Europese Commissie presenteert verslag over toepassing van de Vuurwapenrichtlijn

Contentverzamelaar

Terug Europese Commissie presenteert verslag over toepassing van de Vuurwapenrichtlijn

De Vuurwapenrichtlijn heeft bijgedragen tot een verbetering van de traceerbaarheid van vuurwapens en de informatie-uitwisseling tussen lidstaten. Ook draagt de richtlijn bij aan vraagstukken over het gebruik van automatische wapens en over het opnieuw gebruiksklaar maken van onbruikbaar gemaakte vuurwapens, de ombouw van wapens voor saluutschoten en akoestische signalen en van alarm- en seinwapens.

Het verslag van de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van Richtlijn (EU) 2021/555 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens van 27 oktober 2021   bevat een beoordeling van de toepassing van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (hierna: de Vuurwapenrichtlijn), zoals voorgeschreven door artikel 17 van die richtlijn. Na de laatste wijziging van die richtlijn in 2017 (mede naar aanleiding van diverse aanslagen in Europa) zijn in de tussentijd de Vuurwapenrichtlijn en de latere wijzigingen daarvan vervangen door, ingetrokken bij en gecodificeerd in Richtlijn (EU) 2021/555 Doelstellingen van de Vuurwapenrichtlijn zijn: het grensoverschrijdende vervoer van vuurwapens toelaten en tegelijkertijd een hoog niveau van veiligheid en bescherming tegen criminele handelingen en de illegale handel in vuurwapens handhaven.

Conclusies

In het verslag merkt de Commissie op dat o p dit moment slechts tien lidstaten (Cyprus, Duitsland, Estland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Oostenrijk, Portugal en Spanje) de bepalingen die in dit verslag worden geanalyseerd, en die de belangrijkste wijzigingen vormen die in 2017 zijn ingevoerd door de Vuurwapenrichtlijn en de twee uitvoeringsrichtlijnen, volledig hebben omgezet. Vijftien lidstaten hebben sommige bepalingen niet omgezet (België, Bulgarije, Denemarken, Finland, Griekenland, Ierland, Italië, Kroatië, Malta, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Tsjechië en Zweden) en twee lidstaten hebben geen enkele maatregel aangemeld (Luxemburg en Slovenië).

Naast de kennisgeving van de omzetting beoordeelt de Commissie in het verslag ook de conformiteit van de nationale wetgevingen met de richtlijn en heeft zij in verschillende lidstaten reeds gevallen van incorrecte omzetting (infractieprocedures, zie ook deze ECER-webpagina) vastgesteld. Dit brengt met zich mee dat de voordelen van de richtlijn (nog) niet ten volle kunnen worden benut. De Commissie geeft aan de lidstaten te blijven steunen bij de uitvoering van de Vuurwapenrichtlijn, door te antwoorden op verzoeken om verduidelijking en door binnen het vuurwapencomité omzettingsworkshops te organiseren, met inbegrip van technische vergaderingen met specifieke lidstaten, indien nodig.

De Commissie geeft aan ook strenger toe te gaan zien op de uitvoering in de lidstaten en zo nodig ten volle gebruik te maken van de door het EU-Werkingsverdrag aan haar toegekende bevoegdheden. Zij zal met name bijzondere aandacht besteden aan de kwestie van vuurwapens die zogenaamde "flobert"- munitie van klein kaliber vuren en aan het correcte gebruik en de erkenning van de Europese vuurwapenpas.

Voorts blijkt uit de analyse in het verslag dat er ruimte is voor verdere vooruitgang bij de wettelijke controle op de verwerving, het voorhanden hebben en het vervoer van civiele wapens. De Commissie stelt dat de volgende opties om een betere wettelijke controle te waarborgen zouden kunnen worden onderzocht:

- het onderscheid verduidelijken tussen verboden vuurwapens en vergunningsplichtige vuurwapens;
- ervoor zorgen dat alle wapens die kunnen worden omgebouwd om een projectiel af te vuren, zelfs met gespecialiseerde gereedschappen en kennis, ten minste onderworpen zijn aan aangifte;
- voorzien in een volledig gedigitaliseerde Europese vuurwapenpas;
- alle vuurwapens die op legale wijze zijn omgebouwd en aangepast, in hun oorspronkelijke categorie houden;
- de voorschriften betreffende antieke vuurwapens harmoniseren;
- de verwerving, de bekendmaking en het voorhanden hebben van blauwdrukken voor het 3D-printen van wapens door niet-erkende wapenhandelaren verbieden;
- een uitdrukkelijke rechtsgrondslag voor het gebruik van het Informatiesysteem interne markt (IMI) opnemen in de Vuurwapenrichtlijn;
- de verantwoordelijkheden van de nationale autoriteiten bij de uitwisseling van informatie verder verduidelijken;
- een minimumdiepte voor de markering van vuurwapens en essentiële onderdelen vaststellen.

De Commissie geeft aan een effectbeoordeling uit te gaan voeren inzake eventuele wijzigingen in de Vuurwapenrichtlijn.  Ook zal de Commissie direct en via door de EU gefinancierde projecten blijven toezien op de technologische ontwikkelingen en de marktacceptatie om de traceerbaarheid en voorraadcontrole van vuurwapens te verbeteren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende technologieën die ook op andere industriële sectoren toepasbaar zijn.

Meer informatie:

Nieuwsbericht Europese Commissie (FR)
ECER-dossier: Buitenlands en veiligheidsbeleid
ECER-bericht: EU-Hof: aanscherping vuurwapenrichtlijn is rechtsgeldig (4 december 2019)