Europese Raad: prioriteiten voor de komende jaren

Contentverzamelaar

Europese Raad: prioriteiten voor de komende jaren
Europese Raad heeft een strategische agenda vastgesteld met EU-prioriteiten voor de komende vijf jaar. Ook zijn richtsnoeren gegeven voor de wetgevende en operationele activiteiten op het terrein van vrijheid, veiligheid en recht. De heer Juncker werd voorgedragen als voorzitter van de Europese Commissie.

De strategische agenda voor de Europese Unie

De Europese Raad van 26-27 juni 2014 heeft een verklaring aangenomen met de titel “Strategische Agenda voor de Unie in Tijden van Verandering”. Met deze verklaring (in bijlage bij de conclusies) geeft de Europese Raad inhoud aan zijn rol als de instelling die krachtens artikel 15 van het EU-verdrag de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten bepaalt. In de verklaring worden vijf hoofdthema’s benoemd. Per thema wordt in de verklaring uiteen gezet welke prioriteiten de komende jaren het werk van de Europese Unie dienen richting te geven. Naast deze prioriteiten (het “wat”) gaat de verklaring ook in op de wijze waarop EU-beleid tot stand moet komen en uitgevoerd dient te worden (het “hoe”). De principes van subsidiariteit en proportionaliteit worden daarbij leidend verklaard: de Unie dient zich te concentreren op die terreinen waarop het verschil gemaakt kan worden en moet zich onthouden van optreden daar waar lidstaten zelf beleidsdoeleinden beter kunnen bereiken. Daarbij dient bovendien sprake te zijn van een grotere betrokkenheid van nationale parlementen. In de conclusies van de Europese Raad worden de Europese instellingen en de lidstaten opgeroepen deze prioriteiten tot leidraad voor de organisatie van hun werk te nemen. De strategische agenda zal ook leidend zijn voor de jaarlijkse en meerjarige planning van de Europese Unie. Het kabinet is verheugd over de aanname van de Strategische Agenda. Het is de eerste keer dat de Europese Raad aan het begin van een nieuwe legislatuur op deze wijze prioriteiten stelt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens van het kabinet om meer focus, balans en legitimiteit aan te brengen in het optreden van de Europese Unie. De Nederlandse inzet tot een EU-brede follow-up van onze subsidiariteitsexercitie is hiermee zonder meer geslaagd te noemen. Nu komt het aan op implementatie; de Europese Raad zal hierop toezien. 

Voordracht aan het Europees Parlement voor benoeming van de voorzitter van de Commissie

De Europese Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid op basis van artikel 17 lid 7 van het EU-verdrag besloten tot de voordracht van de heer Jean Claude Juncker tot voorzitter van de Commissie. Het Europees Parlement zal bij meerderheid van zijn leden over deze kandidatuur besluiten. Twee leden van de Europese Raad hebben hun steun onthouden aan deze voordracht. Het kabinet heeft er vertrouwen in dat de heer Juncker de bovenstaande Strategische Agenda van de Europese Raad ten uitvoer kan leggen. In dat licht heeft Nederland de voordracht van de heer Juncker gesteund. De Europese Raad heeft besloten te zijner tijd de procedure die geleid heeft tot de benoeming van de voorzitter van de Europese Commissie te evalueren. De voorzitter van de Europese Raad is tevens verzocht om consultaties te starten over de invulling van de overige topfuncties. De Europese regeringsleiders zullen hierover op basis van zijn bevindingen verder spreken tijdens de ingelaste Europese Raad op 16 juli a.s. 

Meerjarenbeleid op het terrein van vrijheid, veiligheid en recht

De Europese Raad heeft de strategische richtsnoeren vastgesteld voor de wetgevende en operationele activiteiten op het terrein van vrijheid, veiligheid en recht. Het kabinetsstandpunt inzake de Nederlandse visie op een toekomstig EU-JBZ-beleidskader is aangeboden aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer op 18 november 2013 (Kamerstukken II 2012/13, 32317, nr.196). Het kabinet is tevreden met de balans die is gevonden tussen de domeinen asiel en migratie en veiligheid en justitie in de strategische richtsnoeren. Met name de nadruk op implementatie, consolidatie en evaluatie als uitgangspunten voor het nieuwe meerjarenbeleid spreekt het kabinet zeer aan. Ook krijgen de schaduwkanten van het vrij verkeer van personen adequate aandacht in de richtsnoeren. Ten aanzien van het Europees Openbaar Ministerie zijn – mede op aandringen van Nederland - geen definitieve besluiten opgenomen in de tekst, doch is slechts vastgesteld dat de onderhandelingen over het voorstel gaande zijn. Zoals bekend heeft Nederland bezwaren tegen het centralistische karakter van het Commissievoorstel.

Lees ook: