Europese Commissie publiceert richtsnoeren over toepassing van de MFK-rechtsstaatverordening

Contentverzamelaar

Europese Commissie publiceert richtsnoeren over toepassing van de MFK-rechtsstaatverordening
De richtsnoeren geven extra duidelijkheid over de aanpak van de Europese Commissie wanneer een schending van de beginselen van de rechtsstaat in verband met de EU-begroting wordt geconstateerd.

Het gaat om de Mededeling van de Europese Commissie van 2 maart 2022 (C(2022) 1382 final) met daarin de richtsnoeren (EN) over de toepassing van EU-Verordening 2020/2092 (de MFK-rechtsstaatverordening) betreffende het algemeen conditionaliteitsregime. Tegelijk met de richtsnoeren bracht de Commissie ook een Vragen-en-antwoorden-overzicht over de richtsnoeren uit.

De verordening heeft tot doel om de EU-begroting te beschermen tegen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat die op een voldoende directe manier een aantasting of een ernstig risico op aantasting vormen van het goed financieel beheer van de EU-begroting of de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De verordening is van toepassing sinds januari 2021. Sinds begin 2021 volgt de Europese Commissie de situatie in alle EU-landen dienaangaande en verzamelt zij relevante informatie.

Wanneer er ten aanzien van schendingen aan de voorwaarden van de verordening is voldaan en wanneer er in de EU-wetgeving geen andere procedures voorhanden zijn waarmee de EU-begroting doeltreffender kan worden beschermd, zal - conform de verordening- de Commissie passende en evenredige maatregelen voorstellen aan de Raad, die daarop vervolgens een definitief besluit zal nemen. Eindontvangers en begunstigden van de EU-financiering blijven gerechtigd om hun betalingen te ontvangen. De betrokken lidstaten moeten daartoe deze betalingen ook blijven verrichten.

De richtsnoeren zijn opgesteld na een uitgebreid proces, waarbij onder meer het Europees Parlement en de EU-lidstaten zijn geraadpleegd. Ook is rekening gehouden met de arresten van het Europees Hof van Justitie van 16 februari 2022 in de zaken C-156/21 en C-157/21 over de wettigheid van de verordening (zie ook dit ECER-bericht).

Inhoud richtsnoeren
In de richtsnoeren wordt in detail uiteengezet hoe de Commissie de verordening zal toepassen, met inbegrip van de wijze waarop de rechten van de eindontvangers en begunstigden van EU‑financiering zullen worden beschermd. Belangrijke elementen betreffen:

  • de voorwaarden voor het aannemen van maatregelen , met inbegrip van de vraag welke schendingen van de beginselen van de rechtsstaat relevant kunnen zijn en hoe zal worden beoordeeld of deze schendingen de financiële belangen van de EU voldoende rechtstreeks aantasten of dreigen aan te tasten;
  • de complementariteit tussen de conditionaliteitsverordening en andere instrumenten voor de bescherming van de EU-begroting , waaronder de financiële regels van de EU en de sectorspecifieke regels. Het gaat hier ook om de regels voor fondsen in gedeeld beheer (bijvoorbeeld cohesiebeleid, gemeenschappelijk landbouwbeleid) en voor de herstel- en veerkrachtfaciliteit (zie ook NextGenerationEU);
  • het vereiste dat de voorgestelde maatregelen evenredig , passend en noodzakelijk zijn om de geconstateerde problemen aan te pakken;
  • de stappen die moeten worden gevolgd voordat er maatregelen worden voorgesteld , inclusief de informatiebronnen die de Commissie zal raadplegen, de rol van klachten (zie hier het klachtenformulier) en contacten met de EU-lidstaten betreffende de procedures voor de vaststelling en opheffing van maatregelen;
  • de verplichting om de rechten van de eindontvangers of begunstigden van EU-financiering te beschermen , aangezien de EU-landen onder alle omstandigheden betalingen uit hoofde van EU-programma's of -fondsen moeten blijven verrichten.

Meer informatie