Contentverzamelaar

EU-Hof: internetprovider die met een nultarief bepaalde diensten bevoordeelt, handelt in strijd met netneutraliteit
De EU-verordening waarin het beginsel van netneutraliteit is vastgelegd, verzet zich ertegen dat een provider bepaalde diensten bevoordeelt door een zogenaamd ‘nultarief’. Klanten kunnen deze diensten namelijk blijven gebruiken, terwijl andere diensten worden geblokkeerd of vertraagd wanneer een klant zijn datavolume heeft opgemaakt. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Hongaarse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 15 september 2020 in de gevoegde zaken C-807/18 en C-39/19, Telenor Magyarorzág Zrt.

Achtergrond

Telenor is een in Hongarije gevestigde aanbieder van internettoegangsdiensten. In de pakketten van Telenor krijgen klanten onbeperkt toegang tot bepaalde door Telenor geselecteerde diensten. Het dataverbruik tijdens het gebruik van de geselecteerde diensten wordt niet afgetrokken van het overeengekomen datavolume van de klant (ook wel nultarief of zero rating). Ook na het opmaken van het totale datavolume, blijven klanten onbeperkt toegang houden tot de geselecteerde diensten, terwijl andere diensten worden geblokkeerd of vertraagd.

De Hongaarse media-autoriteit heeft een procedure ingeleid om te toetsen of de pakketten van Telenor verenigbaar zijn met EU-verordening 2015/2120 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang (netneutraliteitsverordening). Na haar onderzoek is de Hongaarse media-autoriteit tot de conclusie gekomen dat de pakketten niet voldeden aan de in artikel 3, lid 3, van deze verordening bedoelde verplichting tot gelijke en niet-discriminerende behandeling van het verkeer. Als gevolg mag Telenor de pakketten niet langer aanbieden.

Tegen dit besluit is Telenor in beroep gekomen bij de Hongaarse rechter. Deze heeft het EU-Hof vragen voorgelegd over de uitlegging en toepassing van artikel 3 van de netneutraliteitsverordening.

EU-Hof

In zijn uitspraak geeft het EU-Hof voor de eerste keer uitleg over de netneutraliteitsverordening.

Om te beginnen stelt het EU-Hof vast dat de in artikel 3, lid 1, van de netneutraliteitsverordening gewaarborgde rechten moeten worden uitgeoefend ‘via hun internettoegangsdienst’. Dat heeft tot gevolg dat artikel 3, lid 2, van de netneutraliteitsverordening vereist dat dergelijke internettoegangsdiensten de rechten van eindgebruikers zoals volgt uit lid 1 niet mogen beperken. Ook volgt uit artikel 3, lid 2, van de netneutraliteitsverordening dat de diensten van een bepaalde aanbieder van internettoegang door de nationale regelgevende autoriteiten en onder toezicht van de bevoegde nationale rechterlijke instanties moeten worden beoordeeld in het licht van dit vereiste. Daarbij moet rekening worden gehouden met zowel de overeenkomsten tussen deze aanbieder en de eindgebruikers als de overige commerciële praktijken van de aanbieder.

Tegen die achtergrond oordeelt het EU-Hof dat de sluiting van een overeenkomst waarbij bepaalde klanten zich abonneren op pakketten die een nultarief combineren met maatregelen waarbij het verkeer dat verband houdt met het gebruik van andere diensten dan de geselecteerde diensten die onder het nultarief vallen, worden geblokkeerd of vertraagd, op een wezenlijk deel van de markt de uitoefening van de rechten van eindgebruikers kan beperken in de zin van artikel 3, lid 2, van de netneutraliteitsverordening. Dergelijke pakketten kunnen het gebruik van de geselecteerde diensten namelijk doen toenemen en tegelijkertijd het gebruik van andere diensten doen afnemen. Dat is het gevolg van de maatregelen waarmee de aanbieder van internettoegangsdiensten laatstgenoemd gebruik technisch gezien moeilijker of zelfs onmogelijk maakt. Van belang is ook dat hoe meer klanten dergelijke overeenkomsten sluiten, des te groter de kans is dat het gecombineerde effect van deze overeenkomsten een ernstige beperking van de uitoefening van de rechten van de eindgebruikers oplevert of zelfs de essentie zelf van deze rechten ondermijnt.

Met betrekking tot artikel 3, lid 3, van de netneutraliteitsverordening merkt het EU-Hof op dat voor de vaststelling van een inbreuk op deze bepaling niet hoeft te worden beoordeeld of de maatregelen om het verkeer te blokkeren of te vertragen invloed hebben op de rechten van eindgebruikers. Deze bepaling voorziet namelijk niet in een dergelijk vereiste waaraan zou moeten worden getoetst of aan de daarin opgenomen algemene verplichting tot gelijke en niet-discriminerende behandeling van het verkeer wordt voldaan. Het EU-Hof oordeelt dat maatregelen om het verkeer te blokkeren of te vertragen die niet berusten op objectief verschillende technische kwaliteitsvereisten van bepaalde specifieke categorieën verkeer, maar op commerciële overwegingen, als zodanig onverenigbaar met die bepaling moeten worden geacht.

Pakketten zoals die van Telenor, zijn dus zowel in strijd zijn met artikel 3, lid 2 als lid 3, van de netneutraliteitsverordening, aldus het EU-Hof.