Europese Commissie presenteert wetgevingsvoorstel voor de herziening van de richtlijn gecombineerde vergunning

Contentverzamelaar

Europese Commissie presenteert wetgevingsvoorstel voor de herziening van de richtlijn gecombineerde vergunning
De richtlijn gecombineerde vergunning voorziet in de mogelijkheid om als onderdaan van een derde land slechts één aanvraag te doen voor zowel een verblijfsvergunning als een arbeidsvergunning. Het wetgevingsvoorstel beoogt de aanvraagprocedure voor de gecombineerde vergunning doeltreffender te maken. Daarnaast worden de rechten van houders van een gecombineerde vergunning uitgebreid.

Achtergrond

De belangrijkste doelstellingen van richtlijn 2011/98 (hierna: richtlijn gecombineerde vergunning) zijn het instellen van één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde werk- en verblijfsvergunning en het waarborgen van een gemeenschappelijk pakket rechten voor onderdanen van derde landen die daarvoor in aanmerking komen.

In 2019 heeft de Europese Commissie een evaluatie van de richtlijn gecombineerde vergunning afgerond. In de evaluatie worden enkele onopgeloste problemen beschreven die de volledige verwezenlijking van de doelstellingen van de richtlijn ondermijnen. Om die problemen aan te pakken heeft de Europese Commissie op 27 april 2022 een wetgevingsvoorstel gepresenteerd om de richtlijn gecombineerde vergunning te herzien.

Het wetgevingsvoorstel is erop gericht de aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning te stroomlijnen en doeltreffender te maken. Momenteel weerhoudt de totale duur van de aanvraagprocedures werkgevers ervan internationaal personeel in dienst te nemen. Daarnaast bevat het wetgevingsvoorstel ook nieuwe voorschriften om de waarborgen en de gelijke behandeling van onderdanen van niet-EU-landen ten opzichte van EU-burgers te versterken en hun bescherming tegen uitbuiting op de werkplek te verbeteren.

Belangrijkste elementen van het wetgevingsvoorstel

Werkingssfeer van de richtlijn gecombineerde vergunning

Het wetgevingsvoorstel heeft tot doel de werkingssfeer van de richtlijn gecombineerde vergunning te verduidelijken, en met name de uitzonderingen op de werkingssfeer van de richtlijn die in artikel 3, lid 2, exhaustief worden vermeld. Uit een andere lidstaat gedetacheerde werknemers uit derde landen zijn bijvoorbeeld uitgesloten van de werkingssfeer, aangezien zij niet worden geacht deel uit te maken van de arbeidsmarkt van de lidstaat waar zij gedetacheerd zijn.

De aanvraagprocedure

Momenteel moeten de lidstaten, indien de aanvraag voor een gecombineerde vergunning wordt ingediend door een onderdaan van een derde land, toestaan dat de aanvraag wordt ingediend vanuit een derde land of, indien de nationale wetgeving daarin voorziet, op het grondgebied van de lidstaat waar de onderdaan van een derde land legaal aanwezig is. Teneinde de procedure voor de aanvrager te vergemakkelijken, bepaalt het wetgevingsvoorstel dat de lidstaten moeten toestaan dat de aanvraag voor een gecombineerde vergunning zowel in de lidstaat van bestemming als vanuit een derde land kan worden ingediend.

Toegang tot informatie

Lidstaten zijn verplicht om de onderdaan van een derde land en de toekomstige werkgever op verzoek adequate informatie te verstrekken over de documenten die vereist zijn om een volledige aanvraag in te dienen. In het wetgevingsvoorstel is een bepaling opgenomen waarin de informatie die door de bevoegde instantie moet worden verstrekt nader wordt geregeld, met inbegrip van informatie over de rechten, plichten en procedurele waarborgen van de onderdanen van derde landen.

Rechten van houders van een gecombineerde vergunning

Het wetgevingsvoorstel voorziet in nieuwe bepalingen om de bescherming van werknemers uit derde landen te verbeteren. Op basis van de voorgestelde wijzigingen zou de gecombineerde vergunning de onderdaan van een derde land het recht geven om tijdens de geldigheidsperiode van werkgever te veranderen. De lidstaten moeten een kennisgeving van de verandering kunnen eisen en moeten de arbeidsmarktsituatie kunnen controleren indien een verandering van werkgever plaatsvindt.

Gelijke behandeling

Het wetgevingsvoorstel verduidelijkt dat het beginsel van gelijke behandeling van toepassing is op de toegang tot particuliere huisvesting en dat eventuele beperkingen door de lidstaten alleen betrekking mogen hebben op de toegang tot openbare huisvesting.

Meer informatie: