EU-Hof: mate van willekeurig geweld in een gewapend conflict kan niet alleen worden gemeten aan de hand van het relatieve aantal burgerslachtoffers

Contentverzamelaar

EU-Hof: mate van willekeurig geweld in een gewapend conflict kan niet alleen worden gemeten aan de hand van het relatieve aantal burgerslachtoffers
Bij de beoordeling van een verzoek om toekenning van subsidiaire bescherming op grond van de EU-Kwalificatierichtlijn kan de ‘mate van willekeurig geweld in een gewapend conflict’ niet uitsluitend worden vastgesteld op basis van het minimumaantal burgerslachtoffers in het conflictgebied ten opzichte van het bevolkingsaantal in dat betrokken gebied. Dat is het oordeel van het EU-Hof op vragen van een Duitse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 10 juni 2021 in de zaak C-901/19, CF en DN tegen Bundesrepublik Deutschland .

Achtergrond

In richtlijn 2011/95 (hierna: EU-Kwalificatierichtlijn) zijn onder meer normen vastgesteld voor een uniforme status voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming. Uit artikel 18 van de EU-Kwalificatierichtlijn , gelezen in samenhang met artikel 2, onder f en g van diezelfde richtlijn , volgt dat de subsidiaire beschermingsstatus in beginsel moet worden verleend aan elke derdelander of staatloze die bij terugkeer naar zijn land van herkomst of naar het land waar hij gewoonlijk verbleef, een ‘reëel risico zou lopen op ernstige schade’ in de zin van artikel 15 van de EU-Kwalificatierichtlijn . Artikel 15 noemt drie soorten van ‘ernstige schade’, waaronder een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict (sub c).

In de zaak C-465/07 (Elgafaji) heeft het EU-Hof geoordeeld dat ook indien de betrokken persoon niet specifiek wordt beoordeeld om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden, een ‘ernstige en individuele bedreiging als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict’ bij wijze van uitzondering kan worden geacht aanwezig te zijn wanneer ‘de mate van willekeurig geweld’ in het conflict dermate hoog is. De mate van willekeurig geweld is dermate hoog wanneer er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat deze persoon louter door zijn aanwezigheid in het betrokken gebied een reëel risico zou lopen aan een ernstige en individuele bedreiging te worden blootgesteld.

In de onderhavige zaak gaat het om twee Afghaanse staatsburgers die in Duitsland asielverzoeken hadden ingediend. De asielverzoeken zijn door het Duitse federaal bureau voor migratie en vluchtelingen afgewezen. Nadat het beroep tegen deze besluiten werd verworpen hebben de verzoekers hoger beroep ingesteld bij de hoogste bestuursrechter van de deelstaat Baden-Wurttemberg (hierna: rechter). In hoger beroep verzoeken de Afghaanse staatsburgers niet langer om de asielstatus, maar om de subsidiaire beschermingsstatus op grond van de Duitse omzettingsbepaling van artikel 15, onder c van de EU-Kwalificatierichtlijn.  

De rechter heeft vastgesteld dat uit de rechtspraak van de hoogste federale Duitse bestuursrechter volgt dat een ‘ernstige en individuele bedreiging’ in de zin van artikel 15, onder c van de EU-Kwalificatierichtlijn moet worden vastgesteld op basis van een kwantitatieve beoordeling van het risico op doding of verwonding in het land van herkomst of in het land waar de derdelander gewoonlijk verbleef. Deze kwantitatieve beoordeling ziet op de verhouding tussen het aantal slachtoffers in het betrokken gebied en het totale bevolkingsaantal van dat gebied, waarbij het verkregen resultaat noodzakelijkerwijs een bepaald minimumniveau moet bereiken. De rechter vraagt aan het EU-Hof of deze kwantitatieve beoordeling verenigbaar is met artikel 15, onder c van de EU-Kwalificatierichtlijn. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, wil de rechter van het EU-Hof weten welke criteria dan wel moeten worden gebruikt om de vereiste mate van willekeurig geweld vast te stellen.

EU-Hof

Verenigbaarheid kwantitatieve beoordeling met EU-Kwalificatierichtlijn

Het EU-Hof oordeelt dat een kwantitatieve beoordeling derdelanders ertoe kan aanzetten om naar andere lidstaten te gaan reizen indien daar de minimumdrempel voor het aantal slachtoffers minder hoog is. Een dergelijke ‘secundaire migratie’ binnen de EU is volgens het EU-Hof onverenigbaar met de doelstelling van de EU-Kwalificatierichtlijn om secundaire migratie wegens verschillen in nationale wetgeving te voorkomen (overweging 13, EU-Kwalificatierichtlijn).

Daarnaast oordeelt het EU-Hof dat het problematisch kan zijn om betrouwbare en nauwkeurige gegevens te verkrijgen over het aantal slachtoffers in een gebied waar een gewapend conflict plaatsvindt. Een kwantitatieve beoordeling die uitgaat van het aantal slachtoffers is daarom niet de meest betrouwbare manier om vast te stellen of een derdelander in aanmerking kan komen voor subsidiaire bescherming.

Het EU-Hof oordeelt op grond van de voorgaande punten dat artikel 15, onder c van de EU-Kwalificatierichtlijn zich verzet tegen een kwantitatieve beoordeling die ziet op het aantal slachtoffers in het betrokken gebied in verhouding tot het totale bevolkingsaantal van dat gebied, waarbij het verkregen resultaat noodzakelijkerwijs een bepaald minimumniveau moet bereiken.

Criteria voor het beoordelen van de mate van willekeurig geweld

Het EU-Hof oordeelt dat de beoordeling van de mate van willekeurig geweld in een gewapend conflict moet plaatsvinden op basis van alle relevante feiten in verband met het land van herkomst op het tijdstip waarop een beslissing inzake het verzoek om subsidiaire bescherming wordt genomen.

Bij de beoordeling kan volgens het EU-Hof eveneens rekening worden gehouden met de intensiteit van de gewapende confrontaties, het organisatieniveau van de betrokken strijdkrachten en de duur van het conflict. Daarnaast kan ook rekening worden gehouden met de geografische omvang van de situatie van willekeurig geweld, de daadwerkelijke bescherming van de verzoeker in geval van terugzending naar het betrokken land of gebied en het eventueel opzettelijke geweld dat door de strijdende partijen wordt uitgeoefend tegen burgers.

Meer informatie: