EU-Hof verduidelijkt hoe de gewone verblijfplaats van ongeoorloofd vastgehouden kinderen moet worden vastgesteld

Contentverzamelaar

EU-Hof verduidelijkt hoe de gewone verblijfplaats van ongeoorloofd vastgehouden kinderen moet worden vastgesteld
De gewone verblijfplaats van een kind komt overeen met de plaats waar zich het gewone centrum van zijn leven bevindt, rekening houdend met zijn sociale en gezinsmilieu. Het ongeoorloofd vasthouden van een kind op het grondgebied van een (lid)staat voorkomt niet dat het kind zijn gewone verblijfplaats in die staat kan verkrijgen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Poolse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 12 mei 2022 in de zaak C-644/20, W.J.

Achtergrond

A.P. en W.J. zijn Poolse staatsburgers die in ieder geval vanaf 2012 in het Verenigd Koninkrijk (VK) woonden. Zij zijn de ouders van L.J. en J.J., die in juni 2015 en in mei 2017 in het VK zijn geboren. Beide kinderen hebben de Poolse en de Britse nationaliteit. In 2017 is A.P. samen met de kinderen naar Polen vertrokken en heeft zij aangegeven dat zij permanent met de kinderen in Polen wil blijven. W.J. heeft hiervoor geen toestemming gegeven.

In april 2019 heeft een Poolse rechter W.J. veroordeeld tot betaling van een maandelijkse onderhoudsbijdrage aan elk van zijn kinderen. Een maand later heeft een andere Poolse rechtbank A.P. bevolen om de kinderen aan W.J. over te dragen, omdat de kinderen onwettig in Polen werden vastgehouden en die kinderen hun gewone verblijfsplaats in het Verenigd Koninkrijk hadden. A.P. heeft niet voldaan aan de verplichting om de kinderen over te dragen aan W.J.

W.J. heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing uit april 2019, waarbij hij werd veroordeeld tot betaling van maandelijkse onderhoudsbijdragen. Volgens W.J. kon bij die beslissing namelijk geen rekening worden gehouden met de beslissing van de Poolse rechter uit mei 2019, waarbij A.P. werd verplicht om de kinderen over te dragen aan W.J.

De rechter in hoger beroep vraagt aan het EU-Hof welk recht van toepassing is op de betrokken onderhoudsverplichting. Krachtens het Haags Protocol inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (hierna: Haags Protocol) is het recht van toepassing van de staat waar de schuldeiser (het kind) zijn ‘gewone verblijfplaats’ heeft. De rechter vraagt aan het EU-Hof of een schuldeiser (kind) een nieuwe gewone verblijfplaats kan krijgen in een staat waar hij ongeoorloofd wordt vastgehouden, omdat een rechter zijn onmiddellijke terugkeer naar een andere staat heeft gelast.

EU-Hof

Het EU-Hof stelt vast dat het begrip ‘gewone verblijfplaats’ in de zin van artikel 3 van het Haags Protocol moet worden uitgelegd. In het kader van die uitlegging oordeelt het EU-Hof dat de gewone verblijfplaats een voldoende mate van stabiliteit moet vertonen, met uitsluiting van een tijdelijke of incidentele aanwezigheid.

Vervolgens oordeelt het EU-Hof dat de gewone verblijfplaats van een schuldeiser (kind) overeenkomt met de plaats waar zich in feite het gewone centrum van zijn leven bevindt, rekening houdend met zijn sociale en gezinsmilieu. Dit geldt des te meer wanneer die schuldeiser een jong kind is, wat met name vereist dat ervoor wordt gezorgd dat het kind over voldoende bestaansmiddelen beschikt in verhouding tot het sociale en gezinsmilieu waarin het zal leven.

De aangezochte rechter moet volgens het EU-Hof op basis van de feitelijke omstandigheden beoordelen waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Het tijdstip waarvan die rechter concreet moet uitgaan om te beoordelen waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, is in beginsel het tijdstip waarop uitspraak moet worden gedaan over de onderhoudsvordering.

Tenslotte oordeelt het EU-Hof dat het in strijd is met de belangen van het kind (artikel 24, lid 2, EU-Handvest) om te oordelen dat een kind zijn gewone verblijfplaats niet op het grondgebied van een staat kan hebben omdat een rechter de terugkeer van dat kind heeft gelast naar een andere staat waar de andere ouder verblijft. Een dergelijke beslissing van een rechter kan volgens het EU-Hof niet beletten dat het kind zijn gewone verblijfplaats heeft verkregen in een staat waar hij ongeoorloofd wordt vastgehouden.

Meer informatie