Contentverzamelaar

EU-Hof: na verplaatsing fiscale woonplaats geen aftrek in nieuwe lidstaat van eerder fiscaal verlies
Een vennootschap die haar fiscale woonplaats heeft verplaatst naar een andere lidstaat kan een fiscaal verlies, dat zij voor de verplaatsing in een afgesloten belastingtijdvak heeft geleden, niet opvoeren in de lidstaat van ontvangst. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van de hoogste bestuursrechter in Tsjechië.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 27 februari 2020 in de zaak C-405/18 AURES Holdings .

De rechtsvoorganger van Aures Holdings was een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap. In het belastingjaar 2007 had het bedrijf verlies geleden. In 2009 heeft Aures Holdings haar feitelijke bestuurszetel en fiscale woonplaats verplaatst naar Tsjechië.

De Tsjechische wet op de inkomstenbelasting biedt vennootschappen de mogelijkheid om verliezen van het afgelopen jaar in minder te brengen op de belastingrondslag. Aures Holdings dient in 2013 een verzoek in bij de Tsjechische belastingdienst om het verlies dat zij in 2007 in Nederland heeft geleden in minder te brengen op de belastinggrondslag van 2012. De Tsjechische belastingdienst weigert dit verzoek, omdat de wet inkomstenbelasting geen bepalingen bevat die het mogelijk maakt om verliezen uit een andere lidstaat van de belastinggrondslag af te trekken. Het bezwaar en beroep tegen dit besluit werd verworpen. De hoogste nationale bestuursrechter in Tsjechië wil weten of de weigering verenigbaar is met artikel 49 EU-Werkingsverdrag (VWEU) . Het niet toekennen van een belastingvoordeel kan het voor vennootschappen namelijk minder aantrekkelijk maken om gebruik te maken van de vestigingsvrijheid.

EU-Hof

Het Hof oordeelt ten eerste dat artikel 49 VWEU van toepassing is. In de zaak C-371/10 bepaalde het Hof dat vennootschappen zich op artikel 49 VWEU kunnen beroepen om de fiscale gevolgen van verplaatsing in de lidstaat van herkomst aan de orde te stellen. In deze zaak oordeelt het Hof dat een gelijksoortig recht bestaat in relatie tot de lidstaat van ontvangst.

Met betrekking tot de rechtsvraag overweegt het Hof dat het niet toekennen van een belastingvoordeel aan een vennootschap die gebruik heeft gemaakt van zijn vestigingsvrijheid, in beginsel een beperking inhoudt van die vestigingsvrijheid. Deze beperking is slechts toegestaan wanneer de situatie tussen een binnenlandse vennootschap en een vennootschap die gebruik heeft gemaakt van zijn vrij-verkeersrechten, niet vergelijkbaar is.

Het Hof komt echter tot het oordeel dat de beperking gerechtvaardigd is, omdat de situatie niet vergelijkbaar is. Bij de beoordeling van de vergelijkbaarheid van situaties moet worden gekeken naar het doel van de nationale bepalingen. De nationale bepalingen hebben tot doel de verdeling van de heffingsbevoegdheid tussen de lidstaten te handhaven en het gevaar van dubbele verliesverrekening te voorkomen.

Van belang in deze zaak is dat Aures Holdings de aftrek van verliezen vordert die zijn geleden in een belastingtijdvak waarin de vennootschap gedurende het hele jaar in de lidstaat van herkomst gevestigd was. De lidstaat van herkomst was in 2007 als enige heffingsbevoegd. Aures Holdings was in 2007 niet gevestigd in Tsjechië. Zelfs niet voor een bepaalde periode.  De vennootschap valt dus onder de fiscale bevoegdheid van twee lidstaten. Enerzijds het belastingtijdvak in Nederland waarin het verlies is geleden (2007) en anderzijds het belastingtijdvak in Tsjechië waarin de aftrek wordt gevorderd (2012). Vanuit het streven om de verdeling van de heffingsbevoegdheid van lidstaten te handhaven, kan een verlies uit een voorgaand belastingtijdvak niet worden meegenomen in de lidstaat van ontvangst. Een andere conclusie zou ook een verhoogd risico op dubbele verliesverrekening inhouden. De vennootschap zou namelijk zowel het verlies in Nederland als in Tsjechië kunnen laten verrekenen, aldus het Hof.