Contentverzamelaar

EU-Hof en Gerecht vestigen nieuw productiviteitsrecord
In 2018 hebben het EU-Hof en het Gerecht 1769 zaken afgedaan. In 2017 waren dit er nog ongeveer 1600. Tegelijkertijd zijn bij de twee rechterlijke instanties 1863 nieuwe zaken aanhangig gemaakt. Bij het EU-Hof is die stijging vooral te wijten aan de toename van het aantal prejudiciële verwijzingen. Daarmee zet de trend van de laatste jaren van een stijgend aantal procedures bij het EU-Hof voort. Desondanks zijn beide gerechtelijke instellingen erin geslaagd de duur van de procedures te verkorten.

Het EU-Hof

Het aantal zaken dat bij het EU-Hof aanhangig is gemaakt, is ook in 2018 aanzienlijk gestegen. Er kwamen 849 nieuwe zaken bij, 110 zaken meer dan in 2017. Dit is een stijging van bijna 15%. Deze stijging is vooral te wijten aan de toename van het aantal verzoeken van rechters uit de lidstaten om een prejudiciële beslissing. Dit waren er 568 in 2018, tegenover 533 in 2017. Het aantal verzoeken is daarmee in tien jaar bijna verdubbeld. Verzoeken tot prejudiciële beslissingen maken 70% van de aanhangige zaken uit. Het aantal hogere voorzieningen tegen de beslissingen van het Gerecht is met 35% gestegen, van 147 tot 199. Ook het aantal rechtstreekse beroepen is toegenomen.

Het aantal afgedane zaken door het Hof is 760. Dit is een record. Het EU-Hof hoopt dat met het oog op verdere efficiëntie een nieuw mechanisme met een aangescherpte ontvankelijkheidstoets voor bepaalde hogere voorzieningen binnenkort kan worden ingevoerd.

In 2018 is de gemiddelde duur van de procedures bij het EU-Hof gedaald. De duur van de behandeling van prejudiciële zaken is licht gestegen van 15,7 naar 16 maanden, terwijl de duur voor hogere voorzieningen aanmerkelijk is gedaald, tot 13,4 maanden, een verbetering van bijna vier maanden ten opzichte van 2017. De duur van de behandeling van rechtstreekse beroepen is ook merkbaar gedaald, van 20,3 naar 18,3 maanden.

Het Gerecht

Bij het Gerecht zijn 834 zaken aanhangig gemaakt, wat een daling van ongeveer 9% is ten opzichte van 2017. Dat aantal is echter te vergelijken met dat in 2015, waarbij 2016 en 2017 gekenmerkt werden door uitzonderlijke omstandigheden.

Het Gerecht heeft een recordaantal van 1009 zaken afgedaan, wat neerkomt op een stijging van bijna 13% ten opzichte van 2017. Deze toename van de productiviteit had een directe impact op het aantal aanhangige zaken, dat nu 1333 bedraagt, tegenover 1508 in 2017. Dit is een daling van bijna 12%.

De totale duur van de procedures, 20 maanden, is iets langer dan in 2017. Dit is te wijten aan de afdoening van een groot aantal mededingingszaken van grote omvang en complexiteit, waardoor de behandeling veel langer dan gemiddeld was. De duur is wel veel korter dan voor de hervorming van de gerechtelijke structuur van de Unie. ​​​​​​​