Eurobarometer voorjaar 2021 toont optimistisch beeld over het vertrouwen in de EU

Contentverzamelaar

Eurobarometer voorjaar 2021 toont optimistisch beeld over het vertrouwen in de EU
Volgens het meest recente Standaard-Eurobarometer onderzoek dat werd uitgevoerd, blijft de houding van geïnterviewden ten opzichte van de Europese Unie - gemeten in de maanden juni en juli 2021- over het algemeen stabiel en positief. Het optimisme over de toekomst van de EU heeft zijn hoogste niveau bereikt sinds 2009 en het vertrouwen in de EU blijft op zijn hoogste niveau sinds 2008. De steun voor de euro blijft stabiel op zijn hoogste niveau sinds 2004. Uit de enquête blijkt ook dat de toestand van de nationale economieën als aanzienlijk beter wordt ervaren.

Op EU-niveau maken de Europese burgers zich het meeste zorgen over de economische situatie, gevolgd door milieu en klimaatverandering en door immigratie. Op nationaal niveau is gezondheid het grootste punt van zorg, onmiddellijk gevolgd door de economische toestand van het land.

De meeste Europeanen zijn tevreden over de maatregelen die de EU en de nationale regeringen tegen de coronapandemie hebben genomen en zijn van mening dat het herstelplan NextGenerationEU (zie ook dit ECER-bericht) de economische gevolgen van de pandemie doeltreffend zal aanpakken. Bijna twee derde heeft er vertrouwen in dat de EU in de toekomst de juiste beslissingen zal nemen om de pandemie te bestrijden.

Achtergrond
Met de Eurobarometer (EN) toetsen de Europese instellingen op regelmatige basis wat de publieke opinie in Europa is over aan de EU  gerelateerde kwesties en hoe de houding is ten opzichte van onderwerpen van politieke of sociale aard. Het doe van de Eurobarometer is om kwalitatieve en relevante data te verzamelen voor zowel de experts als het algemeen publiek. De Standaard-Eurobarometer voorjaar 2021 (EB 95) (EN) werd georganiseerd aan de hand van 26 544 persoonlijke en online-interviews die tussen in juni en 2021 voornamelijk in de 27 EU-lidstaten werden afgenomen.

Uitkomsten Eurobarometer 95
De voornaamste uitkomsten betreffen de volgende onderwerpen:

1. Optimisme over de toekomst van de Europese Unie
Het optimisme over de toekomst van de EU is sinds de zomer van 2020 sterk toegenomen. Bijna twee derde van de respondenten zijn positief gestemd; het hoogste niveau sinds het najaar van 2009. Net iets meer dan drie op de tien respondenten zijn pessimistisch over de toekomst van de EU.

In 26 lidstaten is een duidelijke meerderheid optimistisch gestemd over de toekomst van de EU, in Griekenland daarentegen is de publieke opinie verdeeld. Sinds de zomer van 2020 is het optimisme toegenomen in 22 landen, met zeer sterke stijgingen in Malta (75 procent), Italië (67 procent) en Portugal (76 procent). Door deze verschuivingen overheerst nu het gevoel van optimisme in Italië (67 procent) en Frankrijk (53 procent). 

2. Beeld van en vertrouwen in de EU
Na een grote stijging tussen de zomer van 2020 en de winter van 2020-2021 blijft het positieve beeld van de EU op een relatief hoog niveau (45 procent) en wordt het in 20 EU-lidstaten aangehangen door een meerderheid van de respondenten (neutraal 38 procent, negatief 16 procent). De hoogste scores zijn opgetekend in Ierland (70 procent) en Portugal (62 procent).

Bijna de helft van alle Europeanen heeft vertrouwen in de Europese Unie (49 procent). Dit blijft het hoogste algemene niveau dat sinds het voorjaar van 2008 werd geregistreerd. Het vertrouwen in de nationale regeringen is licht toegenomen (37 procent), dat in de nationale parlementen is stabiel gebleven op 35 procent. 

