EU-Hof: geen milieubeoordeling vereist voor plan of programma dat geen gedetailleerd kader bevat voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten

Contentverzamelaar

EU-Hof: geen milieubeoordeling vereist voor plan of programma dat geen gedetailleerd kader bevat voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten
Een plan of programma dat aanzienlijke milieueffecten heeft moet in beginsel worden onderworpen aan een milieubeoordeling. Die verplichting geldt niet indien het plan of programma geen groot pakket aan criteria en modaliteiten vaststelt voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die in het kader van het plan of programma zullen worden goedgekeurd. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Duitse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 22 februari 2022 in de zaak C-300/20, Bund Naturschutz .

Achtergrond

Het Landkreis Rosenheim (Duitsland) heeft in april 2013 het Inntal Sudbesluit vastgesteld. Bij dit besluit is een gebied van ongeveer 4.021 hectare als beschermd aangewezen. Dit is ongeveer 650 hectare minder dan in de eerdere regelingen uit 1952 en 1977. Het Landkreis Rosenheim heeft geen strategische milieubeoordeling (SMB) uitgevoerd overeenkomstig artikel 3, lid 2 onder a van richtlijn 2001/42 (hierna: SMB-richtlijn) en heeft ook geen studie verricht om te bepalen of het besluit aanzienlijke milieueffecten kon hebben in de zin van artikel 3, lid 4 van de SMB-richtlijn.

Bund Naturschutz, een Duitse milieuvereniging die bij de procedure tot vaststelling van het Inntal Sudbesluit betrokken was, heeft dit besluit aangevochten bij de Duitse rechter, dat haar verzoek niet-ontvankelijk heeft verklaard. De milieuvereniging heeft vervolgens beroep ingesteld bij de hoogste federale Duitse bestuursrechter. Volgens die rechter is het beroep alleen ontvankelijk indien de Landkreis Rosenheim krachtens de SMB-richtlijn verplicht was om voorafgaand aan de vaststelling van het Inntal Sudbesluit een strategische milieubeoordeling uit te voeren (artikel 3, lid 2, onder a) of een studie te verrichten om te bepalen of dit besluit aanzienlijke milieueffecten kon hebben (artikel 3, lid 4).

De rechter vraagt aan het EU-Hof of een nationale maatregel, zoals het Inntal Sudbesluit, waarmee wordt beoogd de natuur en het landschap te beschermen en waarin algemene verbodsbepalingen en vergunningsplichten worden vastgelegd, binnen de werkingssfeer van artikel 3, lid 2 onder a en artikel 3, lid 4 van de SMB-richtlijn valt.

EU-Hof

Plan of programma

Het EU-Hof brengt in herinnering dat de SMB-richtlijn slechts van toepassing is indien sprake is van een ‘plan of een programma’ in de zin van artikel 2, onder a van de SMB-richtlijn. In die context oordeelt het EU-Hof dat het Inntal Sudbesluit is vastgesteld door het Landkreis Rosenheim, een lokale overheidsinstantie, en dat het besluit is vastgesteld op een rechtsgrondslag die het Landkreis Rosenheim machtigt om een dergelijk besluit vast te stellen. Het Inntal Sudbesluit kan dus volgens het EU-Hof worden aangemerkt als een plan of programma.

Strategische milieubeoordeling

Krachtens artikel 3, lid 2, onder a van de SMB-richtlijn moet een strategische milieubeoordeling worden uitgevoerd voor alle plannen en programma’s die (I) voorbereid worden met betrekking tot de in die bepaling bedoelde sectoren en (II) dat zij het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor de in de bijlage I en II bij richtlijn 2011/92 genoemde projecten .

Met betrekking tot de eerste voorwaarde moeten plannen en programma’s worden voorbereid met betrekking tot in artikel 3, lid 2, onder a van de SMB-richtlijn bedoelde sectoren (o.a. landbouw, bosbouw, waterbeheer, ruimtelijke ordening of grondgebruik). Het EU-Hof oordeelt dat het Inntal Sudbesluit regels bevat met betrekking tot activiteiten die vallen onder de sectoren landbouw, bosbouw, vervoer, waterbeheer en ruimtelijke ordening of grondgebruik. Aan de eerste voorwaarde is voldaan.

Met betrekking tot de tweede voorwaarde moeten de betrokken plannen en programma’s het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten en deze projecten moeten worden genoemd in de bijlage I en II bij richtlijn 2011/92. Het EU-Hof oordeelt ten eerste dat diverse activiteiten in het kader van het Inntal Sudbesluit kunnen worden aangemerkt als een project in de zin van bijlage I en II bij richtlijn 2011/92. Vervolgens oordeelt het EU-Hof dat het Inntal Sudbesluit geen kader vormt voor de toekenning van toekomstige vergunningen, omdat het besluit geen groot pakket aan criteria en modaliteiten vaststelt voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die in het kader van het Inntal Sudbesluit zullen worden uitgevoerd.

Het EU-Hof oordeelt dat niet is voldaan aan de tweede voorwaarde en dat het Inntal Sudbesluit aldus niet binnen de werkingssfeer van artikel 3, lid 2, onder a van de SMB-richtlijn valt. Een strategische milieubeoordeling was bij de vaststelling van het Inntal Sudbesluit niet vereist.

Studie met betrekking tot eventuele aanzienlijke milieueffecten

Het EU-Hof oordeelt dat de in artikel 3, lid 4 van de SMB-richtlijn neergelegde verplichting om een studie te verrichten afhangt van een voorwaarde die overeenkomst met de hierboven genoemde tweede voorwaarde, te weten dat het plan of programma het kader moet vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten. Aan die voorwaarde is – zoals hierboven aangegeven - niet voldaan met betrekking tot het Inntal Sudbesluit.

Meer informatie: