Contentverzamelaar

EU-Hof verduidelijkt het begrip ‘minimumloon’ voor gedetacheerde werknemers
Bekostiging van huisvesting en maaltijdbonnen mogen niet worden meegeteld bij de berekening of een gedetacheerde werknemer in het werkland tenminste het minimumloon ontvangt. Wel een vaste dagvergoeding, een reistijdvergoeding en het bedrag aan loon dat wordt doorbetaald tijdens vakantie. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van een Finse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 12 februari 2015 in de zaak C-396/13, Sähköalojen ammattiliitto tegen Elektrobudowa Spółka’ Akcyjna (ESA)

De Poolse vennootschap Elektrobudowa Spółka’ Akcyjna (ESA) had 186 werknemers gedetacheerd naar het Finse filiaal van ESA voor de uitvoering van elektriciteitswerkzaamheden op het bouwterrein van de kerncentrale Olkiluoto. Deze werknemers zijn van mening dat ESA niet het minimumloon heeft betaald zoals bepaald in de algemeen verbindend verklaarde cao’s die gelden in de Finse bouwsector. De criteria aan de hand waarvan het minimumloon volgens de Finse cao’s wordt berekend, pakken gunstiger uit dan de criteria die door ESA worden toegepast, zo wordt betoogd. Hierbij rijst de vraag of de bestanddelen van de beloning zoals vastgesteld in de Finse cao, onder het begrip ‘minimumloon’ vallen in artikel 3 van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (detacheringsrichtlijn).

De richtlijn bepaalt dat de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die aan gedetacheerde werknemers worden gegarandeerd met betrekking tot het minimumloon, worden vastgelegd in het recht van de lidstaat van ontvangst. Voor de bouwsector mag dit ook zijn vastgelegd in cao’s die in de lidstaat van ontvangst algemeen verbindend zijn verklaard, zoals het geval is in Finland.

De Finse vakbond had namens de Poolse werknemers een procedure tegen ESA gestart voor de Finse rechter en had daartoe overeenkomstig het Fins arbeidsrecht de vorderingen jegens ESA van hen overgenomen. ESA beriep zich erop dat de schuldovername op grond van Pools recht verboden is. Het EU-Hof verwerpt dit argument echter omdat voor dit soort geschillen Fins recht moet worden toegepast en niet Pools recht.

Het EU-Hof gaat vervolgens in op de vragen van de Finse rechter over het begrip minimumloon in de detacheringsrichtlijn. Het Hof merkt op dat de richtlijn een dubbel doel dient: enerzijds beoogt zij eerlijke concurrentie te verzekeren tussen nationale ondernemingen en ondernemingen die grensoverschrijdende diensten verrichten; anderzijds wil zij garanderen dat de ontvangende lidstaat een kern van dwingende bepalingen toepast voor de minimumbescherming van de gedetacheerde werknemers. Hierbij benadrukt het Hof dat de richtlijn niet de feitelijke inhoud van die bepalingen heeft geharmoniseerd.Niettemin verstrekt het EU-Hof enige informatie over die inhoud.

Uit de detacheringsrichtlijn volgt uitdrukkelijk dat het minimumloon wordt vastgesteld door de ontvangende lidstaat, zolang hiermee niet het vrij verkeer van diensten wordt belemmerd. Hieruit volgt volgens het Hof dat ook de wijze waarop het minimumloon wordt berekend en de criteria die in dat verband worden gehanteerd, tot de bevoegdheid van de lidstaat van ontvangst behoren. Gelet op het voorgaande concludeert het Hof dat de richtlijn zich niet verzet tegen de Finse regeling waarbij het minimumloon is gebaseerd op de indeling van de werknemers in loongroepen zolang die berekening en indeling volgens bindende en transparante regels worden verricht. Het is aan de nationale rechterlijke instantie na te gaan of hieraan is voldaan.

Vervolgens gaat het Hof in op de verschillende bestanddelen aan de hand waarvan de beloning wordt vastgesteld op basis van de Finse cao. Over de dagvergoeding die wordt uitgekeerd ter compensatie van de nadelen van de detachering, stelt het Hof dat deze vergoeding niet daadwerkelijk in verband met de terbeschikkingstelling gemaakte onkosten wordt uitgekeerd. Daarom moet die vergoeding worden aangemerkt als een toeslag in verband met de terbeschikkingstelling en vormt zij overeenkomstig de richtlijn een onderdeel van het minimumloon. Ook de vergoeding van de reistijd tussen de plaats waar de werknemers tijdelijk zijn ondergebracht en de plaats van de werkzaamheden wordt niet uitgekeerd als vergoeding van de onkosten die de werknemer daadwerkelijk in verband met de terbeschikkingstelling heeft gemaakt en moet daarom gezien worden als een toeslag in verband met de terbeschikkingstelling, dus als een deel van het minimumloon.

De bekostiging van de huisvesting en maaltijdbonnen ter vergoeding van de kosten van levensonderhoud die daarentegen wel daadwerkelijk verband houden met de terbeschikkingstelling, vormen geen bestanddelen van het minimumloon.

Wat de betaling van vakantiegeld betreft, wijst het Hof erop dat iedere werknemer recht heeft op een jaarlijkse vakantie met behoud van loon.  Daarom is het minimumvakantiegeld dat volgens de detacheringsrichtlijn aan de werknemer moet worden toegekend voor het minimumaantal betaalde vakantiedagen, het minimumloon waarop die werknemer in de referentieperiode recht heeft.