Contentverzamelaar

EU-lidstaten moeten worden betrokken bij berekening indexcijfers
Niet Eurostat maar de lidstaten moeten worden betrokken bij de vaststelling van maatregelen voor de berekening van indexcijfers. Dat heeft het EU-Gerecht bepaald in het beroep van Nederland tegen de vaststelling door Eurostat van EU-richtsnoeren en een handboek.

Het gaat om het arrest van het EU-Gerecht van 23 september 2015 in de gevoegde zaken T-261/13 en T-86/14, Nederland tegen Commissie.

Om ervoor te zorgen dat alle lidstaten van de Unie beschikken over vergelijkbare indexcijfers van de consumptieprijzen, is op EU-vlak een aantal wetgevende maatregelen genomen, op grond waarvan EU-richtsnoeren en een handboek zijn vastgesteld. Nederland komt in deze zaken met name op tegen de rol van Eurostat (het statistische bureau).

In zijn arrest wijst het EU-Gerecht er op dat vergelijkbare indexcijfers van groot belang zijn voor het meten van de inflatie in de EU met het oog op het voeren van een monetair beleid in de EMU. De methodologische kaders die zijn vastgesteld zijn uitvoeringsmaatregelen om ervoor te zorgen dat de toepasselijke verordeningen nuttige werking hebben.

Volgens het Gerecht moet voor de vaststelling van dergelijke uitvoeringsmaatregelen de zogenaamde regelgevingsprocedure met toetsing worden toegepast. Deze procedure is opgenomen in artikel 5 bis van het zgn. comitologiebesluit. De gevolgen van deze bepaling zijn na de intrekking van het besluit in 2011 gehandhaafd voor bestaande gevallen (artikel 12 van verordening 182/2011).

In die regelgevingsprocedure met toetsing (naar de Franse afkorting ook wel PRAC genoemd) is een rol weggelegd voor een comité dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Commissie. De Raad en het Europees Parlement kunnen ook bezwaar maken tegen de voorgenomen maatregelen.

Lees meer over comitologie...