Europese Commissie keurt regionale steunkaart 2022-2027 voor Nederland goed

Contentverzamelaar

Europese Commissie keurt regionale steunkaart 2022-2027 voor Nederland goed
Met de goedkeuring op grond van de Europese staatssteunregels voor de Nederlandse kaart voor het verlenen van regionale steun van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2027 kan Nederland bepaalde regio’s ondersteunen op het gebied van bijvoorbeeld structurele of transitie- uitdagingen, zoals ontvolking, en zo ook bijdragen aan groene en digitale transitie.

Het gaat om een goedkeuringsbesluit naar aanleiding van de door de Europese Commissie goedgekeurde herziene richtsnoeren voor regionale steun (zie ook dit ECER-bericht). Deze herziene richtsnoeren werden op 19 april 2021 door de Commissie goedgekeurd en zijn sinds 1 januari 2022 van kracht. Lidstaten kunnen aan de hand van deze richtsnoeren de minst begunstigde Europese regio's helpen om hun achterstand in te halen en verschillen in economisch welzijn, inkomen en werkloosheid (cohesiedoelstellingen die centraal staan in de Europese Unie) te verkleinen.

De niet-vertrouwelijke versie van het besluit van de Commissie over de Nederlandse steunkaart wordt beschikbaar gesteld onder zaaknummer SA.100273 in het  Staatssteunregister op de staatssteun website van DG Concurrentie van de Commissie.

Achtergrond
In de richtsnoeren voor regionale steun zet de Commissie uiteen onder welke voorwaarden regionale steun als verenigbaar met de EU-interne markt kan worden beschouwd en worden criteria vastgelegd om de gebieden te bepalen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punten a) en c), van het EU-Werkingsverdrag (steungebieden onder a respectievelijk c). In de bijlagen bij de richtsnoeren worden de meest achtergestelde regio's genoemd, de zogenaamde „a”‑gebieden (zoals de ultra perifere gebieden en regio's met een bbp per inwoner van ten hoogste 75% van het EU-gemiddelde), en de vooraf bepaalde steungebieden onder c (die voormalige steungebieden onder a) en dunbevolkte gebieden vertegenwoordigen).

De lidstaten kunnen de zogenaamde “niet vooraf vastliggende steungebieden onder c)” aanwijzen tot een vooraf bepaalde maximale dekking onder c) (waarvoor ook cijfers beschikbaar zijn in de bijlagen I en II bij de richtsnoeren) en overeenkomstig bepaalde criteria. De lidstaten moeten hun voorstel voor regionale steunkaarten ter goedkeuring bij de Europese Commissie aanmelden.

Inhoud herziene richtsnoeren en besluit
De herziene richtsnoeren voor regionale steun bevatten waarborgen om te voorkomen dat lidstaten overheidsgeld gebruiken om banen te verplaatsen van de ene EU-lidstaat naar de andere. Deze verplaatsing moet worden tegengegaan om een eerlijke concurrentie op de EU-interne markt te kunnen garanderen.

De nu goedgekeurde Nederlandse regionale kaart geeft aan welke Nederlandse regio's in aanmerking komen voor regionale investeringssteun. Op de kaart zijn ook de maximale steunintensiteiten voor deze regio's vastgesteld. De steunintensiteit is het maximale bedrag aan staatssteun dat per begunstigde kan worden toegekend, uitgedrukt als percentage van de in aanmerking komende investeringskosten.

Op grond van de herziene richtsnoeren voor regionale steun komen regio's die samen 8,98 procent van de Nederlandse bevolking vertegenwoordigen, in aanmerking voor regionale investeringssteun op grond van de afwijking van artikel 107, lid 3, punt c), van het EU-Werkingsverdrag (zogenaamde steungebieden onder c). Meer specifiek:

  • Om verschillen in regionale ontwikkeling aan te pakken, heeft Nederland delen van Groningen, Friesland, Drenthe, Gelderland, Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland aangewezen als zogenaamde niet vooraf vastliggende steungebieden onder c). In deze gebieden liggen de maximale steunintensiteiten voor grote ondernemingen tussen 10 en 15 procent, afhankelijk van het bbp per inwoner.
  • Nederland kan ook nog andere zogenaamde "niet vooraf vastliggende steungebieden onder c)" aanwijzen, tot een maximum van 1,37 procent van de nationale bevolking. De aanwijzing van deze gebieden kan later plaatsvinden en zou dan leiden tot een of meer wijzigingen in de vandaag goedgekeurde regionale steunkaart.

In alle bovengenoemde gebieden kunnen de maximale steunintensiteiten voor initiële investeringen met in aanmerking komende kosten tot 50 miljoen euro voor middelgrote ondernemingen met 10 procentpunt en voor kleine ondernemingen met 20 procent worden verhoogd.

Meer informatie:
Persbericht Europese Commissie
ECER-dossier: Staatssteun