het EU-Hof benadrukt ten eerste dat het niet is gevraagd te oordelen of de erkenning van geslachtsverandering afhankelijk gesteld mag worden van een huwelijksontbinding. Bovendien behoort  het regelen van de burgerlijke staat tot de bevoegdheid van de lidstaten. De lidstaten moeten daarbij echter wel het Unierecht en met name het discriminatieverbod, eerbiedigen. Uit de rechtspraak volgt dat een nationale regeling die het recht op een pensioenuitkering afhankelijk stelt van een voorwaarde betreffende de burgerlijke staat, ook het verbod van discriminatie op grond van geslacht in acht moet nemen zoals vastgelegd in artikel 157 VWEU en de EU-richtlijn 79/7 inzake gelijke behandeling in de wettelijke sociale zekerheidsregelingen. Het Hof stelt vast dat voor de toepassing van de richtlijn personen die gedurende een aanzienlijke periode hebben geleefd als persoon van een ander dan hun geboortegeslacht en die een geslachtsveranderende operatie hebben ondergaan, van geslacht zijn veranderd.

De voorwaarde van de nietigverklaring van een vóór die verandering gesloten huwelijk voor het ontvangen van ouderdomspensioen geldt niet voor een persoon die zijn geboortegeslacht heeft behouden en is gehuwd. Daarom is volgens het EU-Hof in dit geval sprake van rechtstreekse discriminatie, die niet is gerechtvaardigd. De VK regeling is daarom in strijd met het EU-recht.