3. Belangrijkste punten van zorg op nationaal en EU-niveau
De economische situatie staat opnieuw op plaats één als grootste punt van zorg in de EU, met een score van 27 procent (8 procent lager in vergelijking met de winter van 2020-2021). Het milieu en de klimaatverandering zijn opgeklommen van de vierde naar een gedeelde tweede plaats (25 procent, +5) met immigratie (25 procent, +7), op de vierde plaats gevolgd door de toestand van de overheidsfinanciën van de lidstaten en gezondheid (beide 22 procent). Gezondheid wordt veel minder vermeld sinds de winter van 2020-2021 (22 procent, -16), toen het nog de eerste plaats bekleedde.

Op nationaal niveau blijft gezondheid het belangrijkste punt van zorg, hoewel het veel minder wordt vermeld sinds de winter van 2020-2021 (28 procent, -16). Op de tweede plaats komt de economische toestand, die door net iets meer dan een vierde van de respondenten wordt vermeld (26 procent, -7). 

4. De huidige economische situatie en de euro
Sinds de winter van 2020-2021 is het aandeel respondenten dat de toestand van de nationale economie “slecht” noemt, sterk gedaald, hoewel zij nog altijd de meerderheid vormen (58 procent).

40 procent van de EU-burgers is nu van mening dat de toestand van hun nationale economie “goed” is, een aanzienlijke stijging (+11) na drie opeenvolgende enquêtes waarin een daling werd opgetekend. Dit positieve oordeel ligt evenwel nog altijd lager dan het niveau dat werd opgetekend tussen het voorjaar 2017 en najaar 2019.

De meningen over de huidige toestand van de nationale economie lopen sterk uiteen van lidstaat tot lidstaat, waarbij “goed” in Luxemburg 89 procent scoort terwijl dat in Griekenland maar 9 procent is.

De steun voor de euro in de eurozone is sinds winter 2020-2021 stabiel gebleven op zijn hoogste punt sinds 2004 (79 procent). In het algemeen wordt deze mening gedeeld door een hoog percentage van respondenten overal in de EU, dat stabiel blijft op het hoogste niveau dat ooit is geregistreerd (70 procent). 

5. De coronapandemie en de publieke opinie in de EU
De tevredenheid over de maatregelen die de Europese Unie heeft genomen om de coronapandemie te bestrijden, is sinds winter 2020-2021 sterk toegenomen: momenteel is meer dan de helft van de EU-burgers hierover tevreden (51 procent). De ontevredenheid is afgenomen (41 procent), terwijl 8 procent van de burgers geen mening heeft (stabiel).

De tevredenheid van de burgers over de maatregelen die hun nationale regering heeft genomen om de coronapandemie te bestrijden, is ook duidelijk toegenomen: de meerderheid is hierover tevreden (53 procent, +10 sinds winter 2020-2021). 46 procent is ontevreden (- 10) en 1 procent (stabiel) heeft geen mening.

Bijna twee derde van de Europeanen heeft er vertrouwen in dat de EU in de toekomst de juiste beslissingen zal nemen in verband met de pandemie (65 procent, +6 sinds winter 2020-2021). Dit vertrouwen wordt in elke EU-lidstaat door een meerderheid van de respondenten gedeeld.

Een meerderheid van de Europeanen gelooft dat NextGenerationEU, het herstelplan van de EU, een doeltreffend antwoord zal bieden op de economische gevolgen van de coronapandemie (57 procent, +2 sinds  winter 2020-2021).

Bijna zeven op de tien Europeanen verklaarden dat zij al waren gevaccineerd bij de afname van de interviews in juni-juli, of zo snel mogelijk tegen COVID-19 gevaccineerd wilden worden (69 procent), en 9 procent gaf aan dat zij dat wilden in de loop van 2021.

Meer informatie

  • Persbericht Europese Commissie
  • ECER-bericht: Eurobarometer en gezamenlijke verklaring over de toekomst en de Conferentie van Europa gepubliceerd (12 maart 2021)