Contentverzamelaar

EU-Hof: zeevarende in dienst van Nederlandse zeevaartondernemer maar woonachtig in Letland valt onder socialezekerheidsstelsel van zijn woonland
Personen die wel binnen de verordening over de coördinatie van socialezekerheidsstelsels vallen, maar niet voldoen aan de specifieke bepalingen voor het vaststellen van het toepasselijke socialezekerheidsstelsel, vallen binnen de woonlandbepaling. Volgens het EU-Hof is het woonlandbeginsel uit de sociale zekerheidsverordening niet alleen op economisch niet-actieven van toepassing maar ook op economisch actieven. Tot nu toe gingen de lidstaten en de Commissie uit van de interpretatie dat het woonland alleen voor economisch niet actieve werknemers gold ter bepaling van de toepasselijke sociale zekerheidsregels. In de situatie van de zeeman SF het daarom zijn woonland leidend, en niet het land waar de zeevaartonderneming is gevestigd. Dit antwoord gaf het EU-Hof op vragen gesteld door de Hoge Raad der Nederlanden.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof gewezen op 8 mei 2019 in de zaak C-631/17 SF/Inspecteur van de Belastingdienst.

SF is een Letse zeeman, die in Letland woont, maar werkt op een schip van een Nederlandse reder dat onder de vlag van de Bahama’s vaart. De Nederlandse belastingautoriteiten hebben hem een aanslag opgelegd waarmee hij premieplichtig werd verklaard voor de periode waarin hij voor de Nederlandse onderneming heeft gevaren op de Noordzee buiten het grondgebied van de Europese Unie. Dit had als resultaat in dat hij premies volksverzekeringen volgens het Nederlandse stelsel moest betalen. SF heeft, omdat hij van mening is dat hij niet onder dit stelsel valt, zich tot de Nederlandse rechter gewend. De Hoge Raad heeft overwogen dat de werkzaamheden die SF heeft verricht niet op het grondgebied van een lidstaat van de Unie hebben plaatsgevonden maar dat er een voldoende nauwe aanknoping met het grondgebied van de Unie bestaat. Hierdoor acht de Hoge Raad Verordening 883/2004 van toepassing op SF. In deze Verordening zijn regels met betrekking tot het vaststellen onder welk sociale zekerheidsstelsel vastgelegd. De Hoge Raad vraagt het EU-Hof welke bepaling van toepassing is op SF.

Beantwoording door het Hof

Het EU-Hof herinnert aan zijn rechtspraak waaruit al blijkt dat de enkele omstandigheid dat werkzaamheden buiten het grondgebied van de Unie worden verricht, niet voldoende is om toepassing van de verordening uit te sluiten wanneer de arbeidsverhouding een voldoende nauwe aanknoping met dat grondgebied behoudt. Dit is volgens het EU-Hof met name het geval wanneer een Unieburger die in een lidstaat woont, voor in een andere lidstaat gevestigde onderneming werkt. De verordening is daarom op SF van toepassing.

Eerst concludeert het EU-Hof dat noch de bijzondere regelingen, noch de algemene regeling voor zeelieden, noch de specifieke situaties genoemd in de verordening van toepassing zijn op SF. Daarna buigt het zich over de vraag of de regel waarin het sociale zekerheidsstelsel vastgesteld wordt door middel van het woonland van de premieplichtige toegepast kan worden op SF. In een document van de Europese Commissie (“Explanatory Notes” bij de Verordening) is gesteld dat deze bepaling alleen van toepassing is op personen die niet economisch actief zijn. Het Hof oordeelt dat deze uitleg strijdig is met de doelstelling van de verordening. Het zou er volgens het EU-Hof toe leiden dat personen die wel binnen de toepassing van de verordening vallen, geen socialezekerheidsbescherming kunnen genieten.

Personen die wel binnen de verordening vallen, maar niet voldoen aan specifiekere bepalingen voor het vaststellen van het toepasselijke socialezekerheidsstelsel, vallen binnen de woonlandbepaling. Tevens oordeelt het Hof dat de originele tekst van de Verordening leidend is, en niet de uitleg van de Commissie over de werking van deze Verordening.