Europese Commissie presenteert nieuwe regels om seksueel misbruik van kinderen op internet te voorkomen en te bestrijden

Contentverzamelaar

Europese Commissie presenteert nieuwe regels om seksueel misbruik van kinderen op internet te voorkomen en te bestrijden
De voorgestelde regels verplichten online-dienstenproviders om materiaal over seksueel misbruik van kinderen op hun diensten op te sporen, te melden en te verwijderen. Die providers moeten ook het risico beoordelen dat hun diensten worden gebruikt voor het verspreiden van materiaal over seksueel misbruik van kinderen. Een nieuw Europees centrum inzake seksueel misbruik van kinderen zal ondersteuning bieden aan providers, rechtshandhavingsinstanties en slachtoffers.

Achtergrond

In het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind (IVRK) en artikel 24, lid 2 van het EU-Handvest van de grondrechten zijn de bescherming en de zorg voor de belangen en het welzijn van kinderen als rechten verankerd. De bescherming van kinderen, zowel offline als online, is een prioriteit van de Europese Unie.

In 2011 is een richtlijn aangenomen die seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornomateriaal in de hele EU strafbaar stelt. Volgens de Europese Commissie slaagt de EU er, ondanks de vaststelling van die richtlijn, momenteel nog steeds niet in om kinderen te beschermen tegen seksueel misbruik. Met name de onlinedimensie van het misbruik vormt een bijzondere uitdaging.

Bepaalde aanbieders van hosting- of interpersoonlijke communicatiediensten maken momenteel vrijwillig gebruik van technologieën om kindermisbruik op hun diensten op te sporen, te melden en te verwijderen. Omdat de vrijwillige actie van bepaalde aanbieders niet voldoende is, heeft de Europese Commissie op 11 mei 2022 een wetgevingsvoorstel gepresenteerd om misbruik van online-diensten voor seksueel misbruik van kinderen aan te kunnen pakken.

De inhoud van het wetgevingsvoorstel

Verplichte risicobeoordeling en risicobeperkende maatregelen

Providers van hostingdiensten of interpersoonlijke communicatiediensten moeten het risico beoordelen dat hun diensten worden misbruikt voor het verspreiden van materiaal over seksueel misbruik van kinderen of voor het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden (“grooming”). Providers zullen ook risicobeperkende maatregelen moeten voorstellen.

Gerichte opsporingsverplichtingen op basis van een opsporingsbevel

De lidstaten moeten nationale autoriteiten aanwijzen die belast worden met de evaluatie van de risicobeoordeling. Als die autoriteiten vaststellen dat er een aanzienlijk risico bestaat, kunnen zij een rechtbank of een onafhankelijke nationale autoriteit verzoeken een opsporingsbevel uit te vaardigen voor bekend of nieuw materiaal over seksueel misbruik van kinderen of grooming. De opsporingsbevelen zijn beperkt in de tijd en zijn gericht op een specifiek type inhoud op een specifieke dienst.

Sterke waarborgen inzake opsporing

Bedrijven die een opsporingsbevel ontvangen, zullen alleen inhoud kunnen opsporen aan de hand van indicatoren van seksueel misbruik van kinderen die door het EU-centrum zijn geverifieerd en verstrekt. De opsporingstechnologieën mogen alleen worden gebruikt voor het opsporen van seksueel misbruik van kinderen. Providers moeten technologieën inzetten die zo min mogelijk inbreuk maken op de privacy, overeenkomstig de stand van de techniek in de sector, en die zo weinig mogelijk valse positieve meldingen opleveren.

Duidelijke meldingsverplichtingen

Providers die online seksueel misbruik van kinderen hebben ontdekt, moeten dit melden bij het EU-centrum.

Doeltreffende verwijdering

De nationale autoriteiten kunnen verwijderingsbevelen uitvaardigen als het materiaal over seksueel misbruik van kinderen niet snel wordt verwijderd. Internetproviders worden ook verplicht om de toegang te blokkeren tot beelden en video's die niet kunnen worden verwijderd, bijvoorbeeld omdat ze buiten de EU worden gehost in rechtsgebieden die niet bereid zijn tot samenwerking.

De blootstelling aan grooming beperken

De regels schrijven voor dat appstores ervoor moeten zorgen dat kinderen geen apps kunnen downloaden die hen blootstellen aan een hoog risico op grooming.

Solide toezichtmechanismen en rechtsmiddelen

De opsporingsbevelen worden uitgevaardigd door rechtbanken of onafhankelijke nationale autoriteiten. Om het risico op fouten bij de opsporing en melding tot een minimum te beperken, verifieert het EU-centrum de meldingen van potentieel online seksueel misbruik van kinderen die door providers worden gedaan alvorens ze te delen met rechtshandhavingsinstanties en Europol. Zowel providers als gebruikers hebben het recht om tegen hen genomen maatregelen aan te vechten in de rechtbank.

Nieuw onafhankelijk EU-centrum inzake seksueel misbruik van kinderen (EU-centrum)

Het nieuwe EU-centrum zal steun bieden aan online-dienstenproviders, nationale rechtshandhavingsinstanties, Europol, de lidstaten en slachtoffers van seksueel misbruik.

Meer informatie: